artikel

Niet aansprakelijk voor ongeval stukadoor

Veilig werken

De stukadoor gaat via de achterdeur naar binnen en vertrekt aan het eind van de dag via de voordeur. De grond voor het huis was niet was geegaliseerd en lag 30 cm lager dan de drempel van de voordeur. Hij draagt een metselkuip met een restant specie en wat gereedschap, verstapt zich en verzwikt zijn linkerenkel waarbij zijn enkelbanden scheuren. De enkel wordt in het gips gezet. Later treedt een posttraumatische spierdystrofie op en hij komt vanaf eind 1998 in een rolstoel terecht. Begin 2000 krijgt hij een drietal infarcten waardoor zijn rechter lichaamshelft uitvalt.

 

De stukadoor is sinds januari 1998 volledig arbeidsongeschikt en stelt zijn werkgever aansprakelijk voor de schade van het ongeval. De werknemer wijst op art. 3.11 en 3.26 Arbobesluit. Daarin staat dat vloeren van arbeidsplaatsen zoveel mogelijk vrij van oneffenheden moeten zijn. Er was een veiligheidsrisico en de werkgever heeft zijn zorgplicht geschonden door geen voorzorgen te treffen.

 

Volgens de werkgever hadden veiligheidsmaatregelen of -instructies de kans op het verzwikken van de enkel niet kunnen voorkomen. Het ging slechts om een gering hoogteverschil. De stukadoor heeft zijn enkel verzwikt toen hij het huis verliet. Zijn zicht was beperkt doordat hij de speciekuip voor zich uitdroeg.

 

De kantonrechter kent de vordering toe omdat van de werkgever redelijkerwijs verlangd had kunnen worden dat hij het hoogteverschil tussen de nieuwbouwwoning en grond had moeten ophogen of anderszins veilig overbruggen. De werkgever gaat in beroep.

 

Het hof vindt dat in beginsel de werkgever op grond van art. 7:658 Burgerlijk Wetboek aansprakelijk is. Het werk werd door de werknemer in een nieuwbouwwoning uitgevoerd. Er was bij het verlaten van de woning geen sprake van een kuil of een ander obstakel waarvoor extra veiligheidsmaatregelen nodig zijn, maar van een niveauverschil. Daarop zou een ervaren stukadoor in redelijkheid bedacht moeten zijn. Dit soort hoogteverschillen zijn op een bouwplaats gebruikelijk en het is algemeen bekend dat men uit moet kijken waar men zijn voeten neerzet. De zorgplicht van een werkgever om te zorgen voor een veilige werkplek gaat niet zover dat hij ook voorzorgsmaatregelen, zoals een risico-inventarisatie of ophoging van de bouwondergrond had moeten treffen. Hij hoefde in dit geval ook geen specifieke instructies te geven.

 

Daarom vindt het hof dat de werkgever in redelijkheid geen maatregelen had kunnen nemen om het – overigens zeer te betreuren – ongeval te voorkomen. Het vonnis van de kantonrechter wordt vernietigd en de vorderingen van de werknemer wordt afgewezen.

Reageer op dit artikel