artikel

actueel

Wetgeving

Volgens behandelaar Physical Sense geneest bijna tachtig procent van haar clienten met de Physical Sense Methode. Deze methode verklaart RSI-klachten letterlijk als iets wat tussen de oren zit. De manier waarop iemand beweegt en waarop bewegingspatronen worden vastgelegd op de hersenschors is schuldig aan RSI, zo stelt onderzoeker Hein Beijer van Physical Sense. Hij deed in de jaren 2001 en 2002 onderzoek onder 181 RSI-patienten. 141 van hen hadden na behandeling geen klachten meer, aldus Beijer. Hij stelt dat bij eerder gevolgde therapieen het genezingspercentage op 21 procent lag.

 

Professor Paulien Bongers, senioronderzoeker en RSI-deskundige van TNO Arbeid is niet onder de indruk. ‘Het is een interessante hypothese, maar die moet je wel met gecontroleerd onderzoek bewijzen.

 

En dat is dit niet. Het kan zijn dat ze patienten stiekem er uit hebben gegooid omdat ze niet aan hun criteria voldoen. Het is wel een opzienbarend verhaal, maar als je aan wilt tonen dat je vier op de vijf geneest, moet je een controlegroep hebben en mensen redelijk blind laten zijn voor hun behandeling. Je zou het dan moeten vergelijken met een gebruikelijke behandeling. Bovendien is de looptijd erg lang en kan het zo zijn dat mensen met heel veel aandacht vanzelf genezen. Een RSIpatient kan uiteindelijk wel weer functioneren, maar simpel is het niet. Je hebt tal van complexe factoren die tot RSI leiden die ook een grote variatie aan behandelingsmogelijkheden vereisen.’

 

De meningen zijn verdeeld. Is de spectaculaire daling van het ziekteverzuim in Nederland nu te danken aan de Wet Verbetering Poortwachter of de economische recessie? Feit is dat in het bedrijfsleven het ziekteverzuim in 2003 met elf procent daalde in vergelijking met 2002. Bij de rijksoverheid was de afname vier procent. Dat schrijft het Centraal Bureau voor de Statistiek in een rapport dat vorige maand openbaar werd. Het CBS ziet wijzigingen in de wetgeving rond ziekteverzuim, de verbetering van arbeidsomstandigheden en de economische teruggang als mogelijke oorzaken.

 

In 2003 was het ziekteverzuim bij particuliere bedrijven gemiddeld 4,8 procent. Dit betekent dat per dag een op de 21 werknemers in het bedrijfsleven ziek thuis bleef.

 

Dit is fors minder dan in 2002, toen het ziekteverzuim 5,4 procent bedroeg. Het verzuim in het bedrijfsleven is sinds 1997 niet meer zo laag geweest.

 

Ook het UWV signaleert een hoopgevende trend. In 2003 daalde de WAO-instroom met maar liefst 28 procent. In haar jaarverslag schrijft de uitkeringsorganisatie dat in 2003 66.000 nieuwe WAOuitkeringen werden verstrekt tegen ruim 92.000 in 2002.

 

De uitstroom bleef met 36.400 nagenoeg gelijk aan het jaar daarvoor.

 

De instroom in de WW steeg door de dalende conjunctuur wel fors. Eind 2003 verstrekte het UWV ruim 280.000 WW-uitkeringen, 37 procent meer dan in 2002.

 

UWV schrijft dat bijna 26.600 uitkeringsgerechtigden eind 2003 met succes een reintegratietraject afrondden. De doelstelling was dertig procent van de arbeidsongeschikten en veertig procent van de werklozen weer aan een baan te helpen. Die doelstelling is ruimschoots gehaald, aldus het UWV.

 

Bijna 19.000 arbeidsongeschikten en bijna 7.800 werklozen vonden weer een baan. Dat is respectievelijk 39 en 46 procent, schrijft de uitkeringsinstantie.

 

In Zwolle heeft op 15 april de Nederlandse Vereniging van Veiligheidskundigen (NVVK) voor de tiende keer de Prijs voor de Veiligheidskunde uitgereikt. De prijs in de categorie MVK-opleidingen ging naar E.J. de Reus voor zijn scriptie ‘De onderschatte risico’s bij werkzaamheden in een kraakfornuis. Besloten ruimte’.

 

Volgens de jury, die onder leiding stond van John Stoop, kreeg De Reus de prijs omdat ‘de scriptie ingaat op de onderschatte risico’s bij werkzaamheden in een kraakfornuis.

 

Elk relevant aspect wordt op illustratieve wijze geanalyseerd en van verbetervoorstellen voorzien.

 

Hoewel de scriptie lijkt in te gaan op een specifiek probleem is ze door de gekozen aanpak bruikbaar voor anderen die soortgelijke werkzaamheden in besloten ruimten willen beoordelen. Deze generieke bruikbaarheid tezamen met de goede verzorging onderscheidt de scriptie en maakt deze tot een duidelijke prijswinnaar.’

 

In de categorie postdoctorale opleidingen sleepte J. Rooijmans de Prijs voor de Veiligheidskunde 2004 in de wacht. Zijn scriptie

 

‘Kijk ook eens door een rietje. Sturing op hoofdlijnen vergt oog voor detail’ oogstte veel lof. Volgens de jury geeft het werk op ‘heldere wijze een zakelijke en interessante analyse van fenomenen die de operationele besluitvorming van de bevelvoerder bij de brandweer beinvloeden. Het werk bouwt voort op de lijn van analyses die door eerdere NVVK-prijswinnaars is ingezet. Het resultaat is door de gedegen theoretische onderbouwing ook buiten de brandweer toepasbaar in situaties waarin geimproviseerd moet worden en enige afstandelijke waarneming van risico’s de kwaliteit van de besluitvorming en de veiligheid van het ingezette personeel kan verhogen.

 

De scriptie onderscheidt zich door een heldere en systematische analyse van bronnen, en verwerking van informatie tot een toegankelijk betoog en conclusies.

 

Door het toegankelijk maken van een nieuw kennisdomein voor praktische toepassing in een veiligheidskundige context draagt dit werk bij aan nieuwe inzichten over bevelvoering in een risicovolle omgeving’, aldus de jury. Ook in deze categorie kreeg ir. C.A. Zemering een eervolle vermelding voor zijn scriptie ‘Scenario Based Auditing.

 

An Audit Methodology for Prevention of Major Catastrophes’.

 

In de categorie HVK-opleidingen kreeg P.A.H. Klein een eervolle vermelding voor zijn scriptie ‘Integratie van de RI&E met het interne EHS-proces’.

 

De Europese Commissie moet nog voor de zomer de Europese arbeidstijdenrichtlijn aanpassen, zodat lidstaten zelf kunnen bepalen of een slaapdienst als arbeidstijd moet worden gerekend. Dat schrijft het kabinet aan Brussel.

 

Als Europa de richtlijn niet aanpast, dreigt Nederland minimaal 450 miljoen euro te moeten investeren voor voldoende personeel in ziekenhuizen, welzijnsinstellingen, bij brandweer en defensie, stelt het kabinet. In dat geval is, volgens het kabinet, aparte wetgeving voor aanwezigheidsdiensten nodig. Juist nu Nederland de Arbeidstijdenwet sterk wil versoepelen, dreigt het Europese Hof van Justitie roet in het eten te gooien. September vorig jaar oordeelde het Hof in het arrest van de Duitse arts Jager dat de tijd die een Duitse arts rustend tijdens een beschikbaarheiddienst (aanwezigheidsdienst) doorbrengt, moet worden gezien als arbeidstijd. Direct na afloop van de dienst moet compenserende rusttijd worden gegeven.

 

Door de uitspraak tellen zogeheten wacht- of slaapuren voortaan mee voor de maximaal toegestane arbeidsduur per week. Dit heeft grote consequenties voor roostermakers en piket- en wachtdiensten.

 

Het kabinet voelt weinig voor de ‘opt out’-clausule. Deze clausule maakt het mogelijk om met toestemming van de werknemer de gemiddelde maximale arbeidsduur van 48 uur niet toe te passen. Maar volgens het kabinet zijn werknemers op die manier minder goed beschermd in hun rechten.

 

Staatssecretaris Rutte van SZW wil na afloop van een extra inspectie in de metaalsector bekijken of de sector nieuwe beleidsregels opgelegd krijgt. Dat schrijft hij in een brief aan de Tweede Kamer. De metaalelektro haalde de toorn van vakbeweging en overheid op de hals door in het najaar 2003 eenzijdig de onderhandelingen over een arboconvenant op te zeggen. (Voor een uitgebreide motivatie hiervan zie het interview met FMECWM-voorzitter Kraaijeveld elders in dit blad).

 

De beleidsregels zouden de laatste stand van de techniek om risico’s als lasrook, schadelijke oplosmiddelen en geluid te beperken als norm nemen. Ook geeft SZW uiterlijk 1 oktober aan of er een vervangingsplicht voor organische oplosmiddelen in de sector komt.

 

Het ministerie stelt geen extra geld beschikbaar voor voorlichtingsmateriaal in de sector, zoals de vakbonden hadden gevraagd.

 

Rutte schrijft dat voorlichting een verantwoordelijkheid is van de werkgevers. De overheid trekt slechts extra de knip binnen een arboconvenant. Aangezien de arboafspraken in de metaal zijn mislukt, kan de sector extra geld vergeten.

 

Wel komen er op verzoek van de Kamer en de vakbeweging extra en intensieve inspecties.

 

De Arbeidsinspectie constateerde in 2002 bij de twaalf provincies in ons land ruim honderd overtredingen van de Arbowet. In twee gevallen leverden de overtredingen ernstig gevaar op voor werknemers of burgers. Dat schrijft de inspectie in een vorige maand verschenen notitie.

 

Vorig jaar bleken de tekortkomingen voor het grootste deel opgelost, maar van structurele aandacht van het management voor werkomstandigheden is nog geen sprake, aldus de Arbeidsinspectie.

 

Dit geldt in het bijzonder voor de arbeidsomstandigheden van buitendienstmedewerkers.

 

Zij worden onvoldoende beschermd tegen valgevaar, zo schrijft de inspectie.

 

Drie provincies zitten in het beklaagdenbankje.

 

Zij moeten volgens de inspectie nog een flinke slag maken voor ze de risico’s voor hun medewerkers goed in kaart hebben gebracht. Maar bij alle provincies schort het aan het inschatten van risico’s bij het werken met machines en gevaarlijke stoffen.

 

In Nederland werken veertienduizend mensen bij de provincie.

 

Ze krijgen te maken met risico’s als milieumetingen en het toezicht houden langs de weg, op het water en op locaties waar bodemsanering plaatsvindt. Op het kantoor wordt volgens de Arbeidsinspectie te weinig rekening gehouden met het RSI-gevaar.

 

Van twaalf giftige stoffen zijn de grenswaarden vastgesteld, dan wel gewijzigd. De subcommissie MAC-waarden van de SER besloot de maximaal aanvaarde bovengrens van de concentraties van gas, damp, nevel of stof op de werkplek aan te geven of te wijzigen voor:

 

calciumsulfaat 0,5 mg/m3, dicyaan (oxalonitril) 2 mg/m3, halothaan 0,41 mg/m3, ijzerzout van dicyclopentadieen idem 0,1 mg/m3, tetrachloorethyleen 138 mg/m3, thallium en in water oplosbare thalliumverbindingen 0,02 mg/m3, trichloorfenoxyazijnzuur (2,4,5-T) 1 mg/m3, tetrachloorkoolstof 3,2 mg/m3 (6,4 bij een tijdgewogen gemiddelde van vijftien minuten), azijnzuuranhybride 2,5 mg/m3 (10 bij een tijdgewogen gemiddelde van vijftien minuten), isobutylacetaat 480 mg/m3, respirabel pvcstof 1 mg/m3 en sec butylacetaat 480 mg/m3. Alle waarden mits anders vermeld bij een tijdgewogen gemiddelde van acht uur.

 

ArboNed en PKM maakten voor de Koninklijke Metaalunie een Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) on line. Hiermee kunnen de ondernemers in de metaal voortaan zelf hun RI&E opstellen en onderhouden.

 

De software zorgt er volgens de Metaalunie voor dat slechts vragen ingevuld hoeven te worden die relevant zijn voor de sector.

 

Bovendien kan makkelijk worden doorgelinkt naar extra informatie.

 

Het is de bedoeling dat de databank met oplossingen en extra informatie de komende jaren groeit.

 

De metaalunie levert ook een on line plan van aanpak.

 

ArboNed zorgt voor aanvullende informatie voor bedrijven die ondanks het beweerde makkelijke karakter van de on line instrumenten toch nog moeite hebben met het hanteren ervan. Zo wil de arbodienst workshops houden over de Metaalunie RI&E on line.

 

De Boer & Rienks Arbodienst is overgenomen door het reintegratiebedrijf de Calder Groep. De arbodienst gaat op in de werkmaatschappij Alexander Calder Verzuimbegeleiding. Daarmee begeeft Calder zich op het terrein van de arbodienstverlening. Onder de naam Poortwachter Plus worden volgens Calder alle noodzakelijke arbo- en reintegratieactiviteiten aangeboden.

 

Naast Alexander Calder Verzuimbegeleiding kent de Calder Groep de werkmaatschappijen Alexander Calder Arbeidsintegratie en Capabel Onderwijs Groep.

 

Slechts zestien procent van de chronisch zieken die contact hebben met een bedrijfsarts, zegt contact te zoeken met de huisarts. Dit blijkt uit een onderzoek van het Patientenpanel Chronisch Zieken (PPCZ). Dit panel bestaat uit tweeduizend chronisch zieken van vijftien jaar en ouder.

 

Jacques Schraven treedt af als bestuursvoorzitter van ondernemersvereniging VNO-NCW en is voorzitter van het Nederlands centrum voor normalisatie (NEN) geworden. Hij nam vrijdag 26 maart de bestuurshamer over van Eelco Brinkman.

 

Filmacademiestudent Rogier de Blok kreeg RSI en besloot de verschijnselen als inspiratiebron voor een film te gebruiken. Sinds vorige maand draait ‘Beat’, over een yup die niet langer goed kan functioneren op zijn werk, in het Filmhuis in Amsterdam en De Lantaren in Rotterdam.

 

De 39-jarige Jaap Uijlenbroek is benoemd tot plaatsvervangend inspecteur-generaal van de Arbeidsinspectie en de Inspectie Werk en Inkomen. In deze functie is hij verantwoordelijk voor het ontwikkelen van de interne bedrijfsvoering met het oog op het vergroten van de kwaliteit van de toezicht- en handhavingstaken van beide organisaties.

 

CNV Publieke Zaak startte op 7 april het project ‘ethische vraagstukken’. Het project duurt twee jaar en richt zich op werknemers die met een agogische achtergrond in de zorg werken.

 

CNV wil in kaart brengen tegen welke ethische vraagstukken en dilemma’s werknemers aanlopen en de kwaliteit van arbeid en de zorg verbeteren.

 

Minister De Geus van Sociale Zaken heeft zijn wetsvoorstel voor gerichtere herbeoordeling van arbeidsongeschikten ingediend bij de Tweede Kamer. Het UWV kan straks uitkeringsgerechtigden onder de 55 jaar oproepen op basis van leeftijd.

 

De verwachting is dat door de nieuwe keuringsopzet mensen met de beste kansen op werk het eerst aan de beurt komen.

 

Als de nieuwe plannen doorgaan, vervalt de huidige wettelijke verplichte herbeoordeling binnen een jaar na toekenning van een WAOuitkering en vervolgens een keer per vijf jaar.

 

Na de herbeoordeling blijven de ‘jonge’ uitkeringsgerechtigden onder het huidige arbeidsongeschiktheidsregime vallen. Wel gaan bij de herkeuring strengere regels gelden. Voor de vernieuwde claimbeoordeling gaat het kabinet nieuwe regels opstellen.

 

De strengere regels gelden niet voor arbeidsongeschikten die bij eerdere herbeoordelingen zijn ontzien of die op 1 juli 2004 55 jaar of ouder zijn.

 

Ambulancepersoneel valt de eer te beurt van het vijftigste en laatste arboconvenant ‘oude stijl’. Sociale partners en overheid gaan via het convenant proberen het ziekteverzuim terug te brengen tot 6,1 procent in 2006 en het langdurig verzuim te verminderen met vijftien procent. Om dit te realiseren komt er extra aandacht voor de psychische en lichamelijke belasting van ambulancepersoneel.

 

Onregelmatige diensten en wisselende werklast zijn oorzaak van psychische klachten in de ambulancezorg.

 

Ook de confrontatie met ziekte, lijden en dood trekt een zware wissel op het personeel.

 

De branche wil zich daarom inspannen voor meer werkoverleg, teambuilding en voorlichting.

 

Bovendien krijgen traumaverwerking, agressie en onveiligheid meer aandacht in de ambulancezorg.

 

Om de lichamelijke belasting te verminderen, zullen bestaande maatregelen, zoals fitness, de inzet van een tweede ambulance en tilinstructies, extra aandacht krijgen. Ook de inrichting van de ambulance wordt opnieuw kritisch bekeken, zoals het gewicht van de spoedkoffer, de verrijdbaarheid van brancards en de verstelling van de zit- en werkplek.

 

Met het convenant voor de 3.300 werknemers, verdeeld over 64 ambulancediensten, is ruim 1,5 miljoen euro gemoeid. Sociale partners en overheid delen de kosten.

 

Het convenant loopt tot en met juni 2007.

 

De EN-ISO 12100 is de nieuwe basisnorm voor machineveiligheid.

 

De norm bestaat uit twee delen en vervangt EN 292. De norm is belangrijk voor ontwerpers van machines en veiligheidsfunctionarissen.

 

Deel 1 bevat definities van basisbegrippen, een overzicht van machinegevaren en een strategie voor risicoreductie. In deel 2 worden maatregelen uitgewerkt die de ontwerper moet nemen om het risico van gevaar te verminderen.

 

De EN-ISO 12100 maakt duidelijker dan de EN 292 een onderscheid tussen de rol van de ontwerper en de rol van de gebruiker. Ook zijn aanvullende beschermende maatregelen opgenomen om gevaren te verminderen. De nieuwe basisnorm is te bestellen bij NENklantenservice, (015) 2690391.

 

Minister Hoogervorst van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) gaat met koepelorganisaties praten over het arbeidsomstandighedenbeleid in verpleegen verzorgingshuizen. De minister wil van de organisaties horen wat zij gaan doen om ervoor te zorgen dat werkgevers verbeteringen doorvoeren. Dit antwoordt Hoogervorst op vragen van Groen-

 

Links-kamerlid Tonkens over het arbeidsomstandighedenbeleid in de verpleeg- en verzorgingshuizen.

 

De Arbeidsinspectie rapporteerde in maart van dit jaar overtredingen bij 98 procent van de 311 onderzochte verpleeg- en verzorgingshuizen.

 

Zo werd onder meer het besmettingsgevaar met hepatitis B zwaar onderschat.

 

Hoogervorst keurt het af dat de werkgevers het arbobeleid op het moment van inspectie niet op orde hadden. Hij wijst erop dat er voldoende gelegenheid is geweest om zaken als de risico-inventarisatie en -evaluatie en infectiepreventie goed te organiseren.

 

Volgens Hoogervorst staan de inspectieresultaten los van de huidige bezuinigingen in de sector.

 

Hij heeft een plausibele verklaring.

 

‘Het onderzoek van de Arbeidsinspectie had plaats in de zomer van 2003, toen de bezuinigingen nog niet van kracht waren’, aldus de minister.

 

Hoogopgeleiden zijn weliswaar niet zo lang werkloos, maar wel langer arbeidsongeschikt. Dat blijkt uit onderzoek van de Organisatie voor Strategisch Arbeidsmarktonderzoek (OSA) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

 

Van de hoogopgeleide werkenden (HBO/WO) was nog maar zeven procent van het percentage dat in 1996 een werkloosheidsuitkering kreeg, ook in 2000 nog afhankelijk van een WW-uitkering. Van de laagopgeleiden (alleen basisonderwijs) was ruim een derde na die vier jaar nog werkloos.

 

Hoogopgeleiden blijven wel langer arbeidsongeschikt. Van degenen die in 1996 een WAO-uitkering kregen, blijkt tweederde na vier jaar nog steeds arbeidsongeschikt.

 

Bij middelbaar opgeleiden was dit percentage lager.

 

Staatssecretaris Rutte van Sociale Zaken onderzoekt welke nationale regels op het gebied van arbeidsomstandigheden die verder gaan dan de Europese regelgeving, kunnen verdwijnen.

 

Het ministerie van SZW wil deze kabinetsperiode in totaal 25 procent van de huidige regels voor het bedrijfsleven schrappen. De bewindslieden hebben nu negentien procent aan mogelijk overbodige regels verzameld. Dit zou de administratieve lasten voor het bedrijfsleven met bijna een half miljard euro verminderen. Meer dan een derde (36 procent) van de regels heeft een geheel of gedeeltelijk internationale herkomst.

 

Vooral op het terrein van arbeidsomstandigheden verwacht het ministerie veel regels naar de prullenbak te kunnen verwijzen. Behalve het schrappen van aanvullende nationale regelgeving bovenop Europese wetgeving, kunnen kleine bedrijven volgens het ministerie met minder regels toe, bijvoorbeeld door per branche standaardrisicoinventarisaties en -evaluaties op internet te zetten en te laten invullen.

 

Het ministerie van SZW spoort verder met andere instanties naar tegenstrijdige regels op het gebied van arbeidsomstandighedenbeleid met de bedoeling die op te heffen. Door betere informatie over arbeidsomstandigheden ervaren bedrijven ook minder regeldruk.

 

De administratieve lastendruk voor bedrijven wordt verder verminderd door regels te schrappen op het terrein van werknemersverzekeringen, arbeidsmarktbeleid en de vereenvoudiging van de Arbeidstijdenwet.

 

Jonge bezorgers van ochtendkranten presteren niet slechter op school dan scholieren die geen kranten rondbrengen. Ze blijven niet vaker zitten en beide groepen halen op hun overgangsrapport gemiddeld dezelfde cijfers. Ook is een krantenwijk niet nadelig voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid.

 

Krantenbezorgers doen het op verschillende terreinen juist beter dan niet-bezorgers.

 

Dit blijkt uit een representatief onderzoek dat het ministerie van SZW liet uitvoeren door de Katholieke Universiteit Nijmegen. In het onderzoek zijn de schoolprestaties van vijftienjarige dagbladbezorgers vergeleken met die van leeftijdgenoten zonder krantenwijk.

 

In Nederland mogen vijftienjarigen vanaf zes uur ‘s ochtends kranten bezorgen. Volgens het Europees Comite voor Sociale Rechten van het zogeheten Europees Sociaal Handvest is dat niet in overeenstemming met dit internationale verdrag. Hierin is onder meer vastgelegd dat leerplichtige jeugdigen geen werk mogen doen dat hen belet ten volle onderwijs te volgen. Om te kunnen beoordelen of Nederland op dit punt de regelgeving moet aanpassen, is Nederland door het Regeringscomite van het Europees Sociaal Handvest gevraagd na te gaan of het bezorgen van ochtendkranten van invloed is op de schoolprestaties van de betreffende vijftienjarigen.

 

Er bestaat boven verwachting veel belangstelling voor het reintegratieproject ‘Grafici Weer aan het Werk’. Dat melden de partners in het arboplusconvenant grafimedia.

 

Inmiddels meldden zich 120 WAO’ers aan bij het Servicepunt Grafimedia, een samenwerkingsverband tussen twee reintegratiebedrijven en een gespecialiseerd scholingsinstituut. De doelstelling voor 2004 bedraagt 180 aanmeldingen.

 

De eerste drie maanden van dit jaar startten 63 personen een traject.

 

Zij krijgen hulp in de vorm van een opleiding, stageplek, vrijwilligerswerk en zo mogelijk een baan. De helft kan hierdoor blijvend een baan vinden, verwachten de convenantpartijen.

 

De grafimedia-branche wil tussen 2004 en 2006 660 WAO’ers uit de sector motiveren en hulp bieden bij het vinden van een baan. Het speciale magazine ‘OpKleur’ informeert WAO’ers uit de branche vier keer per jaar over het project.

 

Ook op de website www.arbografimedia.nl wordt ‘Grafici Weer aan het Werk’ toegelicht.

 

Volgens de Arbeidsinspectie scoort de horeca nog steeds een onvoldoende als het gaat om veiligheid binnen de bedrijven. In 2003 constateerde de dienst bij bijna de helft van de geinspecteerde ondernemingen overtredingen bij de opslag van CO2-cilinders. Dat zijn koolzuurflessen die worden gebruikt bij het tappen van bier en frisdranken. Bij lekkage van deze cilinders wordt de zuurstof verdrongen, waardoor mensen die in die ruimte komen zeer snel bewusteloos kunnen raken en zelfs kunnen stikken. Daarom is goede ventilatie of een signaleringssysteem wettelijk verplicht.

 

De Arbeidsinspectie onderzocht 374 bedrijven: 151 hotel-restaurants, hotels, pensions en conferentieoorden, 116 restaurants, cafetaria’s en snackbars, 102 cafes, 4 kantines en 1 kampeerterrein.

 

In 2002 was ook al onderzoek verricht in de sector, omdat volgens de Arbeidsinspectie bleek dat de aandacht voor de veiligheid binnen de horeca na een korte opleving na de cafebrand in Volendam weer snel tanende was.

 

De inspectie constateerde bij 295 bedrijven een of meer overtredingen; 79 bedrijven waren in orde.

 

De meeste overtredingen betroffen de opslag van CO2-cilinders; bij 48 procent van de bedrijven was deze niet in orde. Andere veelvoorkomende overtredingen hadden te maken met de afwezigheid van een (getoetste) risico-inventarisatie en -evaluatie (bij dertig procent van de bedrijven), geen adequate brandbestrijdingsmiddelen in voldoende mate aanwezig (zestien procent) en geen adequate signalering van vluchtwegen (veertien procent). SZW maant de horeca beter haar best te doen en kondigt aan de branche nauwgezet te blijven volgen.

 

Paul Ulenbelt heeft Bureau Beroepsziekten FNV verlaten.

 

Ulenbelt is sinds 1 mei fractiemedewerker sociale zaken van de Tweede Kamerfractie van de SP.

 

NEN heeft een normontwerp voor eindcontrole na asbestverwijdering openbaar gemaakt.

 

Het ontwerp is gemaakt door TNO en na evaluatie en samenspraak met SZW en de branchevereniging asbestonderzoek en laboratoria voor inzage en reactie vrijgegeven. Na de ‘inspraakronde’ en acceptatie van SZW kan het ontwerp worden opgenomen in de Arbowet. Meer informatie bij Caroline van Hoek, telefoon 015-269 02 49.

 

Wie een arbovriendelijk product op de markt brengt, kan in aanmerking komen voor vergoeding van de helft van de ontwikkelingskosten met een maximum van een ton. Het ministerie van SZW trok een miljoen euro uit voor het subsidieprogramma dat uitgevoerd wordt door Senter.

 

Agressiecoaches moeten leerkrachten helpen om te gaan met agressie en geweld door leerlingen in het vmbo. Geld voor opleidingen van deze coaches komt uit het tweede arboconvenant primair en voortgezet onderwijs.

 

NEN komt met een beproevingsprotocol voor slipwerendheid van vloeren. Het protocol wordt gepubliceerd als Nederlandse Technische Afspraak, NTA 7909.

 

Een NTA kan in een kort tijdsbestek worden ontwikkeld en gepubliceerd.

 

Reageer op dit artikel