artikel

Twijfel over val van trap

Veilig werken

De dag erop meldt hij zich ziek en bezoekt zijn huisarts. Op 6 november hervat hij zijn werk, maar op 15 november meldt hij zich opnieuw ziek. Hij zou op 1 november van een trap gevallen zijn, doordat hij onwel raakte wegens oververmoeidheid. Dat kwam, volgens hem, door de vele uren die hij moest maken zonder voldoende rustpauzes. Door zijn val is hij arbeidsongeschikt geraakt, en hij stelt zijn werkgever aansprakelijk voor de gevolgen. De kantonrechter wijst de vordering af, omdat de werknemer onvoldoende heeft aangetoond dat hij inderdaad van een trap is gevallen. De werknemer gaat in beroep.

 

Het gerechtshof stelt dat als het gaat om een ongeval in werktijd, die vordering moet worden beoordeeld op basis van art.7:658 BW (de zorgplicht) en niet alternatief of aanvullend op grond van art. 7:611 (goed werkgeverschap). Volgens art. 7:658 BW moet de werknemer aantonen dat hij schade heeft geleden tijdens de uitvoering van zijn werkzaamheden. Dat betekent in dit geval dat hij moet bewijzen dat hij van de trap is gevallen en daardoor arbeidsongeschikt is geraakt. Als dat lukt is de werkgever in beginsel aansprakelijk voor de schade, tenzij die aantoont dat hij niet is tekortgeschoten in zijn zorgplicht of dat nakoming van die zorgplicht het ongeval niet zou hebben voorkomen.

 

Naast het slachtoffer heeft alleen een collega verklaard dat hij van de trap is gevallen. Maar die verklaring was op meerdere plaatsen tegenstrijdig met een eerdere schriftelijke verklaring en wordt als onbetrouwbaar opzijgezet. De werknemer heeft zich destijds met een pijnlijk hoofd en een bebloede doek bij de EHBO-post gemeld. Maar de verpleegkundige heeft bij nadere inspectie geen wond kunnen vinden. De overige aangevoerde stukken acht het hof niet voldoende voor het bewijs dat de man gevallen is, omdat geen van de opgevoerde getuigen bij de val aanwezig was. Ook de diagnose van de huisarts dat de man een lichte hersenschudding had voldoet niet, omdat die diagnose is gesteld op basis van het verhaal van het slachtoffer zelf.

 

Daarom vindt het hof dat de man er voorlopig niet in geslaagd is te bewijzen dat hij tijdens zijn werk inderdaad van de trap is gevallen. Maar het hof laat hem toe tot nadere bewijslevering. Daarbij moet hij ook aantonen dat er sprake was van (te) veel gewerkte uren. Als daaruit blijkt dat de werkgever de arbeidstijdenwet heeft overtreden, heeft hij zijn zorgplicht geschonden.

 

Wilt u meer jurisprudentie? Lees Vakblad Arbo>>

Reageer op dit artikel