artikel

De preventiemedewerker: Doener, sul of arboco?

Gezond werken

‘Heel goed’, vindt Ad Boesten van Adviesbureau AB-Consult en parttime veiligheidskundige. Boesten: ‘Als het gaat om arbozorg en kwaliteitsbeheer geeft een combinatie van interne arbozorg en externe deskundige advisering het beste resultaat. Dat blijkt uit onderzoek. Er moet intern wel sprake zijn van continuiteit. Daar kan een preventiemedewerker, als onderdeel van een groter arbozorgsysteem, aan bijdragen. Ik ben dus positief.’ Volgens Boesten is de toekomstige preventiemedewerker straks breed georienteerd en globaal op de hoogte van arbozaken. Hij onderhoudt daarover binnen het hele bedrijf contacten en overlegt met ondernemingsraad, management en stafdiensten. En hij is voor arbozaken de contactpersoon naar buiten. Boesten: ‘Hij functioneert als arbocoordinator, maar heet in de wet preventiemedewerker. Voor mij gaat het om dezelfde functie-inhoud. Ik doe daar niet moeilijk over: de arbocoordinatoren zijn de preventiemedewerkers. Je moet die twee ook niet in een bedrijf naast elkaar laten functioneren. Alsjeblieft niet. Dat schept alleen verwarring. En het zou schadelijk zijn wanneer een term die enkel taalkundig correct is vertaald uit de EG-kaderrichtlijn en niet gehinderd door het gangbare spraakgebruik, tot ontslag of verlies van knowhow zou leiden. Het komt me voor dat we in Nederland zorgvuldiger moeten omgaan met bereikte verworvenheden. Wij lijken niet geleerd te hebben van een te vrije interpretatie van EG-richtlijnen die nu inkrimpingen en ontslag van arbo-adviseurs en -deskundigen tot gevolg heeft.’

 

Een arbocoordinator naast een preventiemedewerker lijkt ook projectleider Jan Harmen Kwantes van het Netwerk Arbocoordinatie van TNO Arbeid geen goed idee. Het Netwerk Arbocoordinatie verzorgt de dienstverlening en informatieverstrekking aan zo’n 1100 arbocoordinatoren. Kwantes:

 

‘Die twee functies in een bedrijf vind ik dubbelop. Hooguit in een heel groot bedrijf. In dat geval kan een preventiemedewerker misschien afdelingen op de werkplek voorlichting geven en de arbocoordinator overkoepelend bezig zijn. Maar anders: niet doen.’ Toch kun je tussen arbocoordinator en preventiemedewerker ook niet zomaar een ‘is-gelijk-teken’ zetten’, meent Kwantes. ‘De wetgeving omschrijft nu twee taken voor de preventiemedewerker: het meewerken aan de RI&E en overleg voeren met de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging over het te voeren beleid en de maatregelen die daaruit volgen. Onze aangesloten leden werken vaak op beleidsmatig niveau. Velen voelen zich geen preventiemedewerker. Zij proberen op het brede vlak van arbobeleid dingen op poten te zetten. Dat is meer dan een preventiemedewerker volgens de conceptwettekst moet gaan doen’, aldus Kwantes.

 

Met de introductie van de preventiemedewerker ziet hij in preventieland langzaamaan een driedeling ontstaan. Kwantes: ‘Er is een grote middengroep ‘gewone’ arbocoordinatoren. Daarnaast onderscheidt een aantal arboordinatoren op mbo- en hbo-niveau zich in de Beroepsvereniging voor Arboadviseurs (BvAA). Zij kiezen voor een positie als interne adviseur voor arbozaken. Aan de andere kant van de grote middengroep komt dan straks de preventiemedewerker. Die is in het verleden ook wel aangeduid met de term ‘arbokabouter’. Of dit een terechte kwalificatie is, hangt af van de vraag hoe met name kleine bedrijven invulling gaan geven aan de functie.’

 

De preventiemedewerker als sul van het bedrijf? Kwantes: ‘Ik denk inderdaad dat dat in de praktijk voor zal komen. Dat is jammer, maar het komt onder andere doordat de wetgever geen deskundigheidseisen formuleert.

 

De gewenste deskundigheid wordt nu gekoppeld aan de risico’s binnen de organisatie. Na een advies hierover van een arbodienst of arbodeskundige moet de werkgever expliciet vaststellen welke preventiedeskundigheid hij nodig heeft en dan een preventiemedewerker aanstellen. Dat klinkt

 

logisch. Maar in sommige bedrijven gaan de risico’s niet verder dan bijvoorbeeld RSI-klachten. Die werkgevers benoemen straks een portier die nog wat uurtjes over heeft en voor preventiemedewerker kan doorgaan. Ik verwacht dat veel bedrijven het marginaal zullen opzetten. Grotere bedrijven betitelen gewoon hun MVK’er formeel tot preventiemedewerker en passen hun arbobeleid hierop aan. Dan is aan de verplichting voldaan en gaat iedereen over tot de orde van de dag.’ Boesten: ‘Er is altijd kritiek te leveren. Er is geen makkelijke oplossing voor bedrijven die niet willen. Die gooien nu de schuld op de arbodienst en dat wordt straks de preventiemedewerker. Maar bedrijven die zaken serieus oppakken, hebben vaak nu al op vrijwillige basis een arbocoordinator. Straks is de preventiemedewerker wettelijk verplicht. Dus ook voor bedrijven die het minimum willen doen. Je krijgt bij lange na niet de deskundigheid die een gecertificeerde arbodeskundige kan bieden, maar die vergelijking moet je ook niet maken. Dat is niet de maatstaf waarmee je dit moet beoordelen. Je moet ook geen te hoge deskundigheid willen eisen. Een veiligheidskundige of A&O’er zijn te hoge kwalificaties voor een preventiemedewerker. Het gaat erom dat iemand op dit specifieke gebied een basale functie heeft in de arbeidsorganisatie.’

 

Toch vindt Kwantes het vooral schuiven met terminologie om zo aan de Europese verplichtingen te voldoen. ‘Wat tot voor kort helder was, wordt een complex plaatje’, vindt hij. Kwantes: ‘Ieder bedrijf moet voor zichzelf opnieuw nadenken over de organisatie.’ Een simpele oplossing heeft zijn voorkeur: ‘Het ligt voor de hand om de twee taken van de preventiemedewerker op het bord van de arbocoordinator te leggen. Die is al breed actief. En zeer waarschijnlijk doet hij nu al de taken van de preventiemedewerker. Laten we dan alsjeblieft niet ingewikkeld doen en het werk van de preventiemedewerker bij de arbocoordinatoren onderbrengen’, stelt Kwantes voor. Boesten: ‘Inderdaad is het oude wijn in nieuwe zakken. De arbocoordinator als intermediair tussen arbodeskundige en bedrijfsorganisatie bestaat al lang en functioneert ook goed. Waar dat bestaat en goed loopt, moet je er ook geen absurde nieuwe eisen aan hangen. Misschien had de overheid de huidige praktijk tot maatstaf moeten nemen.’

 

Ook Ronke Luns, voorzitter van de Beroepsvereniging voor Arboadviseurs (BvAA) vindt dat de arbocoordinatoren de functie van preventiemedewerker moeten omarmen. Dat is volgens hem ook de overheersende reactie binnen het bestuur van de BvAA. Al worden momenteel nog heftige discussies gevoerd over hoe de functie in de praktijk binnen bedrijven ingevuld zal worden. Luns: ‘Naar mijn idee doen arbocoordinatoren voor een groot deel al taken die nu toebedeeld worden aan de preventiemedewerker. Het bestuur van de BVAA ziet inderdaad weinig verschil tussen de interne arbocoordinator en de nieuwe preventiemedewerker.’ De Beroepsvereniging voor Arboadviseurs (BvAA) bestaat nu ruim een jaar. De vereniging heeft als prioriteit om de interne arbocoordinator nadrukkelijker op de kaart te zetten. De BvAA heeft een eigen website en stelde inmiddels beroepsprofielen op voor de mbo- en de hbo-arbocoordinator. Deze vormen de basis van een systeem van persoonscertificatie dat de BvAA momenteel ontwikkelt. Luns: ‘De functie van arbocoordinator ligt inhoudelijk niet vast in de wet. De functie-inhoud wordt bepaald door de werkgever in de verschillende organisaties. De functie arbocoordinator kan binnen het ene bedrijf een heel andere inhoud hebben dan binnen het andere bedrijf. Ze heten beiden arbocoordinator. Wij proberen als beroepsvereniging de functie meer eenduidig in te vullen.’ Volgens Luns is daar juist nu behoefte aan. Want de functies van arbocoordinator en preventiemedewerker mogen elkaar dan flink raken, er liggen toch nog wel wat open vragen, meent hij. ‘Hoe moet de preventiemedewerker zich opstellen ten opzichte van de ondernemingsraad? Hoe onafhankelijk wordt de preventiemedewerker opgehangen binnen de organisatie’, gooit hij maar eens als vragen in het midden. Zo zijn er volgens de BvAA-voorzitter meer vragen die in de wet niet beantwoord of geregeld zijn. Zoals het deskundigheidsniveau. Luns: ‘Door niet vast te leggen wat een preventiemedewerker moet kennen en kunnen, draait de wet er eigenlijk inhoudelijk omheen. De wet introduceert een preventiemedewerker die arbotaken moet uitvoeren, maar zegt niets over hoe en waar en met welke verantwoordelijkheden. Dat is door de overheid over de muur gegooid en vormt nu heftige discussiestof op allerlei congressen en bijeenkomsten voor het veld.’ Ook hij maakt het liever niet onnodig ingewikkeld: ‘Ik zeg: kijk naar wat de arbocoordinator nu doet, dan ben je al een heel eind’, aldus Luns.

 

Toch stellen vhp ergonomie, DEXIS Arbeid en uitgeverij Kerckebosch binnenkort op een congres de vraag ‘Wat doet de preventiemedewerker?’ En komt er een tweedaagse basiscursus. Dat alles terwijl er een uitgebreid handboek voor arbocoordinatoren ligt. Is dat dan niet overdreven? ‘Zeker niet’, meent Pieter Ruigewaard, organisatieadviseur en coach van Dexis Arbeid. Hij licht toe: ‘Het is een nieuwe functie die nader ingevuld moet worden. De invulling kan per organisatie verschillen. Ik denk dat de preventiemedewerker maatwerk is.’ Ruigewaard merkt wel enig verschil op in de functies van arbocoordinator en preventiemedewerker. Ruigewaard: ‘De term arbocoordinator legt veel nadruk op coordineren. De preventiemedewerker moet vooral heel veel gaan doen. Op twee niveaus. Hij moet binnen de organisatie een infrastructuur creeren, zodat er op het gebied van arbeidsomstandigheden echt iets gebeurt. En hij moet ervoor zorgen dat wat bedacht wordt ook daadwerkelijk handen en voeten krijgt. Bij de preventiemedewerker gaat het om een combinatie van denken, organiseren en doen. Een goede arbocoordinator pakt het misschien ook zo op. Die is blij dat zijn werk nu in de wet verankerd is en beschouwt het mogelijk als stimulans om nog voortvarender verder te gaan. Maar lang niet alle organisaties hebben een arbocoordinator en lang niet alle functioneren op een kwalitatief goed niveau. Daarom willen wij toekomstige preventiemedewerkers met ons ondersteuningsnetwerk helpen .’

 

Volgens Ruigewaard zijn er ‘grosso modo’ drie motieven om als bedrijf een goede invulling te geven aan preventie. De liberalisering van arbodienstverlening biedt de mogelijkheid te stoppen met arbodiensten. Vanuit het oogpunt van goed werkgeverschap moet je daar iets tegenover zetten, vindt hij. Bovendien is het in een toekomstige krappe arbeidsmarkt voordelig voor een bedrijf een aantrekkelijke werkgever te blijken. En tenslotte is een werkgever gewoon een dief van zijn eigen portemonnee als hij niet werkt aan preventie en verlaging van ziekteverzuim. Ruigewaard: ‘Daarom is het belangrijk dat je daar mensen in je eigen organisatie gedeeltelijk voor vrijstelt en ervoor zorgt dat zij goed beslagen ten ijs komen en over kennis en vaardigheden beschikken.’

 

Hij vindt dat de overheid in de wet wel erg zuinig is geweest als het gaat om kwalificaties voor de preventiemedewerker. ‘De overheid schrijft maar een kort stukje. Zij kiest er bewust voor om de invulling van de functie aan het veld over te laten. Het is goed dat bedrijven gestimuleerd worden om het zelf op te pakken. Maar ik vind de overheid nu wel heel summier. Een zeker kwaliteitsniveau vind ik wel wenselijk.’

 

Volgens sommigen zou het ontbreken van deskundigheidseisen opnieuw botsen met de Europese Kaderrichtlijn. Ad Boesten van adviesbureau AB Consult gelooft daar niet zo in. Boesten: ‘In het eerdere geval liep Nederland met de arbodiensten echt uit de pas. Over de jongste voorstellen zie ik geen nieuwe strijd ontstaan.’ Voor hem hoeft wetgeving tot in detail niet: ‘Je kunt deskundigheidseisen wel tot in detail voorschrijven, maar je kunt de invulling ook enigszins aan de werkgever overlaten met toetsing door de Arbeidsinspectie en in laatste instantie door de rechter. Ook hier is sprake van bestaande opleidingen. Waar dat goed loopt en voldoet, moet je er geen nieuwe praktijk tot maatstaf nemen .’ Pieter Ruigewaard vindt dat werkgevers en werknemers binnen de samenwerking in arboconvenanten moeten praten over de invulling van de functie preventiemedewerker. Waarom die infrastructuur niet gebruiken, vraagt hij zich af. Ruigewaard: ‘Werkgevers, werknemers en overheid praten binnen arboconvenanten regelmatig over wat ze willen bereiken op het gebied van arbeidsomstandigheden. Binnen arboconvenanten worden veel goede plannen bedacht. Het lastigste is de plannen te implementeren binnen de individuele bedrijven in branches. Het helpt als je dan een beroep kunt doen op een goed netwerk van gemotiveerde preventiemedewerkers die de plannen vertalen naar de eigen organisatie.’

 

Jan Harmen Kwantes: ‘Het ligt allemaal nog erg open. Ik denk wel eens: leuker kunnen we het niet maken, ingewikkelder wel.’

 

Reageer op dit artikel