Café of Lagerhuis?
<p>Volgens Zwetsloot koppelen werkgevers de zorg voor milieu, arbo en kwaliteit dan ook meer dan voorheen aan een doel. Het moet het bedrijfsbelang dienen, innovatie niet tegengaan en als het even kan de corebusiness versterken. 'De opkomst van het KAM-zorgsysteem als doel op zich en zelfstandig begrip is over zijn hoogtepunt heen. Dit betekent echter niet dat je arbo, milieu en kwaliteit niet meer aan elkaar kunt koppelen .'</p>
<p>Vijf jaar geleden kende HC een ziekteverzuim van negen procent, waarbij vooral de croupiers 'hoog scoorden'. Samen met het ergonomisch adviesbureau vhp ergonomie startte HC toen een traject dat uiteindelijk moet leiden tot een duidelijke daling van het ziekteverzuim. Circa drie procent is het doel, verklaart Elmar van Krimpen, dutymanager bij HC Amsterdam.</p>
<p>Op de keuringsmarkt voor hijskranen zijn, onder invloed van Europese regelgeving, sinds 1997 meerdere cki's actief. Tijdens het onderzoek waren er vier cki's die hijskranen periodiek keurden op veiligheid. Inmiddels zijn acht aanbieders op deze markt actief. De aanbieders keuren onder andere (mobiele) torenkranen en gekentekende hydraulische kranen. Volgens de zogeheten 2-2-2 regeling moet elke hijskraan jaarlijks gekeurd worden door een deskundige (Warenwetbesluit machines artikel 6d) en om de twee jaar door een certificatie-instelling. Na een intensieve keuring geven de cki's veiligheidscertificaten af.</p>
<p>Deze zomer krijgen werkgevers echter met wettelijke actie- en grenswaarden voor trillingen te maken. Voor hand-armtrillingen wordt de grenswaarde voor dagelijkse blootstelling 5 m/s<sup>2</sup>, en de actiewaarde 2,5 m/s<sup>2</sup> (herleid tot standaardreferentieperiode van acht uur). Voor lichaamstrillingen komen deze waarden op respectievelijk 1,15 m/s<sup>2</sup> (grens) en 0,5 m/s<sup>2</sup> (actie). Misschien dat het ministerie voor lichaamstrillingen ook dosiswaarden voorschrijft van respectievelijk 21 m/s<sup>1,75 </sup>en 9,1 m/s<sup>1,75</sup>,<sup></sup>voor gevallen waarin grote onderlinge verschillen voorkomen tussen de trillingen. De Richtlijn biedt het kabinet daartoe althans expliciet de mogelijkheid.</p>
<p>In 2001 is voor het onderzoek een aantal groepsinterviews georganiseerd. In groepjes van drie tot vier personen spraken 24 deelnemers onder leiding van een psycholoog over problemen die ze op het werk of thuis tegenkwamen en hoe ze daarmee omgingen.</p>
<p>Uit het onderzoek van de Arbeidsinspectie blijkt wat er is gebeurd. Volgens het slachtoffer is hem tijdens de inwerkperiode voorgedaan hoe hij het roermechanisme moest reinigen. Eerst diende hij het roermechanisme in de hoogste stand te zetten, daarna moest hij een tank met schoonmaakmiddel eronder rijden. Vervolgens moest hij het mechanisme weer laten zakken en in de laagste draaistand zetten. Daarna kon hij het schoonmaken met een kwast. Om de laatste resten schoonmaakmiddel met een poetsdoek te kunnen verwijderen, moest hij het roermechanisme aan het eind van de schoonmaaksessie al draaiend omhoog zetten.</p>
<p>Op het moment van het ongeval was er nog geen enkele overeenstemming over de vorm en inhoud van de toekomstige samenwerking bereikt. De partijen hadden in ieder geval geen arbeidsovereenkomst getekend. De kantonrechter oordeelt toch dat de opdrachtgever als werkgever in de zin van artikel 7:658 BW moet worden aangemerkt. Dit omdat het slachtoffer werkzaamheden verrichtte binnen de onderneming van de opdrachtgever, hij de instructies van de opdrachtgever diende op te volgen en hij gebruikmaakte van de materialen en hulpmiddelen van de opdrachtgever. Dat er geen sprake was van een directe gezagsverhouding, maakt volgens de rechter niet uit. Daarnaast acht hij het niet aanvaardbaar dat de rechtspositie van een werknemer met een arbeidsovereenkomst verschilt van die van een medewerker zonder arbeidsovereenkomst. Omdat de opdrachtgever als werkgever is aan te merken, is de in artikel 7:658 beschreven zorgplicht van toepassing. De werkgever zou onvoldoende maatregelen hebben genomen om het ongeval te voorkomen, waardoor de zorgplicht met handen en voeten is getreden. De opdrachtgever moet dus de letselschade vergoeden.</p>
<p>Niet alle scholen realiseren zich dat ze een veiligheidsprobleem hebben. Ze hebben geen tijd om zich erin te verdiepen en ook verkeren ze vaak in de ontkenningsfase: bij ons gebeurt dit niet. Geweldsincidenten vinden plaats bij de buurman of in de Randstad. Het gevolg is dat sociale veiligheid nauwelijks wordt geregeld. Slechts vijf procent van de scholen heeft een veiligheidsplan ontwikkeld, schat Kircz's collega Martin Knoop. 'In de nieuwe CAO voor het voortgezet onderwijs (VO) staat nu een paragraaf over de aanwezigheid van een veiligheidsprotocol. 'Overbodig, want de Arbowet voorziet hierin, maar iedereen is blij dat het erin staat.'</p>