artikel

Trui aan, trui uit: (on)behaaglijk op kantoor

Geen categorie

Het thermische comfort in de kantooromgeving wordt bepaald door een samenspel van factoren. In de ruimte zelf zijn dat de ruimteen stralingstemperatuur, de luchtsnelheid en de luchtvochtigheid. Aan de menskant spelen aspecten als het inspanningsniveau en de isolatie door kleding mee. Deze fysische en fysiologische aspecten zijn beide van belang bij een behaaglijk binnenklimaat. Onze manier van kleden en het verschil daarin tussen de seksen speelt daarbij een belangrijke rol. Waar de mannen ‘jasje dasje’ dragen, zien we vrouwen vaak met een blote hals, kortere mouwen of een rok.

 

Alleen daardoor al ontstaat bij hetzelfde werk een andere behoefte aan omgevingstemperatuur.

 

Zodra de taak meer bewegen noodzakelijk maakt, verandert die behoefte weer. Denk maar aan de stratenmaker in zijn t-shirtje , terwijl wij met een jas aan lopen.

 

 

De temperatuur in een ruimte kan plotseling omhoog schieten als de zonnestraling toeneemt. Net zo snel daalt die weer bij een wolk voor de zon. De thermostaat kan deze plotselinge veranderingen niet altijd goed aan. Daarnaast ondervinden kantoorbewoners regelmatig hinder van tocht ofwel ‘hinderlijke luchtstroming’. We zien dat laatste vaak wanneer deuren tegen elkaar openstaan. Vooral de receptiewerkplek staat hierom bekend.

 

Hinderlijke luchtstromen kunnen ontstaan als ventilatieroosters worden afgedicht. Maar al te vaak staat het rooster in de vensterbank vol met ordners en stapels papierwerk. Er ontstaat dan een hogere druk in het systeem waardoor via de geopende roosters lucht harder dan gewenst een andere ruimte in wordt geblazen.

 

Vaak ook nog met hinderlijk geluid.

 

Omdat gebruikers van kantoren in het algemeen (erg) verschillend gekleed gaan, kan iemand die een truitje met lage hals draagt of met blote benen rondloopt al snel hinder ondervinden van een kleine toename van de luchtsnelheid. Dat gebeurt zeker als de temperatuur van die luchtstroom lager ligt dan die in de ruimte.

 

Bij onderzoek naar het thermische comfort in de kantooromgeving komt de klacht ‘droge lucht’ vaak naar voren. De literatuur omschrijft dit als verklarend klagen van de gebruikers.

 

Droge lucht is dan hun verklaring voor de eigenlijke klacht: rode ogen en geirriteerde slijmvliezen van de bovenste luchtwegen. Het komt maar weinig voor dat de luchtvochtigheid werkelijk te laag is. De hinder ontstaat vaak door (een combinatie van) de luchtsnelheid en een te hoge of wisselende temperatuur van de luchtstroom. Soms verergert hinderlijk licht van het beeldscherm de klachten. Overigens blijkt uit onderzoek dat aanpassing van de relatieve luchtvochtigheid nauwelijks tevreden reacties oplevert.

 

Net als planten trekken mensen naar het licht. In veel kantoren staan de werkplekken daarom lekker dicht bij de vensterbank. Het is met name op deze plaatsen dat gebruikers klagen over wisselende temperaturen, warmte of juist hinder van koude. Als het werkblad de radiator afdekt, kan de warmte van die radiator niet langs het venster opstijgen en daar de ‘koudeval’ van het (dubbele) glas voldoende tegenhouden.

 

Koudeval is het verschijnsel dat koude lucht langs het venster of een koude wand omlaag zakt. Deze koude luchtlaag loopt dan als het ware van de vensterbank over het werkblad.

 

Omdat de warmte onder het werkblad blijft, is er sprake van erg verschillende temperatuursensaties.

 

Met als gevolg: koude aan de raamzijde , warme benen onder het werkblad en een redelijke temperatuur aan de andere kant. Dat medewerkers dan klagen over wisselende temperaturen , is goed te begrijpen. De oplossing is eenvoudig: verplaats het werkblad bij voorkeur tot 75 cm van de wand. Bijkomend voordeel is dat de schoonmaker er zo ook makkelijker bij kan. Een te korte telefoon- of computerkabel mag natuurlijk geen belemmering zijn voor deze kleine verhuizing.

 

Hoe triviaal ook, het blijkt dat kantoorgebruikers vaak niet goed weten hoe de installatie te bedienen is en wat ze ervan mogen verwachten.

 

Met een heldere gebruikersinstructie is daarom al veel te winnen. In het werkoverleg kunnen afspraken worden gemaakt over de bediening van de installatie en over het anticiperen op situaties buiten. Laat bijvoorbeeld de zonwering zakken als bekend is dat rond 11 uur de zon vol op de gevel staat. Eventuele aanvullende koeling (airconditioning) kan al vroeg op een laag niveau worden ingeschakeld.

 

Want net als bij een auto in de zon moet het apparaat wel heel hard werken om een achterstand in te lopen. Daar is de capaciteit vaak onvoldoende op berekend. Door tijdig inschakelen is bovendien te voorkomen dat met hoge snelheid koude lucht de ruimte wordt ingeblazen. Dat scheelt weer klachten over koude wind.

 

Bij een adequate verversing van de lucht verwacht je weinig klachten over mufheid , hoofdpijn en vermoeidheid. Toch komt dit soort klachten regelmatig voor. Bij gebouwen zonder mechanische ventilatie of luchtbehandeling ligt de oorzaak soms voor de hand. Ventilatieroosters in de vensters zijn of niet aanwezig, of ze zijn gesloten. Vooral bij wind en in de koudere seizoenen veroorzaakt het openen van roosters en ramen koude en tocht. Dat effect is groter naarmate de werkplekken dichter bij het venster staan.

 

Maak dan optimaal gebruik van de schuifjes in het rooster. Bij wind op de gevel kan de hoeveelheid ingeblazen lucht dan genuanceerd binnenstromen. Ook hierbij is het zaak doorlopend te reageren op veranderende buitenomstandigheden.

 

Om thermische behaaglijkheid te realiseren is het belangrijk om breder naar het binnenklimaat te kijken. Zo komt de daadwerkelijke oorzaak van de klachten in beeld en is gericht advies mogelijk. De preventiemedewerker heeft hierin een signalerende en adviserende rol.

 

info

 

Meer weten over thermisch comfort? Kluwers Arbojaarboek bevat een hoofdstuk Klimaat. De website van Universiteit Twente biedt ook veel praktische tips: www.utwente.nl

 

Reageer op dit artikel