artikel

Verzuim in zorg daalt

Gezond werken

Eind 2003 vond een tussenmeting plaats, waarvan de resultaten eind vorig jaar bekend werden. Deze eerste cijfers zijn bemoedigend. Zij tonen een grote daling van het ziekteverzuim en de WAO-instroom (zie tabel 1). In hoeverre dit het gevolg is van vermindering van de risicofactoren, is nog niet duidelijk. In 2003 hadden de instellingen slechts in beperkte mate de beschikking over adequate instrumenten die ontwikkeld waren vanuit het arboconvenant. Bovendien kunnen ook andere factoren hun invloed op het arbobeleid van de instellingen hebben gehad, zoals bijvoorbeeld de Wet Verbetering Poortwachter, de inspanning om meer handen aan het bed te creeren, imagoverbeteringen en kostenbesparingen.

 

KERNGEGEVENS ARBOCONVENANT EN BRANCHE

 

– De branche van algemene ziekenhuizen kent circa 160 instellingen en 155.000 medewerkers. Onder de branche vallen ook de revalidatiecentra en een aantal categorale instellingen.

 

– Het arboconvenant heeft een looptijd van 19 december 2001 tot en met 31 december 2004.

 

– Het arboconvenant is een initiatief van de NVZ Vereniging van Ziekenhuizen, ABVAKABO FNV, CNV Publieke Zaak, De Unie Zorg en Welzijn, NU’91, FHZ en de ministeries SZW en VWS.

 

 

TABEL 1.DOELSTELLINGEN EN REALISATIE ARBOCONVENANT ZIEKENHUIZEN

 

Doelstelling

 

Tussenstand 2003 (samenvatting)

 

Verzuim- en reintegratie: »Ziekteverzuim: het verschil tussen de branche en het landelijk gemiddelde reduceren met 50 procent. »WAO-instroom: het verschil tussen branche en het landelijk gemiddelde reduceren met 50 procent. »In 2004 ten opzichte van basisjaar 2000.

 

Verzuim: het verzuim is gedaald (5,6% t.o.v. een landelijk gemiddelde van 5,4%). De doelstelling is gehaald. WAO: het verschil in instroomkans tussen de branche en het landelijk gemiddelde is afgenomen van 0,11 naar 0,06. De doelstelling is gehaald.

 

Arbomanagement: in 2002 heeft ten minste 25% van de instellingen en in 2003 ten minste 75% van de instellingen een actieplan ingevoerd.

 

Ruim de helft van de instellingen heeft een actieplan opgesteld. Dit is een duidelijke verbetering t.o.v. 2003. Desondanks is de doelstelling (75% van de instellingen heeft een actieplan) niet gehaald.

 

Werkdruk en Psychische Belasting: »Structurele aanpak van werkdruk en psychische belasting. »Reductie van te hoge werkdruk en psychische belasting in 2004 met ten minste 20% ten opzichte van 2002.

 

Op instellingsniveau (beleid en maatregelen) is er sprake van een verbetering t.o.v. 2002. Ten aanzien van de blootstelling is er sprake van zowel een toename als een afname van de blootstelling t.o.v. 2003 afhankelijk van het beoordelingsaspect. Het aandeel van de medewerkers dat zich tot een risicogroep moet rekenen, is echter toegenomen. Een beoordeling ten opzichte van doelstellingen is nog moeilijk omdat de peildatum 1 juli 2004 is. Een aantal indicatoren wijst in de richting van een positieve ontwikkeling.

 

Agressie: reductie van het aantal agressie- incidenten in 2004 met ten minste 20% ten opzichte van 2002

 

De blootstelling aan agressie en geweld is sinds 2002 nauwelijks verbeterd. Ook in het instellingen- beleid zijn geen significante veranderingen opgetreden rond agressie en geweld. Een beoordeling ten opzichte van doelstellingen is nog moeilijk omdat de peildatum 1 juli 2004 is.

 

Fysieke belasting: »In 2003 heeft ten minste 75% van de instellingen een plan van aanpak »Reductie van te hoge fysieke belasting in 2004 met ten minste 20% ten opzichte van 2002.

 

Circa 94% van de instellingen voert preventief beleid op het gebied van fysieke belasting. Dit is een verbetering t.o.v. 2002. Ten aanzien van de blootstelling is de situatie t.o.v. 2002 verslechterd. Een beoordeling ten opzichte van doelstellingen is nog moeilijk omdat de peildatum 1 juli 2004 is. Een aantal indicatoren wijst in de richting van een positieve ontwikkeling.

 

Gevaarlijke stoffen: »Beleid voor de omgang met toxische stoffen »Isolatie van de cytostaticabron »Zo mogelijk latexvrije handschoenen

 

De situatie is weinig veranderd t.o.v. 2002. Beleid voor de omgang met toxische stoffen is voor verbetering vatbaar. Het overgrote deel van de instellingen heeft protocollen voor het werken met cytostatica en narcosegassen. Een aandachtspunt vormt het markeren van met cytostatica besmet materiaal. De latexproblematiek speelt in alle instellingen.

 

 

Het arboconvenant heeft een groot aantal brancheeigen instrumenten opgeleverd. Ruim vijftig instellingen hebben actief bijgedragen aan de realisatie van die instrumenten in de vorm van pilotprojecten,stuurgroepen en dergelijke. Zo zijn voor elk van de arbeidsrisico ’s werkpakketten ontwikkeld. Daarnaast is het landelijke ZiekenhuisIncident Registratiesysteem (ZIR ®) ontwikkeld voor de melding van agressie waar instellingen zich bij kunnen aansluiten.Instellingen kunnen zich vanaf 2005 abonneren op een nieuwe Landelijke Databank Gevaarlijke Stoffen in de Zorg en zo zorgspecifieke informatie verkrijgen over gevaarlijke stoffen. Het convenant liep af op oudejaarsdag 2004.Momenteel valt er echter nog niets definitiefs over het succes ervan te zeggen. De eindmeting moet namelijk nog plaatsvinden (april). Desondanks maken de sociale partners momenteel al plannen om een aantal diensten,die zijn ontwikkeld binnen het arboconvenant ziekenhuizen,ook na de afloop van het convenant te behouden. Hierbij moeten we denken aan het landelijk registratie- en volgsysteem voor agressie-incidenten,de branchespecifieke databank voor gevaarlijke stoffen en een instrument voor ergonomisch verantwoorde inkoop van hulpmiddelen.

 

MEER INFO

 

Meer informatie over het arboconvenant ziekenhuizen is te vinden op www.arbozw.nl

 

 

Reageer op dit artikel