artikel

Ladder weggegleden

Veilig werken

De Arbeidsinspectie (thans: Inspectie SZW) onderzoekt het ongeval en concludeert dat de ladder was opgesteld op een plaats waar sneeuw en ijsresten lagen en dat er geen maatregelen waren genomen om wegglijden van de ladder te voorkomen. Wegens overtreding van artikel 7.23a Arbobesluit, krijgt de werkgever een boete van 9.000 euro. Bezwaar en beroep worden ongegrond verklaard en de werkgever tekent hoger beroep aan.

 

Volgens de werkgever is het slachtoffer niet uitgegleden met de ladder. Hij had die tegen de zijkant van de muur gelegd en is op de steiger onwel geworden. Ook was de plaats waar de ladder stond zorgvuldig sneeuwvrij gemaakt. Verder was de werknemer goed geinstrueerd, omdat het afborgen van ladders uitvoerig was besproken in een toolboxmeeting.  Tenslotte was volgens hem  de uitvoerder op de bouwlocatie geweest om te kijken of die sneeuwvrij was gemaakt.

 

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State gaat daar niet in mee. De werknemer heeft een zware hersenschudding en twee gebroken ribben opgelopen. Ook heeft een collega verklaard, dat hij een schreeuw hoorde en daarna de werknemer op zijn rug op de steigervloer zag liggen. Gezien het letsel en deze verklaring is het aannemelijk dat de werknemer is gevallen door het wegglijden van de ladder.

 

De rechtbank is er terecht van uitgegaan dat het wegglijden van de ladder niet is voorkomen door de boven- of onderkant vast te zetten of door het gebruik van een antislipvoet. Daarmee is art. 7.23a Arbobesluit overtreden. De werkgever heeft niet aannemelijk gemaakt dat deze risico’s voldoende waren geinventariseerd. Uit de RI&E blijkt dat slechts op algemene wijze aandacht is besteed aan het werken op locatie. Daarmee zijn de risico’s van het werken met ladders in dergelijke weersomstandigheden niet onderkend. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat de nodige voorzorgsmaatregelen waren getroffen en dat er voldoende is toegezien op de naleving. Het enkel geven van voorlichting aan uitvoerders over het juiste gebruik van ladders aan de hand van de ‘Abomafoon’ (digitaal informatiewijzer over arbo in de bouw, TR), waarna de informatie mondeling werd doorgegeven aan de werknemers, is onvoldoende.

 

Daarom kan niet worden gezegd dat de werkgever geen enkele schuld heeft aan de overtreding. Omdat een goede RI&E ontbrak, is niet voldaan aan de eerste matigingsgrond van Beleidsregel 33. De matigingsgronden zijn cumulatief en daarom komen de volgende twee matigingsgronden (voorlichting en toezicht) niet meer in aanmerking. De boete is daarom terecht opgelegd.

 

 

Wilt u meer jurisprudentie? Lees Vakblad Arbo>>

Reageer op dit artikel