artikel

Waar hangen de brandblussers?

Geen categorie

Iedereen die gebruikmaakt van een vluchtroute, moet de blustoestellen gemakkelijk kunnen zien. Daarom moeten ze op duidelijk zichtbare plaatsen in ophangbeugels of op statieven worden geplaatst. Bovendien moet de toegang tot het blustoestel niet worden gehinderd door het te verwachten brandrisico. Geschikte locaties zijn gangen, trappenhuizen, centrale toegangshallen en nabij uitgangen van ruimten. De locatie van blustoestellen moet worden gemarkeerd volgens de Europese richtlijn 92/58/EEG. Indien nodig moet de locatie van het blustoestel met aanvullende borden worden aangegeven (pictogram in combinatie met een pijl voor de richting). De gebruiker moet een overzicht bijhouden waarin type, aantal en locatie van de blusmiddelen zijn opgenomen. Dat kan bij voorkeur in de vorm van een plattegrond.

 

Regelmatig wordt de plaats van draagbare en verrijdbare blustoestellen aangeduid met een pictogram. Daarvan zijn er veel verschillende soorten in omloop, maar ook daarvoor bestaat een norm: NEN 3011. Deze norm is in 2004 aangewezen in het Bouwbesluit.

 

Naast eisen aan productie en de projectering bestaan er ook eisen voor onderhoud van draagbare blustoestellen (NEN 2559) en voor verrijdbare blustoestellen (NEN 2659). Deze normen voor onderhoud van draagbare en verrijdbare blustoestellen zijn onlangs aangepast. In NEN 2559 (onderhoud van draagbare blustoestellen) is in aanvulling A2 het uitgebreide (vijfjaarlijkse) onderhoud beperkt tot natblussers (op waterbasis) en schuim. Ook is het etiket voor uitgebreid onderhoud nu in geel met zwarte opdruk. De overgangsregeling voor blustoestellen ouder dan twintig jaar is inmiddels verstreken. In NEN 2659 (onderhoud van verrijdbare blustoestellen) is in correctieblad C1 een misverstand uit de weg geruimd. Uitgebreid onderhoud voor natblussers is ook van toepassing op schuimblussers.

 

De genoemde regels gelden voor ‘normale’ projecteringszones. Daarnaast zijn er ook gebieden met specifieke brandrisico’s. Dat kunnen verwarmingsinstallaties zijn, maar ook verfspuitcabines, liftmachinekamers, computerruimten, elektrische schakelkasten, transformatoren, compressoren, motoren en noodstroomgeneratoren, lascabines, opslag van brandbare vloeistoffen en gassen en plaatsen waar hoge temperaturen voorkomen. Hier volstaat de basisapparatuur niet meer, en moeten er aanvullende blustoestellen komen. Deze kunnen een kleinere inhoud en een andere blusstof hebben dan de blustoestellen die in het kader van de basisbeveiliging zijn geprojecteerd.

 

Bij elk lokaal brandrisico moet aanvullende beveiliging worden aangebracht, tenzij zich binnen vijf meter van het lokale risico reeds een blustoestel met een voor het lokale risico geschikte blusstof bevindt. Als de brandrisico’s zich bevinden op een hoogte waar de blustoestellen niet bij kunnen, moet de aanvullende beveiliging worden gerealiseerd door ten minste:

 

– een verrijdbaar blustoestel met als blusstof 50 kg ABC of BC bluspoeder, of

 

een verrijdbaar blustoestel met als blusstof 45 liter of 50 liter water, water met additieven of schuim,tenzij de ruimte is beveiligd met een brandslangsysteem of door een automatische blusinstallatie.

 

Ook terreinen of gedeelten van terreinen waar opslag van brandbare stoffen of materialen plaatsvindt, moeten worden voorzien van aanvullende beveiliging. Hoe die er uitziet, hangt af van de oppervlakte.

 

per 150 m2 of gedeelte daarvan:

 

een 6 kg blustoestel met als blusstof ABC-of BC-poeder of

 

een 6 liter blustoestel met als blusstof water, water met additieven of schuim.

 

ANDERE NORMEN

 

De NEN 4001 sluit aan op de bestaande normen. Draagbare blustoestellen moeten voldoen aan EN 3-7. Het Besluit Draagbare Blustoestellen verwijst op dit moment nog naar EN 3 delen 1, 2, 4 en 5, maar de nieuwe norm EN 3-7 heeft deze normen inmiddels vervangen. Verwacht wordt dat dit besluit op korte termijn wordt aangepast aan de nieuwe EN 3-7. Voor verrijdbare blustoestellen bestaat geen wetgeving (afgezien van de cilinder onder druk), maar er bestaat wel een norm: EN 1866.

 

 

per 1000 m2:

 

een 6 kg blustoestel met als blusstof ABC- of BC-poeder of

 

een 6 liter blustoestel met als blusstof water, water met additieven of schuim en

 

een verrijdbaar blustoestel met als blusstof 50 kg ABC- of BC-bluspoeder of

 

een verrijdbaar blustoestel met als blusstof 45 liter of 50 liter water met additieven of schuim.

 

Voor meer informatie: arbeid@nen.nl

 

NEN-EN 3-7 (2004) Draagbare blustoestellen – Deel 7: Eigenschappen, prestatie-eisen en beproevingsmethoden

 

NEN-EN 1866 (1998) Brandbestrijding – Verrijdbare blustoestellen

 

Ontwerp NEN-EN 1866 (2003) Verrijdbare blustoestellen

 

NEN 2559 A2 (2004) Onderhoud van draagbare blustoestellen, Aanvulling 2

 

NEN 2659 C1 (2005) Onderhoud van draagbare blustoestellen, Correctieblad 1

 

NEN 3011 (2004) Veiligheidskleuren en -tekens in de werkomgeving en in de openbare ruimte

 

Ontwerp NEN 4001 (2005) Brandbeveiliging – Projectering van draagbare en verrijdbare blusmiddelen

 

Reageer op dit artikel