artikel

actueel

Wetgeving

Mensen die slecht kunnen slapen, presteren wel degelijk minder goed. Maar zij verbloemen dit vaak door extra hard te werken. Dit concludeert Michel Varkevisser in zijn promotieonderzoek aan de Universiteit van Amsterdam. Het onderzoek van Varkevisser weerlegt eerdere bevindingen. Tot dusverre wees onderzoek niet uit dat chronisch slecht slapen nadelig uitpakt voor prestaties op het werk.

 

Varkevisser baseert zijn conclusie op een gecontroleerd laboratoriumexperiment waarbij de onderzoekspersonen 24 uur niet mochten slapen. Onder deze omstandigheden presteerden mensen met ernstige slaapproblemen duidelijk minder. In normale omstandigheden klaagden de slechte slapers weliswaar over vermoeidheid, slaperigheid, verslechterde stemming en minder concentratievermogen, maar waren de prestaties er niet minder om. De onderzoeker concludeert hieruit dat mensen met chronische slaapklachten minder functioneren als zij op zichzelf aangewezen zijn (saaie omstandigheden). Onder redelijk normale omstandigheden doen zij extra hun best op taken, waardoor de prestaties er niet onder lijden. Zij lijken hierdoor redelijk mee te komen op het werk, maar het tekort aan slaap wreekt zich op de lange termijn. Het leidt tot een slechtere stemming en oververmoeidheid en een grotere kans op ziekteverzuim.

 

Ongeveer een vijfde van de Nederlanders heeft regelmatig moeite om de slaap te vatten. Zes procent heeft chronische slaapklachten. Volgens de onderzoeker worden slaapklachten te weinig onderkend als oorzaak van ziekteverzuim door werknemers.

 

Fouten in het ontwerp en in de controle van de steiger zijn de oorzaak van het ongeluk in de Amercentrale op 28 september 2003. Dat concludeert de actualiteitenrubriek NOVA op basis van een justitierapport dat ze in handen kreeg. TNO onderzocht het ongeluk voor Justitie, zo meldt het TV-programma. Bij het ongeluk kwamen vijf mensen om het leven en raakten drie mensen zwaargewond toen de steiger waarop ze aan het gritstralen waren, instortte. Uit het rapport zou blijken dat de steiger niet goed gebouwd was en de controle faalde. De onderaannemer van hoofdaannemer Hertel, steigerbouwer Albuco, zou volgens het rapport een ontwerp hebben gemaakt zonder uitvoeringstekening om zo kosten te besparen. Bovendien berekende de constructeur de stabiliteit maar tot 21 meter hoogte, terwijl de steiger 70 meter hoog was. Verder had de steiger verankerd moeten zijn, ‘een basale regel’, aldus de voorzitter van de Europese stuurgroep Steigerbouw Henk Lenting in Nova. Dit werd volgens Lenting achterwege gelaten om kosten te besparen. Ook hielden de bouwers zich niet aan de bouwtekening door minder ondersteunende buizen te plaatsen waardoor grote delen van de onderkant van de steiger niet ondersteund werden. Controleurs constateerden dat steigerbuizen drie tot tien centimeter doorbogen. Ze grepen niet in en lieten het werk doorgaan. De noodmaatregelen die ze troffen, werkten volgens Lenting averechts. ‘Alsof je een auto op een helling wil tegenhouden door een steen voor in plaats van achter het wiel te leggen (…). Ik kan niet anders concluderen dan dat hier onder grote tijdsdruk is gewerkt.’

 

En dat is precies wat veiligheidskundige Arie van Soest vermoedde. Hij zei in Arbo nummer 11–2003 dat het werk af moest omdat anders door condens en roestvorming het werk weer van voren af aan kon beginnen. De bij de opbouw van de steiger en bij de reddingsactie betrokken Van Soest verklaarde toentertijd dat de steiger op 22 september werd goedgekeurd en dat alle procedures in acht werden genomen. Bovendien deed Van Soest nog enkele aanpassingen die ook werden uitgevoerd. Maar dat betrof een arbo-inspectie en geen technische inspectie, zo verklaart Van Soest nu. ‘Het is geen zaak meer voor mij, maar ik onthoud me even van commentaar tot de strafzaak geweest is. Wel wil ik kwijt dat ik me met arbo-inspectie bezig heb gehouden. Die was in orde. De arbo-inspectie is een hele andere inspectie dan waar NOVA op doelt. Ik doe geen steigerkeuringen .’

 

De redactie van NOVA verklaarde dat vier essentiele foto’s van de ramp waarop doorgebogen steigerbuizen stonden uit het dossier waren gehouden. Ze zouden later pas boven tafel zijn gekomen. Alle foto’s van de ingestorte steiger waren van Van Soest. ‘Het is bij Justitie duidelijk hoe het kan dat die vier ontbreken. Als Justitie goed haar werk doet, komt de aap tijdens de zitting uit de mouw. Mij treft in ieder geval geen blaam .’ Van Soest denkt niet dat hij aanwezig zal zijn bij de rechtszaak. ‘Daarvoor ben ik nog te emotioneel. Ik wou dat ik alles van tevoren geweten had, maar het technische aspect gaat ver boven mijn competentie.’

 

Toenemende concurrentie bedreigt de veiligheid binnen de chemische industrie. Dat stellen onderzoekers in het rapport ‘Trend of incident’, een verkennend onderzoek naar de veiligheid in de procesindustrie.

 

Volgens het rapport leggen chemische bedrijven door internationale concurrentie en beursnoteringen de nadruk op kortetermijnbedrijfsresultaten. Langetermijnveiligheidsen onderhoudsdivisies krijgen minder ruimte. Er is een tekort aan vakbekwaam personeel en bij uitbesteding van onderhoud en ander (risicovol) werk wordt eerder gelet op kosten dan op kwaliteit en veiligheid. Ook de veroudering van installaties vraagt komende jaren extra aandacht, terwijl juist door fusies en overnames het overzicht van beheer en onderhoud van de installaties ingewikkelder is geworden.

 

Staatssecretaris Van Hoof van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wil daarom jaarlijks afspraken maken met de sector over verbetering van de veiligheid. Volgens Van Hoof is er een relatief kleine kans op ongevallen, maar als het misgaat, kunnen de gevolgen zeer ernstig zijn. ‘Het voorkomen van ongevallen vereist een voortdurende waakzaamheid, ook als een bedrijf een periode geen incidenten meemaakt. Dit stelt niet alleen hoge eisen aan het veiligheidsmanagement, maar ook aan het veiligheidsbewustzijn en de veiligheidscultuur in de bedrijven’, aldus Van Hoof in een brief aan de Kamer.

 

Aanleiding voor het onderzoek was een groot aantal incidenten met gevaarlijke stoffen in 2002 en 2003. Het Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement en DHV kregen daarop de opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te onderzoeken welke invloed trends in de procesindustrie de afgelopen twintig jaar hebben gehad op de veiligheid. Volgens de onderzoekers is er veel vooruitgang geboekt. Maar zij waarschuwen dat ontwikkelingen of trends ook kunnen ‘doorschieten’ of een negatieve invloed kunnen hebben op veiligheid.

 

De Arbeidsinspectie (AI) controleert tot oktober gericht funderingswerkers en betonstaalvlechters in de bouw. Naast reguliere inspecties neemt de AI ieder jaar de arbeidsomstandigheden van enkele beroepsgroepen in de bouw speciaal onder de loep. Funderingswerkers en betonstaalvlechters hebben een hoog ziekteverzuim en lopen een grote kans op arbeidsongeschiktheid. De AI controleert of de bouwplaats veilig te bereiken is, funderingsmachines niet kunnen kantelen en of werknemers voldoende vakbekwaam zijn. Ook let zij op het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen en het lawaai op de bouwplaats. Betonvlechters mogen zich niet kunnen verwonden aan het betonstaal.

 

Computertechnologie is volledig geintegreerd in het dagelijks leven en in de privesfeer. Werkenden zitten, thuis en op het werk, gemiddeld zeventien uur per week achter de computer. Arbeidsongeschikten zo’n acht uur per week. Dat blijkt uit de publicatie ‘Verzonken technologie’ van het Sociaal Cultureel Planbureau. Mannen, leidinggevenden en flexwerkers hebben volgens het rapport minder kans op RSI.

 

Door het Bedrijfszorgpakket (BPZ) van zorgverzekeraar VGZ-IZA is het verzuim bij 77 procent van 179 werkgevers gedaald. Dat blijkt uit een effectmeting door de verzekeraar zelf. Werkgevers bespaarden 20,3 miljoen euro aan verzuimkosten. Van de werknemers was 93 procent (zeer) tevreden. 250 bedrijven met in totaal 115.000 werknemers maken gebruik van het BZP.

 

De Stoffenmanager is voortaan beschikbaar via de website van Arbo Platform Nederland, www.arbo.nl. De Stoffenmanager is een digitaal hulpmiddel voor het midden- en kleinbedrijf bij het opstellen van een RI&E, Plan van Aanpak, werkplekinstructiekaarten (WIK) en bij de opslag van gevaarlijke stoffen (zie ook artikel op pagina 56).

 

Oudere werknemers vinden arbomaatregelen in hun bedrijf belangrijker dan jongere. Dat blijkt uit een deelrapportage over de Nationale Enquete Arbeidsomstandigheden door TNO onder tienduizend werknemers. Ouderen werken vaker in vaste dienst en ervaren meer werkdruk en emotionele belasting. Ook gezondheidsklachten, RSI, chronische ziekten en arbeidshandicaps nemen met de jaren toe.

 

Bureau Beroepsziekten FNV dient een klacht in tegen een medisch adviseur van een verzekeraar voor het schenden van het beroepsgeheim. Tijdens een rechtszaak overlegden advocaten van de verzekeraar het volledige medisch dossier aan de rechter. Bureau Beroepsziekten onderneemt gericht actie om dergelijke praktijken aan de kaak te stellen. Er lopen al zaken tegen een arboarts en een verzekeringsarts.

 

Nederlandse werknemers behoren tot de meest ontevreden werknemers van Europa. Dat stelt onderzoek van arbeidsbemiddelaar Kelly Services. Maar in een ander ‘geluksonderzoek’ door Randstad Uitzendbureau geven werkende Nederlanders zichzelf toch een 7,1 op de geluksschaal. Volgens het ‘Kelly World at Work’-onderzoek onder veertienduizend werknemers in twaalf landen is slechts 45 procent van de Nederlanders tevreden met zijn huidige baan. Scandinaviers (68 procent) en Fransen (61 procent) zijn het meest tevreden; Belgen scoren met 35 procent het laagst. Werknemers op directie- en managementniveau vinden het werk het leukst. Het minst tevreden zijn werknemers in de reiswereld en handel. In het ‘geluksonderzoek’ van Randstad zegt de helft van de werkenden in Nederland dat ‘werk gelukkig maakt’. Of we het werk leuk vinden, hangt meer af van de sfeer op de werkvloer en het contact met leidinggevenden dan van het salaris, stelt het Randstad-onderzoek.

 

Bedrijven voldeden vorig jaar beter aan de Arbowet. Dat schrijft de Arbeidsinspectie in haar jaarverslag over 2004. In dat jaar leidde bijna de helft van de arbo-inspecties tot een waarschuwing, boete of het stilleggen van het werk. In 2003 werd nog bij 57 procent van de inspecties ingegrepen. De verbetering komt deels omdat de inspectiedienst in 2004 minder streng was als een risico-inventarisatie en -evaluatie ontbrak. In totaal werden 3100 boetes opgelegd voor een gezamenlijk boetebedrag van ruim zeven miljoen euro. Dat is acht procent meer dan in 2003. In 179 gevallen kreeg de werknemer een boete. De AI signaleerde de meeste overtredingen in de sectoren commerciele dienstverlening en bouw. De AI besteedde 34 procent van haar tijd aan inspectieprojecten gericht op arbeidsomstandigheden. Inspecties na meldingsplichtige arbeidsongevallen vergden 22 procent van de capaciteit. Het toezicht op risicobeheersing van zware ongevallen, de zogeheten Major Hazard Control, bedroeg 11 procent van de inzet.

 

Het rommelt in de operatiekamers (OK’s) van ziekenhuizen. Anesthesisten blijken zelf risico’s te lopen als zij patienten onder narcose brengen.

 

Vooral lachgas, Entonox, staat inmiddels in een kwaad daglicht. Het Haagse ziekenhuis Leyenburg stopte het gebruik van dat narcosemiddel. In tien jaar kregen zes van negentien zwangere verpleegkundigen een gehandicapt kind.

 

Maar ook in recent onderzoek van de Universiteit van Amsterdam klaagt anesthesiepersoneel, meer dan IC-verpleegkundigen of medisch-administratief personeel, over vermoeidheid, hoofdpijn en maagpijn. Ook hadden zij tintelingen en een dof gevoel in de ledematen en waren ze vaker duizelig en lusteloos. De verdenking gaat uit naar het veelvuldig toedienen van narcosemiddelen.

 

Het narcosemiddel lachgas vormt een ernstig risico voor vrouwen die pas zwanger zijn. De Inspectie voor de Gezondheidszorg roept inmiddels ziekenhuizen op terughoudend te zijn met het narcosemiddel. Volgens Inspecteur-generaal Kingma van de Gezondheidsraad gaat het erom dat je er op een goede manier mee omgaat. ‘Je moet gassen goed afzuigen en je kunt jonge vrouwen misschien beter weghouden van dit soort behandelingen’, aldus Kingma in een reactie. De Arbeidsinspectie gaat de controle in ziekenhuizen op het gebruik van lachgas uitbreiden. Voor volgend jaar staan controles in OK’s gepland, maar de inspectiedienst betrekt hier nu ook verloskamers en eerstehulpafdelingen bij. Tegelijk kijkt zij naar risico’s voor werknemers die werken met kankerremmende medicijnen.

 

De Europese Commissie komt kleinere chemische bedrijven tegemoet bij de komende verplichte test van 30.000 stoffen. Dit heeft de Europese Commissaris Verheugen (industrie) toegezegd tijdens een vergadering in Luxemburg over de zogeheten REACH-test. Bedrijven moeten binnen het REACH-programma (Registratie en Evaluatie en Autorisatie van Chemische Stoffen) 30.000 van de 100.000 bekende stoffen laten onderzoeken op hun risico’s voor mens en milieu. Het gaat om stoffen die al voor de nieuwe testplicht in 1990 in gebruik waren. Volgens Han de Groot, milieusecretaris van MKB Nederland, is de toezegging uit Europa in het voordeel van zo’n 150 tot 200 kleinere Nederlandse chemische bedrijven, producenten en importeurs. De tegemoetkoming heeft volgens hem betrekking op het tempo van testen en registreren van chemische stoffen. De Groot: ‘Dat is nu de discussie. Je kunt prioriteiten stellen. Bijvoorbeeld eerst de grote hoeveelheden bulkchemicalien testen en registreren en wat meer uitstel verlenen voor stoffen waar kleinere chemische bedrijven mee werken.’ Hij benadrukt dat de REACH-testen niet gelden voor zakelijke eindgebruikers binnen het midden- en kleinbedrijf. ‘Dat is een wijdverspreid misverstand’, aldus De Groot.

 

Binnen de agrarische sector is veel onwetendheid over het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Hoveniers en werknemers in de glastuinbouw maken daardoor weinig gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen. Dit stelt FNV Bondgenoten in het rapport ‘Bestrijdingsmiddelen, weet waar u mee werkt’. De bond hield een schriftelijke enquete in de sector ‘agrarisch groen’. Er kwamen achthonderd vragenlijsten terug van werknemers die spuitwerk (spuiters) of gewaswerk (opbinden, snoeien, oogsten) doen. Volgens de bond geeft het rapport daarmee een ‘indicatie’ van wat er in de sector aan de hand is. Tachtig procent van de bedrijven heeft persoonlijke beschermingsmiddelen, maar die worden niet consequent gedragen. Adembescherming wordt slechts door 39,3 procent van de werknemers gebruikt en huidbescherming (handschoenen) door 76,6 procent.

 

De bond vindt het ‘zeer verontrustend’ dat de helft van de spuiters (52,2 procent) geen adembescherming draagt tegen giftige bestrijdingsmiddelen, terwijl dit wel vaak wordt voorgeschreven. De spuiters dragen nota bene vaker beschermingsmiddelen dan de gewasbewerkers.

 

Volgens de bond ligt de oorzaak in gebrekkige voorlichting over bestrijdingsmiddelen en het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen. Ook werken in de sector veel buitenlanders die de etiketten en voorschriften niet kunnen lezen en vaak half worden geinstrueerd.

 

Aanvullend op bestaande initiatieven op brancheniveau gaat FNV Bondgenoten werknemers in regionale en landelijke voorlichtingsbijeenkomsten goed informeren over bestrijdingsmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen. De bond wil het onderwerp ook in CAO-afspraken opnemen. Voorlichting moet ook in meerdere talen beschikbaar komen, vindt de bond. Verder moet de Arbeidsinspectie strenger toezien op de sector en kunnen arboconvenanten wellicht aangescherpt worden, stelt Bondgenoten. Het is niet de eerste keer dat de Arbeidsinspectie wijst op het gevaar van bestrijdingsmiddelen in de glastuinbouw. Bij een eerdere inspectie constateerde de AI bij 150 van de 231 onderzochte bedrijven overtredingen. Bij eerder onderzoek was driekwart van de bedrijven in overtreding. Volgens de AI werkt de sector serieus aan verbeteringen.

 

Er zijn onvoldoende gegevens over tin en anorganische tinverbindingen om de gezondheidskundige gevolgen van beroepsmatige blootstelling aan deze verbindingen in de lucht te beoordelen. Dat concludeert de Gezondheidsraad in het adviesrapport ‘Tin and inorganic tin compounds; health based recommended occupational exposure limit’. Tin wordt vooral gebruikt als coating voor andere metalen ter bescherming tegen corrosie. Daarnaast is het een component van legeringen. Mensen die langdurig blootgesteld worden aan tin of tinverbindingen, kunnen stoflongen ontwikkelen. Maar dit leidt niet tot een mindere longfunctie. Het advies is te bestellen bij de Gezondheidsraad in Den Haag.

 

Arbodienst Arbo Unie gaat sneller reorganiseren. Nu al wordt begonnen aan de tweede fase van het huidige reorganisatietraject dat aanvankelijk gepland stond voor begin 2006. Arbo Unie ziet zich hiertoe genoodzaakt door de verslechterde arbomarkt. De concurrentie op de arbomarkt is volgens Arbo Unie fors toegenomen. Na jaren van groei is de arbomarkt begin dit jaar terechtgekomen in een neergang, geeft de arbodienst als verklaring voor de versnelde actie. De arbodienst startte in januari het reorganisatietraject ‘Maatvoering voor Maatwerk’. Volgens de dienst liggen het dalende ziekteverzuim, de stroomlijning van de organisatie en het weer teruggeven van eigen verantwoordelijkheid aan bedrijven ten grondslag aan de reorganisatie. Door de ingrepen moet de concurrentiepositie van Arbo Unie verbeteren. Ook moet er ruimte ontstaan om te investeren in nieuwe producten en diensten die klanten verlangen in het kader van de nieuwe Arbowet en de nieuwe zorgverzekeringswet, aldus Arbo Unie. In de eerste fase die nu is afgerond, vervielen 265 arbeidsplaatsen. Het aantal Arbo Unie regio’s werd teruggebracht van 33 naar 28 en de (regio)directie ingekrompen. In de tweede fase worden in totaal 309 arbeidsplaatsen geschrapt. ‘Aangezien personeelskosten meer dan tachtig procent van de totale kosten vormen, kunnen arbeidsplaatsen helaas niet worden ontzien’, stelt Arbo Unie. In 2003 telde Arbo Unie in totaal vierduizend medewerkers.

 

De Arbeidsinspectie en de Inspectie Verkeer en Waterstaat gaan vervoerders van vloeibare chemicalien controleren. Vooral het vervoer per tankauto en tankcontainer krijgt aandacht. In gezamenlijke acties controleren de inspectiediensten komende maanden de naleving van de Arbeidstijdenwet, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen en de Arbowet. Nagegaan wordt of bedrijven zich houden aan de rij- en rusttijden, werknemers op de hoogte zijn van noodprocedures en of chauffeurs gevaar lopen bij laden en lossen. Eerder bleek dat sommige bedrijven de regels van de Arbeids- en rusttijdenwet overtraden. Dat is erg gevaarlijk bij vervoer van chemicalien over de weg. Deze bedrijven krijgen zeker opnieuw bezoek van de inspectiediensten. Maar ook andere vervoerders krijgen controles.

 

Slaapdiensten worden niet betaald als werk, maar gelden ook niet als rusttijd. In plaats daarvan krijgen werknemers na hun dienst langer vrij. Dat compromis over slaapdiensten heeft de Europese Commissie voorgelegd aan het Europees Parlement. Het compromis is onderdeel van nieuwe richtlijnen voor arbeidstijden. Veel Europese landen zagen vorig jaar problemen opdoemen na een uitspraak van het Europese Hof dat werknemers die wachtdiensten draaien volledig moeten worden doorbetaald, zelfs als ze slapen. Een eerder voorstel van de Europese Commissie om de slaapdiensten daarom als rusttijd te definieren, werd geblokkeerd door het Europarlement. Ook gaat Europa overwerk beperken. De Commissie wil werkweken van meer dan 55 uur verbieden. Alleen in overleg met sociale partners kan hiervan worden afgeweken. De regels gelden niet voor beroepen waar dit tot praktische problemen leidt, bijvoorbeeld zeelieden. De gemiddelde werkweek op jaarbasis mag maximaal 48 uur zijn. Het kabinet werkt momenteel ook aan een wetsvoorstel voor vereenvoudiging van de Arbeidstijdenwet. Minister De Geus van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wil het voorstel nog dit jaar naar de Kamer sturen. Eerder gaf de SER al advies. Het kabinet verwerkt het SER-advies en de richtlijnen uit Europa in het voorstel. De SER wil dat de Arbeidsinspectie toeziet op naleving. Het kabinet ziet een grotere rol weggelegd voor werknemers en werkgevers.

 

Het ziekteverzuim bij gemeenten is in 2004 gedaald tot 6,4 procent. In 2003 bedroeg het verzuim nog 7,2 procent. Dit blijkt uit cijfers van het sectorfonds A + O fonds Gemeenten.

 

Vooral de vier grote gemeenten (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) waren vorig jaar succesvol in hun ziekteverzuimbeleid. De kleinere deden het iets minder goed. De Dienst Stadsbeheer (1608 medewerkers) van de gemeente Den Haag werd vorig jaar onderscheiden met een prijs voor de beste verzuimaanpak 2004. Een gemeenteambtenaar meldt zich gemiddeld iets minder dan twee keer per jaar ziek. De gemiddelde verzuimduur bedroeg vorig jaar 14,4 dagen. Het verzuim binnen de gemeenten is sinds 2000 afgenomen met 1,9 procent. Daarmee is de belangrijkste doelstelling van het Arboconvenant Gemeenten ruimschoots gehaald.

 

De markt voor arbodienstverlening is in 2004 voor het eerst in tien jaar gekrompen. Dat blijkt uit de Branchemonitor van de Brancheorganisatie Arbodiensten. Over het tweede en derde kwartaal van 2004 werd 39 miljoen euro minder omgezet dan in dezelfde periode van 2003.

 

De omzetdaling komt voor een belangrijk deel door de forse verzuimdaling en minder vraag naar ondersteuning bij reintegratie. Omdat het aantal arbeidsplaatsen bij arbodiensten verminderde, bleef de omzet per werknemer gelijk. Er werd bij de diensten stevig bezuinigd op uitgaven aan extern personeel. De omzetcijfers over 2004 houden nog geen rekening met de liberalisering van de arbodienstverlening. Het afgelopen jaar werd nog gewerkt met contracten die grotendeels al in 2003 waren afgesloten. De plannen voor de liberalisering moesten toen nog vorm krijgen.

 

De Brancheorganisatie Arbodiensten verwacht de schade beperkt te kunnen houden doordat het stigma van ‘verplichte winkelnering’ verdwijnt en arbodiensten bij bedrijven in beeld komen voor andere dienstverlening. In 2003 besteedden Nederlandse bedrijven 747 miljoen euro aan externe arbodiensten, berekende Heliview in de Arbodiensten en Reintegratiemarkt monitor 2003.

 

Reageer op dit artikel