Reacties
<p>Medewerkers staan vaak hoog boven de grond champignons te snijden. Paddenstoelen groeien in etages boven elkaar op een soort stapelbedden. De Inspectie controleert de veiligheid van de hoogwerkers waarop het personeel staat te oogsten. Zijn de hoogwerkers voorzien van hekwerken om een val te voorkomen? Verder wordt gecontroleerd of de machines wel veilig zijn. Hierbij wordt gelet op het risico van beknelling en pletten van lichaamsdelen bij machines met bewegende delen en op de maatregelen die zijn genomen om dit te voorkomen. Daarnaast checkt de Inspectie of er niet te lange werkdagen worden gemaakt en of medewerkers genoeg rust krijgen.</p>
<p>Werkstress is vaak eenvoudig te herkennen, als je er voor open staat. Herkenningspunten zijn onder andere:</p>
<p>Diens werkgever wordt aangesproken als verantwoordelijk voor fouten van zijn ondergeschikten (art. 6:170 BW). Met 'fout' wordt gedoeld op een <strong>toerekenbare onrechtmatige daad</strong>. En daarvan is volgens de rechtbank sprake. De metselaar zat rustig op een stoel te lunchen en was niet bedacht op een plotselinge schouderduw. Dat hij zou schrikken en vallen was voorzienbaar. Zeker nu de elektricien kon zien dat de bestrating van gladde steentjes ook nog schuin afliep. Zo'n duw hoeft normaal gesproken niet zo ernstig af te lopen, maar daar had de elektricien wel rekening mee moeten houden. De plotselinge duw was onrechtmatig, namelijk in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. Dit staat los van de heersende jolige stemming en dat de elektricien geen opzet had om de metselaar schade te berokkenen. Maar wie een ander onnodig aan mogelijk voorzienbaar gevaar blootstelt, is in het algemeen aansprakelijk als er schade ontstaat, zelfs als het om een grap gaat. Daarmee is de werkgever van de elektricien aansprakelijk voor de schade.</p>
<p>In overleg met de politie wordt het interne onderzoek voortgezet. Daarbij wordt de hulp van externe deskundigen ingeroepen.</p>
Gemeentelijk Bouwtoezicht informeert de arbeidsinspectie begin mei 2009, dat uit de asbestinventarisatie die bij de vergunningaanvraag is meegestuurd, blijkt dat er sprake is van open en beschadigd niet-hechtgebonden asbest. Kort daarop bezoeken twee inspecteurs van de Arbeidsinspectie (thans inspectie SZW) het warenhuis. Zij laten het pand ontruimen wegens ernstig gevaar voor personen door mogelijke blootstelling aan asbeststof. Betreden mag alleen nog met adembescherming en speciale kleding. Dit mondelinge bevel tot stillegging wordt enkele dagen later schriftelijk bevestigd. Bezwaar wordt in april 2011 ongegrond verklaard en de werkgever stapt naar de rechter. De werkgever vindt dat de Arbeidsinspectie op grond van artikel 28, eerste lid Arbowet niet bevoegd is te bevelen dat een pand alleen nog met persoonlijke beschermingsmiddelen mocht worden betreden. Volgens de rechtbank was het bevel gebaseerd op de asbestinventarisatie van het onderzoeksbureau en de bevindingen van de inspecteurs. Uit het inventarisatierapport bleek, dat de leidingisolatie op veel plaatsen licht tot ernstig beschadigd was waardoor op diverse plaatsen asbestbesmetting aanwezig is. Ook zijn niet-hechtgebonden restanten aangetroffen. Verder was het systeemplafond van de personeelskantine niet hechtgebonden en beschadigd, met grote kans op vezel-emissie: urgente sanering was noodzakelijk. De inhoud van het rapport was aanleiding voor de actie van de inspecteurs. Die rapporteerden dat alle ruimten, met uitzondering van de dienstruimtes, vrij toegankelijk waren en dat winkelend publiek en werknemers aanwezig waren. In het bovenste winkelgedeelte was de leidingisolatie zodanig beschadigd, dat asbesthoudend materiaal bloot lag. In het ventilatiesysteem zijn ernstige beschadigingen van zachte amosietplaat aangetroffen waardoor asbesthoudend materiaal door het hele gebouw verspreid kon worden. Bij de ontruiming bleek dat enkele monteurs werkten boven het plafond, waarop asbesthoudende stof was aangetroffen (zie Arbo Actueel, 2011, nr 22). Volgens de werkgever was er op grond van de beschikbare gegevens onvoldoende aanleiding voor het oordeel dat ernstig gevaar bestond. Daarvan zou pas sprake zijn, als de maatregel 'direct saneren noodzakelijk' aan de orde was geweest. De rechtbank gaat daar niet in mee. Het is aan de Arbeidsinspectie om vast te stellen of er sprake is van 'ernstig gevaar' en dat is ruimer dan een situatie waarin 'direct saneren noodzakelijk' valt. Ook het betoog dat het percentage asbest gering was en het aangetroffen type asbest minder risicovol is, zodat er geen sprake was van ernstig gevaar, wordt niet gevolgd. Ook vezels van chryosotiel leveren ernstig gevaar op. Dat de inspecteurs de risicobeoordelingsrapportage niet bij hun beoordeling hebben betrokken, is niet onzorgvuldig. Het betrof immers geen actuele beoordeling en er was twijfel over de werking van het ventilatiesysteem. Op basis van de beschikbare informatie en de aangetroffen situatie kon in redelijkheid worden geconcludeerd dat sprake was van ernstig gevaar voor personen. De Inspectie hoefde geen rekening te houden met het financiele belang van de werkgever gezien het te beschermen algemene belang, namelijk bescherming van de gezondheid van personen. Daarom was de stillegging volgens de rechtbank terecht en mocht de inspectie bevelen dat het pand alleen mocht worden betreden met persoonlijke beschermingsmiddelen. Het beroep wordt verworpen.
Zij betreden in oktober 2010 samen een roostervloer boven het parkeerdek om de lekkage van bovenaf te bekijken en te fotograferen. Op enig moment zakken zij door het rooster en komen drie meter lager op een betonnen vloer terecht. Beiden lopen letsel op: de inlener een gebroken knieschijf waarvoor hij vier dagen in het ziekenhuis ligt. De monteur bekoopt zijn val met een hoofdwond, ingezakte ruggenwervels en twee kapotte hielbenen. Hij ligt drie dagen in het ziekenhuis, revalideert langdurig en verricht sinds augustus 2011 aangepast werk. Uit onderzoek blijkt dat het T-staal, waarop de roostervloer lag, te licht was uitgevoerd. Ook waren de ankers enigszins gecorrodeerd. Daardoor was de kans op uitbreken van de betonvloer vergroot, hetgeen ook is gebeurd. De werkgever van de monteur stelt de inlener aansprakelijk en vordert schadevergoeding van het netto betaalde en nog te betalen loon. De werkgever baseert zijn vordering op art. 7:658 BW (nakoming van de zorgplicht) en art. 3:28 lid 1 Arbobesluit (stabiliteit en stevigheid vloer), omdat niet is gezorgd voor een veilige arbeidsvloer. Volgens de rechtbank kan een inlener op grond van art. 7:658 BW aansprakelijk zijn voor de schade van de ingeleende monteur, tenzij hij aantoont dat hij zijn zorgplicht is nagekomen. Het Arbobesluit bepaalt dat werkplekken, die niet op de begane grond zijn gesitueerd, stabiel en stevig moeten zijn. Door het gegeven dat het rooster losraakte en naar beneden viel, staat vast dat niet aan deze verplichting is voldaan. Het feit dat een arbonorm is overtreden, betekent echter nog niet dat inlener zijn zorgplicht niet is nagekomen. Hiervoor is vereist dat inlener ook tekort is geschoten in het treffen van de nodige veiligheidsmaatregelen. De vraag is wat die maatregelen hadden moeten zijn. Het betrof een gemeentelijke parkeergarage, een werkplek waarover de inlener zelf geen zeggenschap had. Er was opdracht gegeven, de roosters schoon te maken. Die waren eenvoudig toegankelijk voor omwonenden die dat ook deden om de bloembakken water te geven. Er was daarom geen gevaar te duchten. Omdat niet voorzienbaar was dat het rooster onvoldoende draagkracht had, kan in redelijkheid niet van de inlener worden verlangd dat hij maatregelen moest nemen die het ongeval had kunnen voorkomen. De vordering wordt afgewezen.

Zo ook weer in een van de eerste debatten die een nieuwbakken Tweede Kamerlid van de VVD mocht voeren. Deze Sjoerd Potters haalde, zoals dat in SC-online werd genoemd, "een klassiek liberaal" thema van stal: de knellende en belemmerende Arboregels. De heer Potters pleit voor maatwerk en zelfregulering. Nou dacht ik dat we daar, binnen de grenzen die de Arboregelgeving aangeeft, al een paar jaar volop mee bezig zijn, maar dat heeft Potters misschien gemist. Hoewel: hij wil nog een stapje verder gaan: bedrijven met een goede track record (Potters is zo te horen internationaal georienteerd) zouden moeten worden vrijgesteld van sommige regels! Dus als je het goed doet, maak je als bedrijf je eigen regels die wat minder zijn dan voor de rest van de sector. Hoezo: concurrentievervalsing?
Op het vliegveld werken volgens Weyts zo'n 300 tot 400 leden van de luchtvaartpolitie, een onderdeel van de federale politie. "Die politie kreunt al jaren onder een gebrek aan mensen en middelen. Onder druk van talloze burgemeesters en parlementsleden uit de eigen meerderheid geeft de federale regering altijd meer gehoor aan de vragen van de lokale politie. De luchtvaartpolitie blijft stiefmoederlijk behandeld", aldus Weyts.
Dat schrijft Het Financieele Dagblad op de voorpagina op basis van eigen onderzoek. De groep bestaat voor twee derde uit schoonmakers en glazenwassers. Naast het fonds voor het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf hebben al elf fondsen hun deelnemers verblijd met het nieuws dat de aangekondigde korting voorlopig van de baan is. Uit cijfers van de Nederlandsche Bank (DNB) bleek al eerder dat in totaal 28 fondsen niet hoeven te korten, terwijl ze het wel hadden aangekondigd.
