artikel

Werkplekonderzoek: een goede houding is het halve werk

Geen categorie

Voordat je de instructie start, is het zinvol om te kijken naar de werkwijze van de werknemer. Observeer dus goed hoe iemand werkt. Dan signaleer je waarschijnlijk snel de knelpunten en daar kun je dan extra aandacht aan geven. Denk aan te ver reiken voor de muis of de telefoon en (veel) te hoog zitten.

 

Je start met het instellen van de bureaustoel, waarbij nog geen rekening gehouden wordt met de hoogte van het bureau. Laat de medewerker zelf de handelingen uitvoeren.

 

– Stel de hoogte van de zitting zo in dat de stand van de bovenbenen vrijwel horizontaal is of iets hoger als de voeten op de vloer steunen.

 

– Stel de zitdiepte zo in dat er een ruimte blijft bestaan tussen de onderbenen en de

 

voorzijde van de zitting. Wanneer de zitting tegen je knieholte drukt, kan die de benen afknellen. In de praktijk is de werknemer dan sneller geneigd om op het puntje van zijn stoel te gaan zitten.

 

– Stel de hoogte van de rugleuning zo in dat de bolling in de rugleuning het onderste gedeelte van de rug goed ondersteunt. Hierbij is het van belang dat de medewerker goed achter in de stoel gaat zitten.

 

– Als de hoek tussen de zitting en de rugleuning instelbaar is, doe dat dan zo dat de medewerker ontspannen en goed rechtop zit wanneer hij of zij achter in de stoel zit.

 

– Stel de hoogte van de armleuningen zo in dat de ellebogen net ondersteund worden. Zorg dat de medewerker de schouders hierbij niet optrekt. Als de armsteunen niet gebruikt worden, zorg dan dat de armen af en toe kunnen rusten op het bureaublad.

 

– Als de breedte tussen de armleuningen in te stellen is, doe dat dan zo dat de ellebogen met ontspannen bovenarmen leunen op de armleuningen. (Test: er past ongeveer een vuist tussen het lichaam en de elleboog.)

 

– Biedt de stoel de mogelijkheid van een schommel- of synchromechanisme, waarbij bijvoorbeeld de rugleuning en zitting met je lichaamsbewegingen meebewegen, maak hier dan gebruik van. De ‘losse’ instelling maakt namelijk kleine lichaamsbewegingen mogelijk, terwijl het lichaam steeds goed ondersteund blijft. Van belang is wel dat de tegendruk die de stoel geeft, wordt ingesteld.

 

Eenmaal op deze manier ingesteld is de stoel de basis voor een goede zithouding. Als het bureau in de hoogte verstelbaar is, moeten bureaublad en armleuningen even hoog ingesteld staan. Op deze manier kunnen de onderarmen horizontaal op het werkblad liggen. Laat iemand liever de armen op het bureau rusten, stel dan het bureau 1 a 2 cm hoger in dan de armsteunen.

 

Bij een niet in de hoogte verstelbaar bureau zijn andere mogelijkheden. Staat het bureau te hoog, dan is een voetensteun plaatsen een goede oplossing. En bij een te laag bureau is het mogelijk de poten van het bureau te verhogen.

 

– Zorg dat de medewerker tijdens het werken aan het beeldscherm recht achter het scherm kan plaatsnemen. Dit voorkomt onnodig draaien van het hoofd.

 

– Stel het beeldscherm zo op dat de bovenrand van het beeldscherm ongeveer op ooghoogte staat. Het scherm kan het beste iets naar achteren worden gekanteld.

 

– De gemiddelde afstand van de ogen tot het beeldscherm bedraagt 60 tot 80 cm bij een 17 inch beeldscherm. Zorg er in ieder geval voor dat je de tekens op het scherm goed kunt lezen.

 

– Zorg dat het beeldscherm zo staat dat de richting waarin de medewerker kijkt evenwijdig is aan het raam. Zo voorkom je reflectie van licht in het scherm en ga je te grote contrasten tussen het beeldscherm en de directe omgeving tegen. Kan het beeldscherm niet evenwijdig aan het raam staan, zoek dan naar een positie waarbij de hinder van tegenlicht of spiegelingen minimaal is.

 

– Plaats het toetsenbord en de muis dichtbij de gebruiker als de armen op armsteunen rusten. Rusten de armen op het bureaublad, dan liggen toetsenbord en muis verder weg op het bureau. Een ontspannen gevoel in armen en schouders zijn daarbij van belang. De muis ligt ongeveer naast het toetsenbord.

 

– Klap bij voorkeur de pootjes van het toetsenbord in. De houding van de pols is dan meer ontspannen.

 

– Laat de muis los als deze niet gebruikt wordt.

 

Wanneer een medewerker een groot gedeelte van het werk zittend uitvoert, is het van belang voldoende variatie aan te brengen in de houding. Wissel het werken aan het beeldscherm regelmatig af met andere werkzaamheden. Zoals kopieren, telefoneren, overleggen, vergaderen of lezen. Lichaamsbeweging bouwt een medewerker in door de trap te nemen, op de fiets naar het werk te gaan als dat mogelijk is of door een rondje te lopen in de pauze. En buiten werktijd zijn er natuurlijk allerlei mogelijkheden om iets aan lichaamsbeweging te doen.

 

Vraag of de medewerker alles heeft begrepen en of er nog vragen zijn. Bij gewijzigde bureauof stoelinstellingen heeft iemand vaak wat tijd nodig om te wennen. Vraag de medewerker bijvoorbeeld twee weken de nieuwe manier van werken uit te proberen. Maak na afloop van die twee weken een afspraak om het werkplekadvies samen te evalueren. En vergeet niet om de gegevens vast te leggen.

 

Dat kan in een zogeheten ergonomiepaspoort. Door structureel aandacht te besteden aan zithouding en ergonomie, krijgt iedere werknemer een eigen paspoort met belangrijke aandachtspunten voor een gezonde werkwijze. Voeg de gegevens aan het personeelsdossier van de medewerker toe en de informatie blijft centraal opgeslagen en toegankelijk. In volgende artikelen die dit jaar verschijnen wordt aandacht besteed aan groepsvoorlichting, gebruik van hulpmiddelen en een werkplekonderzoek op basis van lichamelijke klachten.

 

info

 

Kijk eens op www.deoptimalewerkplek.nl. NPR 1813 2004 – Richtlijn over inrichting beeldschermwerkplek (www.nen.nl) is nuttige kost. ‘Fysieke belasting en de rol van de ergocoach in 100 vragen’ voor praktische info, zie Leeshoek, p.19.

 

 

Reageer op dit artikel