artikel

WAT GAAT ER MIS MET BHV-OPLEIDINGEN?

Geen categorie

Na de opleiding is de werkgever verantwoordelijk voor de verdere ontwikkeling van de bedrijfshulpverleners. Hoe zet je ze in en hoe zorg je ervoor dat ze ook goed functioneren wanneer het echt mis gaat? De volgorde is opleiden, trainen en oefenen. Opleiden kan in de meeste gevallen redelijk standaard. Ook al is de opleiding niet toegespitst op de RIE van het bedrijf, toch kunnen de bedrijfshulpverleners met hun kennis aan de slag. Maar om de opgedane kennis in praktijk te brengen, hebben ze een aparte training nodig. Vervolgens dient de werkgever af en toe te controleren of de procedures nog bij iedereen even scherp op het netvlies staan. Dat betekent regelmatig oefenen.

 

Neem de Schiphol-brand. als de bewakers van het cellencomplex tijdens een training hadden kunnen zien hoe de rook zich verspreidt wan neer een celdeur opengaat, hadden ze geweten datje die deur ogenblikkelijk weer dicht moet doen. Tijdens hun opleiding hebben ze waarschijnlijk geleerd hoe je een brandslanghaspel moet uitrollen of een draagbare koolzuursneeuwblusser moet hanteren. Maar door een combinatie van handelingen (eerst de de cel waar de brand uitbrak open maken om het slachtoffer te redden en daarna die cel niet (tijdig) sluiten), ontstond er zo veel rookontwikkeling dat er niets meer te blussen viel.

 

Een ander punt is het trainen op te komst van de brandweer. Bij een incident meld je waar de brand precies is en je zorgt ervoor dat de brandweer erbij kan komen. Ook dit is tijdens de Schiphol-brand misgegaan. De brandweer was snel ter plaatse, maar kon n iet tijdig met de reddings- en bluswerkzaamheden beginnen.

 

Een recenter voorbeeld. Op 11 juni was er brand in een ziekenhuis in Apeldoorn. Vanwege de grote rookontwikkeling moesten veel afdelingen worden ontruimd. Eigenlijk is dat vreemd. Een ziekenhuis hoort zodanig gecompartimenteerd te zijn dat de brand 60 minuten lang binnen een compartiment blijft. Dat heet ‘weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag’. Maar er speelde nog meer. Branddeuren die dicht moesten zijn, stonden open en functioneerden eerder als een schoorsteen dan als brand- en rookwering. Een ventilator die was uitgezet, werd door een ander weer aangezet om de rook te verdrijven. Die had er even niet aan gedacht dat die rook bij een andere afdeling naar binnen ging, zodat die ook ontruimd moest worden.

 

Net als op Schiphol waren er bouwkundig of installatietechnisch gezien een paartekortkomingen, maar daar kun je je niet achter verschuilen. Bij een bhv-opleiding komen deze tekortkomingen meestal niet aan de orde. Een uitzondering vormt de les over het ‘normatief brandverloop; vanaf het ontstaan van de brand tot aan de bestrijding.

 

Bij een training daarentegen kun je zaken als het aanzetten van de ventilatie meenemen, al is het met namaakrook. Het gaat erom het effect van een verkeerde handeling te zien. Ook kun je tijdens een training een branddeur bewust open laten staan om te kijken wat er gebeurt. Bij een oefening kun je beoordelen of iedereen zich aan de afgesproken procedures houdt. Het letten op branddeuren zal daar vanzelfsprekend ook bij horen.

 

Wanneer bhv’ers tekortkomingen ontdekken in het gebouw of in de installaties, dienen ze dat aan de beheerder of de preventiemedewerker te melden. als deze NEN 4000 voigt, zorgt die ervoor dat de tekortkomingen zo veel mogelijk preventief worden opgelost. Voor zover dat niet mogelijk is, zullen die tekortkomingen van invloed zijn op de RIE en de maatgevende factoren. Ook zou je als bhv-verantwoordelijke de scenario’s voor een incident of calamiteit kunnen beschrijven. Dat vormt dan de basis voor een bijgesteld bhv-plan en is van invloed op het functioneren en het oefenen van de bhv-organisatie.

 

Wat verder vaak vergeten wordt, is het cultuuraspect. De bhv moet gedragen worden door het management en de werkvloer. De bedrijfshulpverleners moeten serieus genomen worden. Zo niet, dan bestaat het risico dat zij hun taken zelf ook niet meer serieus nemen. En dan heeft het bedrijf of de instelling een serieus probleem als het een keer goed mis gaat. Zo is het een veeg teken wanneer de directeur van een logistiek bedrijf bhv-oefeningen verbiedt op het moment dat de directie of de Raad van Commissarissen vergadert. Natuurlijk is het lastig om in je kostbare tijd naar buiten te moeten, maar van dit verbod gaat wel een heel verkeerd signaal uit. als er dan iets mis gaat en het blijkt aan de motivatie te liggen, is niet het hoofd bhv aansprakelijk, maar heeft de directie wat mij betreft een ‘uitdaging’.

 

Reageer op dit artikel