artikel

Vijftig preventiemedewerkers in een organisatie

Gezond werken

Het is juli 2005. Arbocoordinator Daan Peschier is aangeschoven bij de directie van Gemeente Den Haag. Hij heeft een bijzondere boodschap: we gaan het niet redden met een preventiemedewerker. Ik wil er minstens 50.

 

Het lijkt misschien of Peschier overvraagt, maar dat ligt genuanceerder. Ten eerste hebben we het hier over een grote organisatie. Dit onderdeel van de Gemeente Den Haag telt 1700 medewerkers die werken op 25 locaties. Peschier: ‘Ik ging uit van een preventiemedewerker per 35 werknemers. Dat leek me nodig om het personeel genoeg aandacht te kunnen geven.’

 

Bovendien gaan die preventiemedewerkers niet fulltime aan de slag. ‘Het uitgangspunt is dat ze twee uur per week met hun taken bezig zijn’ zegt Peschier. ‘Natuurlijk kan dat de ene week wat meer zijn en de andere wat minder. En ook is de ene preventiemedewerker er langer mee bezig dan de andere. Maar die twee uur per week is een goede richtlijn.’

 

Directie

Hoe reageerde de directieleden? ‘In eerste instantie matig enthousiast’, zegt Peschier. ‘Ze waren vooral bang dat de eigenlijke werkzaamheden in het gedrang zouden komen. Maar uiteindelijk kon ik hen overtuigen. Als je maar een preventiemedewerker per vestiging aanstelt, kan die onmogelijk aandacht besteden aan alle 150 mensen. Zeker niet als hij of zij af en toe op vakantie gaat.’

 

Taken

En zo togen er begin 2006, na een tweedaagse opleiding, 50 preventiemedewerkers aan het werk. Hun taken: het verzorgen van voorlichting en onderricht, het maken van een plan van aanpak bij de RI&E, het helpen van hun collega’s bij werkplekergonomie en het stroomlijnen van activiteiten als stoelmassages. Plus natuurlijk het beantwoorden van vragen van medewerkers.

 

Tocht

Wat die vragen betreft, niet altijd kan de preventiemedewerker die goed afhandelen. Peschier: ‘Stel een medewerker klaagt over tocht. Dan kan een preventiemedewerker uitzoeken hoe groot het probleem is. Heeft alleen die ene persoon daar last van of zijn het er meerdere? Maar om het vervolgens op te lossen, moeten er afspraken komen met directie en huisvestingszaken.’

 

Hoofd
En dan komt Peschier zelf in actie. Hij valt aan te duiden als een fulltime hoofdpreventiemedewerker en hij houdt zich bezig met beleidsmatige zaken. In het geval van tocht kan hij een onderzoek aanvragen. En hij is degene die moet overleggen met directie en huisvestingszaken.

 

Coachen

Maar hij heeft nog meer taken. Hij moet bijvoorbeeld de preventiemedewerkers coachen. Door zo’n een keer in de twee weken met hen te overleggen. En door het plannen van cursussen. ‘Vorig jaar organiseerden we bijvoorbeeld een cursus effectief adviseren. Je moet rekenen: sommigen van die preventiemedewerkers zitten in een lage salarisschaal en moeten iemand in een hogere salarisschaal aanspreken op zijn gedrag. Daar voelen ze zich niet altijd comfortabel bij. Vandaar dat we in verschillende rollenspellen hebben geoefend met lastige gesprekken.’

 

Beoordeling

Ten slotte is Peschier ook verantwoordelijk voor de functioneringsgesprekken: hij moet controleren of preventiemedewerkers voldoen aan hun taakomschrijving. ‘Nee, ik ben niet hun leidinggevende, dus die beoordeling gaat alleen over die twee preventiemedewerkers-uren. Toch hecht ik daar waarde aan omdat er tussen de preventiemedewerkers verschillen bestaan, bijvoorbeeld in motivatie. Sommigen zit er wat lauw in, anderen gaan iedere keer weer over die twee uur per week heen. Dus wil ik de ene groep tot actie porren en de andere juist belonen.’

 

Spagaat

Hoe bevalt het systeem? Peschier is positief – hoewel hij ook minpunten kan noemen. ‘Soms sta ik in een spagaat: ik ben niet de leidinggevende, maar stuur de preventiemedewerkers wel aan. En dat spagaat, dat voelen zij ook. Ze moeten vaak schipperen tussen hun reguliere werk en hun preventietaken. Sommigen kunnen dat niet combineren en stoppen ermee. In 2009 waren dat er een stuk of acht.’

 

Grote lijnen
Maar de voordelen van het systeem wegen zwaarder. ‘Ik kan me beperken tot beleidsmatige zaken. Niet langer hoef ik me bezig te houden met vragen van honderden medewerkers of met allerlei kleine organisatorische zaken. Neem bijvoorbeeld onze stoelmassage. Een keer week komt daar een masseur voor langs en er is een preventiemedewerker die de afspraken regelt. Dat betekent dat ik daar geen zorgen meer over heb. En ik hoef het ook niet op het bordje te schuiven van een leidinggevende.’

Reageer op dit artikel