artikel

Veiligheidskundige moet manager worden

Geen categorie

Nederland kan in Europa een gidsland worden door in te spelen op maatschappelijke veranderingen. Mensen willen tegenwoordig een risicoloze samenleving. Ze accepteren geen risico’s meer. Wie naar de dokter gaat, eist genezing en dan liefst ook nog zonder bijwerkingen. Wie een levensgevaarlijke piste afskiet, neemt daarmee een groot risico – dat geeft hem een kick – maar die persoon rekent er wel op dat hij heelhuids beneden komt. De maatschappij hanteert een ‘zero tolerance’ op veiligheidsgebied. De wetgeving is hieraan nog niet volledig aangepast. De tendens is in ieder geval dat er altijd een schuldige of een verantwoordelijke gevonden moet worden. Dat geeft enige bevrediging, vooral als er sprake is van financiele genoegdoening. Tot het volgende ongeval.

 

De Onderzoeksraad voor de Veiligheid zal het ene na het andere wetenschappelijke rapport opstellen en systeem- en procesfouten opsporen. Want daar ligt de oorzaak van de meeste ongevallen en niet bij de individuele werknemer. Zowel bij grootschalige gebeurtenissen, zoals de Schipholbrand, als bij individuele drama’s, zoals de dood van een onder toezicht gesteld kind, is er vrijwel altijd sprake van procesfouten. Verregaande regelgeving leidt ertoe dat een gemiddelde gezinsvoogd slechts twintig minuten per week heeft te besteden aan contact met het kind. De rest van zijn arbeidstijd gaat op aan het schrijven van formulieren die moeten aantonen dat hij of zij de voorgeschreven procedures volgde.

 

Overheid en bedrijven willen een antwoord op de vraag naar de oorzaak of achtergrond van ongevallen. Waardoor stort de steiger van de Amercentrale in? Hoe kon het gebeuren dat een moeder haar kind vermoordt zonder dat de voogd het risico daarvan tijdig heeft onderkend? En hoe komt het dat huizen in Bos en Lommer verzakken? Antwoord: omdat steigerbouwen een aparte kunst is. Bij de Amercentrale waren geen procesintegriteitsmanagers die ingrepen toen het fout dreigde te gaan. Maar de papieren waren wel in orde. De voogd van het vermoorde kind had door alle papieren die hij moest invullen geen tijd meer over. En niemand die ingrijpt als de breedte van een huis wordt verkleind van 4.80 tot 4.20 meter op een fundering van 4.80 meter en het huis gewoon niet meer op de fundering komt te staan!

 

Het lijkt zinvol drie niveaus van veiligheidskundigen te onderscheiden: de middelbare veiligheidskundige, de hogere veiligheidskundige en – als nieuwe loot aan de stam – de manager procesintegriteit. Deze laatste volgt een gedegen, brede academische opleiding met daarbij een specialisme als verkeersprocessen of medisch falen. Naast de financieel directeur, de directeur marketing en communicatie en de directeur HRM wordt hij of zij directeur procesintegriteit. Hij staat dus op hetzelfde niveau en zou het liefst een opleiding hebben gevolgd op het niveau van de beroemde Amerikaanse Harvard Business School. Iemand die daar in procesmanagement zou afstuderen, staat gelijk in hoog aanzien. Zo’n opleiding ook in Europa stichten is geen luxe, maar keiharde noodzaak. De veiligheidskundige van de toekomst moet gezag hebben en op grond daarvan autoriteiten van hoog tot laag kunnen aanspreken. Men zal hem of haar serieus moeten nemen. De Schipholbrand najaar 2005 had mogelijk door hem voorkomen kunnen worden. Hij zou hebben doorzien dat daar een gevaarlijke situatie zou ontstaan, hoewel alles op papier wel klopte.

 

Andrew Hale ging afgelopen najaar in een interview met dit blad terecht in op de beperkte waarde van bijvoorbeeld VCA-certificaten. Op een zeker moment zijn certificeringsinstrumenten uitgewerkt. Meer van hetzelfde vergroot de veiligheid niet. Te veel worden dit soort papieren schijnbewijzen van veiligheid als dekmantel gebruikt. Maar papieren stellen op zichzelf niets voor en bewijzen absoluut niet dat er goed wordt gewerkt. Weg met dat afvinken van procedures. We moeten als veiligheidskundige realistisch zijn: ‘absoluut veilig’ bestaat niet in deze maatschappij, maar wij zorgen ervoor dat er goed en zo veilig mogelijk wordt gewerkt. Hoe we dat doen, is de competentie van de veiligheidskundige. Men mag ons afrekenen op het eindresultaat.

 

Een voorbeeld uit de wereld van de scheepsbouw. Bij de bouw van een schip houdt de middelbare veiligheidskundige zich bezig met de plaats van de railing en of de passagiers die wel vasthouden. De hogere veiligheidskundige schrijft voor dat er in het design rekening moet worden gehouden met het plaatsen van de railing. Maar het schip zinkt door procesfouten. Daar moet iemand zich mee bezighouden. Ik wil benadrukken dat het belangrijk is en blijft dat een MVK’er of HVK’er zich bezighoudt met het plaatsen van railingen ter voorkoming van persoonlijke ongevallen, maar de rederij wil vooral ook dat het proces volgens de regels is. Het schip moet blijven varen, het bedrijf moet op een goede manier werken. Niet alleen omdat een bedrijfsongeval geld kost, maar zeker ook omdat het gewoon zo hoort. Het management wil zo min mogelijk afwijkingen van het ideale productieproces, dus geen productiefouten. Dit verkleint de kans op ongelukken. Men wil ook een bedrijf waar werknemers trots op zijn. Dat is belangrijker dan dertig of veertig euro per maand meer, uitgezonderd misschien voor de lagere loonschalen.

 

De manager procesintegriteit waakt over het proces. Hij maakt daarbij uiteraard ook gebruik van de kennis en kunde van andere disciplines. Zo kunnen we van de psychologie leren dat 95 procent van het menselijk gedrag onbestuurbaar is. De omgeving waarin de mens tot bepaalde keuzes komt, is veel belangrijker, zo niet allesbepalend. Mensen zijn voornamelijk automatisch handelende wezens die al doen, voor ze een bewust besluit daartoe genomen hebben. Je kunt van mensen verwachten dat ze fouten zullen maken als de omgeving daartoe uitnodigt. Die omgeving moeten we als veiligheidskundigen dus aanpakken. Dat is veel belangrijker dan er alleen maar op toezien of iemand al dan niet zijn helm draagt. Je kunt een machinist van een trein niet overbelasten met allerlei procedurehandelingen die hij in vijf minuten moet uitvoeren en tegelijkertijd eisen dat hij op tijd rijdt. Dat is vragen om moeilijkheden. Een goede directeur of manager wil wel weten of het goed zit met de persoonlijke beschermingsmiddelen. Maar het belangrijkste voor hem is te weten waar lacunes in het bedrijfsproces zitten. Die moet de veiligheidskundige van de toekomst, de manager procesintegriteit, opsporen en signaleren.

 

Tachtig procent van de huidige veiligheidskundigen is tevreden met zijn werk. Samen met de A&O’ers en de arbeidshygienisten zal deze groep in de toekomst een nieuwe professionele hoog opgeleide beroepsgroep van arbo-adviseurs gaan vormen. Twintig procent van de veiligheidskundigen wil meer en voelt zich als een roepende in de woestijn. Voor deze groep zal er een soort Harvard Safety School moeten komen met specialismen. Zij worden manager of directeur procesintegriteit. Want daar is behoefte aan. Niet alleen om het aantal ongevallen te verminderen, maar ook omdat het bedrijf van de toekomst geen recht van bestaan heeft, als er slecht wordt gewerkt. Productieuitval, ontevreden werknemers of dodelijke bedrijfsongevallen moeten worden uitgebannen. Niet omdat het bedrijf anders failliet gaat – want bijna ieder risico is te verzekeren – maar omdat de waarde van een werknemer of een reputatie niet in geld is uit te drukken. Een slecht werkproces kan niet. Dat doe je niet. Die kant gaan we op.

 

In 2027 zit de veiligheidskundige met een academische titel van een gerenommeerde universiteit in het directieteam van bedrijven. De manager procesintegriteit, zoals hij dan heet, is een geduchte ‘counterpart’ voor de overige directeuren en zorgt ervoor dat er goed, effectief en gezond gewerkt wordt. Men werkt met plezier, is trots op het bedrijf. Persoonlijke veiligheid is niet meer de eerste prioriteit voor de veiligheidskundige van morgen, maar de totale werkomgeving en arbeidsomstandigheden van het bedrijf. Als de veiligheidskunde deze omslag niet kan maken, is het beroep ten dode opgeschreven.

 

Reageer op dit artikel