artikel

Discriminatie van niet-Japanners

Veilig werken

Die toestemming wordt verleend. Een werkneemster is lid van de personeelvertegenwoordiging (PVT) dus voor haar geldt een opzegverbod. Voor de ontbinding van haar arbeidsovereenkomst stapt de werkgever naar de rechter. De kantonrechter stelt vast dat de werkgever de organisatie van 37 personen wil inkrimpen tot 20 personen.

 

De rechter constateert ook, dat alle medewerkers die bij de reorganisatie hun baan verliezen de niet-Japanse nationaliteit hebben. De enige medewerker met de Japanse nationaliteit bij de afdeling Hotel Department is overgeplaatst naar een andere afdeling. Van de resterende werknemers na de reorganisatie zijn er 15 Japans en 5 niet.

 

Dat brengt de rechter tot de conclusie dat sprake is van indirect onderscheid nationaliteit, omdat door de reorganisatie uitsluitend personen met de niet-Japanse nationaliteit worden getroffen. De werkgever heeft geen goede  verklaring voor dit onderscheid kunnen geven. Zo’n onderscheid kan worden gerechtvaardigd door een legitiem doel. Maar in dit geval is dat niet aannemelijk geworden.

 

Weliswaar was er voldoende noodzaak voor een reorganisatie, maar daaruit volgt niet automatisch dat specifiek de afdeling Hotel Department (onweersproken de meest winstgevende afdeling) moest worden opgeheven en de arbeidsovereenkomst van 14 niet-Japanse werknemers moest worden beeindigd. Andere alternatieven, zoals ook door de PVT zijn voorgesteld, waren mogelijk. Het ontbindingsverzoek moet worden afgewezen.

 

Reageer op dit artikel