Meer doen voor meer poen?
<p>Uit praktijkervaring en onderzoek in Nederland is inmiddels wel duidelijk dat een aanwezigheidsprikkel maatwerk moet zijn. Wat bij de een werkt, hoeft bij de ander niet effectief te zijn.</p>
<p>Uit praktijkervaring en onderzoek in Nederland is inmiddels wel duidelijk dat een aanwezigheidsprikkel maatwerk moet zijn. Wat bij de een werkt, hoeft bij de ander niet effectief te zijn.</p>
<p>De veroudering van de beroepsbevolking is duidelijk zichtbaar in de veranderende leeftijdspiramide van de werkzame beroepsbevolking (figuur 1). In 1975 behoorde het grootste deel van de werkzame mannen tot de leeftijdsgroep 25-29 jaar; voor vrouwen was dit 20-24 jaar. De huidige samenstelling van de werkzame beroepsbevolking laat zien dat vooral het aantal werkzame personen vanaf leeftijd 30 sterk is toegenomen. Als we veronderstellen dat de leeftijdsspecifieke arbeidsdeelname in de toekomst op het huidige niveau blijft, zien we dat de dertigers van nu over twintig jaar nog steeds prominent aanwezig zullen zijn, dan als vijftigers. Die veronderstelling is vrij bescheiden: we mogen verwachten dat het toekomstige niveau van arbeidsdeelname hoger zal zijn dan nu door het toegenomen opleidingsniveau (hoger opgeleiden participeren meer dan lager opgeleiden), de toegenomen arbeidsdeelname van vrouwen en de te verwachten stijging van de arbeidsdeelname van ouderen. De veroudering van de werkzame beroepsbevolking zal daardoor nog sterker zijn. De potentiele beroepsbevolking kan worden ingedeeld in drie groepen: de werkzame beroepsbevolking, de werkloze beroepsbevolking en de niet-beroepsbevolking. In figuur 2 is de huidige samenstelling van de Nederlandse beroepsbevolking in deze drie groepen weergegeven. De figuur laat zien dat er ruwweg drie groepen zijn waar relatief veel mensen tot de niet-beroepsbevolking behoren: jongeren (zij volgen meestal nog onderwijs), ouderen (vaak uitgetreden via vervroegde uittredingsregelingen) en vrouwen (een gemiddeld veel lagere arbeidsdeelname dan mannen).</p>
<p>In de eerste gespreksronde wordt bekeken wat de consequentie is van het nieuwe stelsel voor de jonge Sjakie. Een van de kenmerken van het nieuwe stelsel is de indeling van de levensloop in drie fasen: de vormings-, de productieve en de postactieve fase. In de vormingsfase heeft een jongere recht op een scholingsfonds tot aan het bachelor-niveau (een driejarige hbo- of universitaire opleiding). Een eventueel overschot kan worden meegenomen naar de levensloopregeling van de productieve fase. Iemand kan ook besluiten langer te studeren, maar dat betekent dat hij of zij 'rood komt te staan' op de levensloopregeling. Sjakie is 15 jaar en verwacht volgend jaar zijn eindexamen te behalen. Hij twijfelt over wat hij daarna gaat doen. Hij wil aan de ene kant werken en geld verdienen, aan de andere kant wil hij doorleren omdat hij ooit een eigen Citroen-bedrijf wil opzetten. Hij legt zijn twijfels voor aan zijn decaan Mathieu van Deventer (ROC). 'Je zegt dat je wilt sleutelen en ook ondernemer wilt worden. Als je het laatste wilt, dan kan het eerste niet. Ga je nog vier jaar naar school, dan kun je instromen als bedrijfsleider. Dat is een vrij kansrijke weg naar het ondernemerschap. Ook is eventueel een optie om vier dagen te werken en een dag te studeren. Op deze manier zou je wellicht ook kunnen doorgroeien van monteur naar ondernemer.'</p>
<p>Door grote concurrentie op de keuringsmarkt staat de kwaliteit van periodieke keuringen van liften en hijskranen onder druk. Certificatie- en keuringsinstellingen (cki's) concurreren met elkaar op prijs, keuringsduur en klantvriendelijkheid en doen onvoldoende om de kwaliteit van de keuringen te waarborgen. Dat staat in de vorige maand verschenen IWI (Inspectie voor Werk en Inkomen)-rapporten 'Hoog spel; een onderzoek naar effecten van liberalisering van de keuringsmarkt op de kwaliteit van keuringen van liften en hijskranen' en 'Onafhankelijkheid bij periodieke liftkeuringen'.</p>
<p>In een zaaltje boven het Tilburgse stadscafe 'Meesters' laten Bovenberg en Plantenga samen met gespreksleider Korver hun licht schijnen over de toekomst</p>
<p>RSI is de koortslip van de kenniseconomie, stellen Luc Sala en Laura Egging in hun boek over de meest voorkomende beroepsziekte van dit moment. RSI is in hun ogen een signaalziekte, een symptoom van een 'dolgedraaide informatiemaatschappij', waarin mensen geestelijk en lichamelijk verstopt raken door ongezonde voeding, te weinig lichaamsbeweging en te veel spanning. Het spreekt voor zich dat een dergelijke kwaal zich niet met wat pilletjes of fysiotherapie laat genezen. Om van onze RSI-klachten af te komen, of om te voorkomen dat we ze ooit krijgen, moeten we volgens het duo dan ook op verschillende fronten de strijd aangaan. In hun boek behandelen Sala en Egging tal van aspecten van die strijd, overigens zonder de lezer in de richting van een specifieke aanpak te duwen. Het eerste deel van hun boek is gewijd aan preventiemaatregelen. De auteurs besteden veel aandacht aan het belang van een goede werkhouding, een verantwoord ingerichte werkplek en een 'ontstresste' organisatie van het werk. Daarnaast attenderen zij de lezer ook op alternatieve aanpakken, zoals rek- en strekoefeningen, een uitgekiende voeding en vasten. Verder schrijven zij over de invloed van onzichtbare invloeden als elektrosmog, magneetvelden en elektrische straling, overigens zonder de relatie met RSI overtuigend te leggen. Het laatste deel van hun boek is gewijd aan behandelmethoden. Hierin geven Sala en Egging een uitgebreid overzicht van de beschikbare methodes, waarbij ze ook aandacht besteden aan alternatieve aanpakken, zoals accupunctuur, Reiki en Shiatsu. Verder verschaffen ze in dit deel van het boek informatie over aanverwante zaken als verzekeringen, pijnbestrijding en de Wet verbetering poortwachter.</p>