artikel

Ongeval in Noorwegen naar Nederlands recht beoordeeld

Veilig werken

Twee man scheppen de ringen in een zak en een derde houdt die open. De volle zak (10 a 20 kg) wordt door de laatste persoon handmatig opgehesen naar een mangat op zo’n 20 meter hoogte waar een vierde man de zak aanpakt. Een vijfde persoon leegt de zak vervolgens in een stortkoker.

 

Een volle zak wordt steeds met twee schroefkarabiners aan de vier lussen (van de zak) vastgezet. Op enig moment komt bij het hijsen een volle zak tegen een obstakel aan de binnenkant van de toren, waardoor de hijsmanoeuvre wordt onderbroken. De hijser viert het hijstouw enigszins om daarna met een forse ruk (kennelijk met de bedoeling het obstakel met enige kracht te passeren) de zak verder op te hijsen. Daarbij raakt de zak los en valt naar beneden. De mannen proberen de vallende zak te ontwijken, maar de werknemer – die op dat moment geen helm draagt – wordt op hoofd en schouders geraakt. In het ziekenhuis wordt een nekbreuk vastgesteld. Een maand later wordt hij uit het ziekenhuis ontslagen en in Nederland verder behandeld.

 

Hij heeft nog steeds klachten en stelt de detacheerder aansprakelijk voor de gevolgen van het ongeval. De kantonrechter stelt hem in het gelijk en de werkgever tekent beroep aan. De werkgever erkent dat hij de materiele werkgever is, maar betwist dat hij zijn zorgverplichting niet is nagekomen.

 

Het hof stelt dat volgens artikel 3.17 Arbobesluit het gevaar te worden geraakt door vrijkomende voorwerpen zoveel mogelijk moet worden voorkomen. Volgens artikel 7.18 moeten hijs- en hefwerktuigen zo zijn opgesteld dat de kans dat een last valt, zo klein mogelijk is. Ook moet worden voorkomen dat werknemers onder een hangende last staan.

 

Al dit soort maatregelen ontbraken. Zelfs al was het hijsmateriaal deugdelijk en waren heldere instructies gegeven voor het hijsen, dan nog waren de werknemers op geen enkele wijze tegen het valgevaar beschermd. Het alleen verschaffen van een helm is daarvoor niet genoeg, zeker nu het moeilijk was om te ontsnappen aan de vallende zak vanwege de afmetingen van de toren.

 

Weliswaar is de Nederlandse wetgeving in Noorwegen niet rechtstreeks van toepassing, maar dat laat onverlet dat deze wet- en regelgeving tenminste indirect bepalend is voor de omvang van de zorgplicht zoals bedoeld in art. 7:658 BW van een Nederlandse werkgever ten opzichte van zijn Nederlandse werknemer.

 

Wilt u meer jurisprudentie? Lees Vakblad Arbo>>

Reageer op dit artikel