artikel

actueel

Wetgeving

De inspectie Openbare Orde en Veiligheid (inspectie OOV) gaat een onderzoek instellen dat er voor moet zorgen dat de brandweer een beter veiligheidsbewustzijn krijgt. De afgelopen twaalf jaar kwamen 23 brandweermedewerkers om het leven tijdens de uitvoering van bluswerkzaamheden. Jaarlijks raken vele honderden brandweermensen gewond tijdens hun werk, aldus het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Onderzoeken na ongevallen met dodelijke afloop wijzen uit dat er vaak onvoldoende aandacht is voor de veiligheid van de ingezette brandweerlieden. Zo kwamen drie brandweermensen op 23 maart van het vorig jaar om het leven bij de bestrijding van de brand in de Koningkerk in Haarlem omdat ze onvoldoende geinstrueerd waren over de risico’s van het brandweerwerk. Daardoor konden ze niet goed omgaan met het overduidelijke instortingsgevaar van de kerkmuur, aldus de inspectie OOV. De inspectie verwijt leidinggevenden dat ze geen actieve houding aannamen medewerkers te sturen en te corrigeren op de uitvoering van werkzaamheden en onveilig gedrag.

 

De gemeentelijke brandweer leidde haar brandweermensen niet voldoende op en trainde ze niet genoeg op veiligheidsrisico’s, zo meent de Inspectie OOV. Ook de Arbeidsinspectie deed onderzoek naar het ongeval. Zij gaf de gemeente een boete.

 

Op 23 maart 2003 breekt in de jeugdzaal in de Haarlemse Koningkerk brand uit. De uitgerukte brandweer is bezig met het zoeken naar mogelijke slachtoffers en het bestrijden van de brand in de kerk. Als een van de brandweerteams constateert dat ook buiten de jeugdzaal brokstukken naar beneden komen, is de kerk niet meer te redden en is het bestrijden van de brand van binnenuit gevaarlijk. Toch duurt het nog lang voordat de teams uit de kerk zijn teruggetrokken.

 

Niemand mag meer door de aan de kerk grenzende Joh. de Breukstraat lopen, maar dit wordt niet goed doorgegeven. Brandweermensen blijven – volgens de inspectie soms willens en wetens de risico’s – toch door die straat lopen. Wanneer de oostmuur van de kerk om 12 over 10 naar buiten valt, komt hij in de in de Joh. de Breukstraat terecht. Daar bevinden zich op dat moment drie brandweermensen; zij komen om het leven. Het is toeval dat de (oost)muur valt op het moment dat de omgekomen drie brandweermannen zich in de bewuste straat bevonden.

 

Als de muur op een ander moment was omgevallen, of als een van de andere buitenmuren van de kerk was gevallen, waren er naar alle waarschijnlijkheid andere brandweermensen omgekomen, aldus de Arbeidsinspectie.

 

De inspectie controleert hoe het inmiddels staat met de arbeidsomstandigheden bij de Haarlemse brandweer. Het gaat daarbij om zaken als organisatie, opleiding, instructie, oefeningen en communicatie.

 

Zowel de FNV als de Arbeidsinspectie richt hun pijlen op de metaalsector.

 

In een interview met ARBO zegt algemeen directeur Paul Huijzendveld van de inspectie zich op verzoek van het ministerie van SZW meer op de sector te richten. De FNV heeft een klachtennummer ingesteld. De aanleiding is het mislukken eind vorig jaar van het overleg tussen werkgevers en werknemers in de metaalelektro en de metaalbewerking over een arboconvenant.

 

Werknemers in de metaalsector kunnen zich, eventueel anoniem, met hun klachten melden bij een speciaal telefoonnummer of via de website van de FNV. De bond geeft de meldingen door aan de Arbeidsinspectie.

 

De FNV stelt dat onderzoek in samenwerking met de werkgevers aantoont dat er nog veel verbeterd kan worden in de arbeidsomstandigheden binnen de metaal.

 

Werkgevers en werknemers zijn volgens de bond nog te vaak onbekend met de technische mogelijkheden om het werk minder risicovol te maken. De werknemers zelf weten vaak niet wat hun rechten zijn op het gebied van arbeidsomstandigheden. Omdat gezondheidsklachten als gevolg van verkeerde arbeidsomstandigheden zich vaak pas op latere leeftijd openbaren, zijn velen zich ook niet bewust van de risico’s. Daarnaast is er sprake van een drempel om klachten naar buiten te brengen, aldus de FNV. De bond wil dit via een informatiecampagne in een deel van de sector verbeteren

 

Het aantal bedrijven dat bewegen op het werk stimuleert, is tussen 1996 en 2003 blijven steken op veertien procent. Bedrijven met meer dan vijfhonderd werknemers zijn tussen 1996 en 2003 wel iets meer aan bewegen gaan doen, maar die winst wordt weer tenietgedaan door bedrijven met 50 tot en met 99 werknemers die minder ‘bewegen’. Dat concludeert TNO Arbeid na een telefonisch onderzoek onder duizend bedrijven en instellingen.TNO vroeg of er binnen het bedrijf activiteiten zijn op het terrein van bewegingstimulering, welke redenen men daarvoor heeft en om welke specifieke activiteiten het gaat. Onder bevorderen van voldoende bewegen verstaat TNO Arbeid onder meer bedrijfsfitness, bedrijfssport en lunchwandelen.

 

In 1996 bood veertien procent van alle bedrijven in Nederland met vijftig werknemers of meer een bedrijfsbewegingsprogamma aan, een percentage dat dus niet steeg.

 

Verbetering van de fitheid en vermindering van het verzuim zijn de belangrijkste motieven voor bedrijven om het bewegen te stimuleren.

 

Uit eerder onderzoek van TNO Arbeid blijkt dat werknemers die sporten, minder verzuimen en sneller weer aan de slag gaan.

 

Volgens TNO Arbeid is bewegen gezond en verhoogt het de inzetbaarheid van werknemers. Meer dan de helft van de werkende Nederlanders beweegt niet voldoende.

 

Onder voldoende verstaat het onderzoeks- en kennisinstituut ten minste vijf dagen per week minstens dertig minuten matig intensief.

 

Het kabinet volgt op hoofdlijnen het advies van de Sociaal Economische Raad over de WAO. De sociale partners hebben voorzichtig positief gereageerd op het kabinetsvoornemen.

 

In de kabinetsplannen staat de nieuwe WAO straks alleen open voor personen die langdurig voor tachtig procent arbeidsongeschikt zijn. Zij krijgen een hogere uitkering: 75 procent in plaats van 70 procent. In alle andere gevallen wordt uitgegaan van arbeidsgeschiktheid en geldt de regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsongeschikten. Werkgevers krijgen de keuze of ze het risico van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid zelf dragen, of onderbrengen bij een private verzekering of bij het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV).

 

De huidige WAO’ers blijven in de plannen deels buiten schot. Als zij bij een herkeuring voor eenzelfde niveau worden afgekeurd, verandert er voor hen niets. Wel kunnen zij vanaf 1 juli 2004 te maken krijgen met een herbeoordeling, waarbij de nieuwe, strengere eisen gelden. Mogelijk leidt dit wel tot een inkomensdaling. Mensen van 55 jaar of ouder worden bij de herkeuringen ontzien.

 

De sociale partners hebben voorzichtig positief gereageerd op de uiteindelijke steun van het kabinet voor het SER-advies. Voorzitter Lodewijk de Waal van de Vakcentrale FNV ‘ziet eindelijk voortgang’, maar ‘we zijn er nog niet’ waarschuwde hij in een adem. De Waal heeft vooral moeite met de strengere keuringseisen voor de huidige WAO’ers. ‘Ruim honderdduizend mensen zullen door strengere keuringseisen helemaal buiten de WAO vallen of er in inkomen op achteruit gaan’, aldus De Waal. Ook CNV-voorzitter Doeke Terpstra hield in zijn reactie een slag om de arm. ‘Het komt een heel eind in de richting van het SER-advies. Maar we gaan komende weken alle teksten goed bestuderen om alle consequenties van de plannen in beeld te brengen’, aldus Terpstra.

 

De bonden en werkgevers hebben de afgelopen weken hun lot verbonden aan het SER-advies over de WAO. Als het kabinet het advies niet volledig zou overnemen, dreigden de bonden het bereikte najaarsakkoord op de helling te zetten. ‘Die dreiging is zeker nog niet van tafel’, aldus de bondsvoorzitters.

 

Zieke werknemers voelden in 2003 meer druk om snel weer aan het werk te gaan dan voorheen. Dat meldt het jaaroverzicht 2003 ‘Arbodiensten in beeld’ van de Arboklachtenlijn bij het Breed Platform Verzekerden en Werk (BPV&W).

 

De 383 bellers (2002: 286) naar de klachtenlijn vinden dat er te weinig oog was voor hun specifieke situatie. Het BPV&W wijt de toename en de aard van het aantal klachten aan de invoering van de Wet Verbetering Poortwachter.

 

Om de positie van de zieke werknemers te versterken, start het BPV&W dit jaar het project ‘Ziek en Mondig’.

 

Volgens het BPV&W bestaat bij werknemers onduidelijkheid over de rol die arbodiensten innemen.

 

De voorlichtende taak van de arbodienst richting werknemers komt onvoldoende uit de verf, stelt zij in haar jaaroverzicht. Echte verwarring ontstaat als de werkgever minder actief is bij ziekte en de arbodienst die rol overneemt. In die situatie vragen zieke werknemers zich af of de arbodienst wel onafhankelijk is.

 

Volgens het BPV&W moeten arbodiensten de zieke werknemer centraal stellen en de tijd geven om inzicht te krijgen in zijn situatie, zonodig met externe deskundigheid.

 

Direct bij het eerste contact zouden ze duidelijk moeten zijn over hun rol en aangeven wat de werknemer zelf kan doen.

 

Bij een onderzoek naar de arbeidsomstandigheden zijn bij nagenoeg alle geinspecteerde verpleeg- en verzorgingshuizen overtredingen geconstateerd op het gebied van de arbeidsomstandigheden. Zo blijken de risico’s voor medewerkers om met Hepatitis B te worden besmet, zwaar te worden onderschat. Het is volgens de Arbeidsinspectie slecht gesteld met de voorlichting over de mogelijke gevaren van besmetting en de te treffen voorzorgsmaatregelen.

 

Dat blijkt uit een onderzoek dat de Arbeidsinspectie verrichtte naar de arbeidsomstandigheden bij 311 verpleeg- en verzorgingshuizen, in de periode van maart tot en met augustus 2003. Nederland telt ongeveer 1700 verpleeg- en verzorgingshuizen, met in totaal zo’n 200.000 werknemers.

 

Bij 304 verpleeg- en verzorgingshuizen zijn overtredingen geconstateerd.

 

In totaal ging het om 1519 overtredingen. Dat is een gemiddelde van vijf per instelling. De Arbeidsinspectie deelde 287 waarschuwingen en 9 boetes uit. Volgens de Arbeidsinspectie richten de verpleeg- en verzorgingshuizen zich zo sterk op de patienten en bewoners, dat de zorg voor de arbeidsomstandigheden van het personeel erdoor in het gedrang komt.

 

De instellingen zijn zich niet goed bewust van de risico’s van besmetting met Hepatitis B, aldus de inspectie. Hepatitis B is een ontsteking van de lever veroorzaakt door een virus, dat onder meer over te dragen is via het bloed. Werknemers lopen dus risico’s als ze zich prikken aan naalden met besmet bloed.

 

Naast maatregelen om ‘prikaccidenten’ te voorkomen is bescherming mogelijk door middel van vaccinatie. Meerdere verpleeg- en verzorgingshuizen stelden tijdens de inspecties dat inenting niet nodig was, zonder dat in kaart was gebracht of groepen medewerkers risico’s lopen. Verder is opmerkelijk dat werknemers om principiele redenen weigeren zich tegen Hepatitis B te laten inenten. Daarbij is onduidelijk wat er wordt gedaan als zich toch een prikaccident voordoet en wat er gebeurt als medewerkers toch besmet raken.

 

Naast de overtredingen op het gebied van besmetting met Hepatitus B, bleken de verplichte risico-inventarisaties en -evaluaties over het algemeen verouderd, van slechte kwaliteit en dikwijls onvolledig. Ook het beleid op het gebied van de bedrijfshulpverlening was vaak niet geactualiseerd.

 

De instellingen vertrouwen veelal op de routine van de bedrijfshulpverleners. Vooral ‘s nachts en in het weekend bleek het erg lastig om over voldoende bedrijfshulpverleners te kunnen beschikken.

 

De Arbeidsinspectie noemt het aantal geconstateerde overtredingen zorgwekkend. Behalve de Arbeidsinspectie brachten ook twee andere diensten in 2003 een bezoek aan verpleeg- en verzorgingshuizen.

 

VROM-inspectie beoordeelde de brandveiligheid bij zorginstellingen. Komend voorjaar wordt het resultaat verwacht. De Inspectie Gezondheidszorg van VWS onderzocht de voorbereiding op grote calamiteiten en continuering van de zorgverlening daarbij. Het IGZ-rapport wordt binnenkort uitgebracht. De resultaten daarvan bevestigen de bevindingen van de Arbeidsinspectie.

 

De Arbeidsinspectie inspecteert van maart tot en met april de twintig bedrijven die een vergunning hebben om vuurwerkevenementen te verzorgen. Uit eerder onderzoek blijkt dat deze bedrijven onvoldoende aandacht besteden aan de arbeidsomstandigheden van hun werknemers.

 

Wie een nieuw magazijn bouwt of bestaande stellingen opnieuw inricht, bestudeert beter eerst de nieuwe NPR 5054 om straks veilig en verantwoord tussen de magazijnstellingen te werken.

 

De nieuwe richtlijn legt een duidelijker verband tussen het werk in het magazijn en de inrichting ervan. Hij is vooral bestemd voor gebruikers van palletstellingen, logistiekadviseurs, arbodiensten, Arbeidsinspectie, stellingleveranciers en leveranciers van magazijntrucks.

 

Van de Nederlandse bevolking tussen 15 en 64 jaar (7,1 miljoen personen) werkte vorig jaar 65,1 procent. Dat is iets minder dan in 2002. Het aantal mannen in de werkzame beroepsbevolking daalde met 48.000, terwijl het aantal vrouwen met 39.000 steeg. In 2003 had bijna 55 procent van de vrouwen van 15-64 jaar betaald werk.

 

Er komt een onderzoek naar de toenemende incidenten op de werkplek met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen. In de eerste helft van vorig jaar waren er zeven incidenten, tegen zes in heel 2002. Het wordt een gezamenlijk onderzoek van de ministeries Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM), Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en de industrie.

 

Er komt mogelijk een versoepeling van de strenge regelgeving rond asbestsaneringen. In opdracht van de ministeries van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM) en Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) gaan TNO en Advies- en ingenieursbureau DHV de mogelijkheid van risicogerichte asbestsanering onderzoeken.

 

Nu moeten asbestsaneerders bij alle typen astbest nog dezelfde uitgebreide gezondheidsbeschermende maatregelen treffen. Dat maakt asbestsanering volgens de bedrijven soms onnodig duur. In lang niet in alle gevallen zouden extreme beschermende maatregelen nodig zijn. Daardoor zouden woningcorporaties miljoenen euro’s kunnen besparen.

 

Ook deskundigen erkennen dat er verschillende typen asbest voorkomen, waarbij de ene variant gevaarlijker is dan de andere. Volgens TNO zou de asbestsanering in de toekomst afgestemd moeten worden op de risico’s. Eenvoudige sanering zou met minder regels omgeven kunnen worden, terwijl voor de sanering van gevaarlijk spuitasbest mogelijk juist strengere voorwaarden moeten gaan gelden. TNO en DHV verwachten dit najaar het onderzoek af te ronden.

 

Onder het motto ‘Samen Beter’ gaan partijen binnen het arboconvenant Afbouw en Onderhoud werkgevers en werknemers met een folder en de website www.samenbeter.info informeren over de risico’s van kwartsstof. Uit een onderzoek onder 1144 werknemers en 225 werkgevers in de afbouw bleek dat slechts iets meer dan de helft van de werkgevers en werknemers op de hoogte is van de gevaren van kwartsstof. Minder dan de helft van de werkgevers verstrekt kwartsstofbeperkende apparatuur aan werknemers.

 

Kwartsstof komt vrij bij boren, frezen, slijpen en zagen in beton en steen. Dat kan leiden tot hinderlijke longaandoeningen, zoals kortademigheid, maar ook tot ernstige longziekten zoals stoflongen of longkanker.

 

Werkgevers en werknemers in de sector afbouw en onderhoud (blokkenstellers, wand- en plafondmonteurs, terrazzowerkers en vloerenleggers) krijgen thuis de voorlichtingsfolder Kwarts te lijf, samen werkt ’t beter door de brievenbus.

 

Op de website staat beroepsspecifieke informatie over kwarts.

 

Eind 2006 moet negentig procent van de werkgevers en werknemers in de afbouw op de hoogte zijn van de risico’s van kwarts en moet in tachtig procent van de gevallen beschermende apparatuur voorhanden zijn. Naast kwartsstof richt het convenant zich op lichamelijke bescherming, buitenschilderwerk en vroegtijdige reintegratie. Ook binnen het arboconvenant Bouw is kwartsstof een speerpunt. Vanuit het convenant bezoeken ‘Werkgoed-arbovoorlichters’ bedrijven en bouwplaatsen gratis om iedereen te informeren over de gevaren van kwartsstof.

 

Bedrijven die veel met gevaarlijk stoffen werken, moeten een zogenoemde aanvullende risicoinventarisatie en -evaluatie (ARIE) opstellen. De verouderde Arbeidsveiligheidsrapportage (AVR) is vervallen.

 

Dit staat in het wijzigingsbesluit ‘Vervanging van de Arbeidsveiligheidsrapportage’, dat op 25 februari in werking trad. In ARIE staat hoe het risico van zware ongevallen zo klein mogelijk kan worden gehouden. De nieuwe regeling sluit beter aan op Europese richtlijnen en draagt bij aan een vermindering van de administratieve belasting van het bedrijfsleven, zo meent het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

 

Ook preventiebeleid krijgt met deze nieuwe regeling meer aandacht. Dit is volgens SZW net zo belangrijk als puur technische veiligheidsmaatregelen.

 

De inschakeling van een arbodienst is verplicht bij het opstellen van de aanvullende risico-inventarisatie en -evaluatie. Ongeveer vierhonderd bedrijven krijgen met de nieuwe regelgeving te maken. Volgens SZW kunnen betrokken bedrijven door vereenvoudiging van de regels jaarlijks 1,8 miljoen euro besparen.

 

Bedrijven die nog niet eerder hoefden te voldoen aan het opstellen van een arbeidsveiligheidsrapportage, hebben twee jaar om te voldoen aan het opstellen van de ARIE. Bedrijven die op het moment van inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit beschikken over een AVR, moeten het ARIEbesluit uiterlijk toepassen op het tijdstip waarop de AVR moet zijn herzien. Deze periode is maximaal vijf jaar na de laatste indiening van de AVR. Als het bedrijf dit wenst, mag het ARIE-besluit ook eerder worden toegepast.

 

De nieuwe norm voor veiligheidsen gezondheidssignalisatie treedt naar verwachting nog voor de zomer in werking. NEN 3011 vervangt de oude norm uit 1986.

 

De NEN-commissie Grafische Symbolen verwerkt momenteel de commentaren op de ontwerptekst van NEN 3011.

 

De norm geeft voorschriften voor veiligheidskleuren en -tekens in werkplaatsen en openbare ruimten.

 

Een voorbeeld daarvan zijn de pictogrammen voor vluchtroutes in gebouwen. Meer algemeen beschrijft de norm de vorm en toepassing van symbolen die nodig zijn voor de signalering van middelen voor het voorkomen van ongevallen, brandbestrijding, informatie over gevaren voor de gezondheid en evacuatie bij noodgevallen.

 

Volgens de Nederlandse Vereniging voor VeiligheidsSignalisatie (NVVS) werd het tijd dat de norm geactualiseerd werd. ‘Op het gebied van veiligheids- en gezondheidssignalisatie bestaat er binnen Europa en zeker binnen Nederland nog zeer veel onduidelijkheid.

 

Zowel op gewenste vorm, genormaliseerde uitvoering als op het juist toepassen. De norm uit 1986 is zwaar verouderd, incompleet en op onderdelen strijdig met voorschriften uit andere normen’, aldus de NVVS.

 

Volgens de branchevereniging komt de nieuwe NEN 3011 tegemoet aan praktische behoeften. Er is rekening gehouden met de afstemming op de Europese richtlijnen ISO 3864 en ISO 7001 en het Bouwbesluit, en met NEN 6088. ‘De norm geeft ook duidelijke richtlijnen voor de combinatie van beeld en tekst. Dat is grote winst’, stelt de NVVS.

 

Personeel van de Eindhovense afvaldienstverlener Van Gansewinkel is het meest content. Tenminste, als we het tevredenheidsonderzoek mogen geloven dat het Amsterdamse onderzoeksbureau Effectory uitvoerde. Het personeel van de afvalverwerker gaf gemiddeld een 8,4. Dit cijfer ligt een vol punt hoger dan het gemiddelde onder de Nederlandse bedrijven.

 

Het hele jaar door voert Effectory tevredenheidsonderzoeken uit bij zeer uiteenlopende organisaties in zowel de profit- als non-profitsector.

 

In 2003 ontvingen circa 160.000 medewerkers van in totaal 214 bedrijven en organisaties een vragenlijst. Onder hen de drieduizend medewerkers van Van Gansewinkel. Bijna de helft van deze groep retourneerde binnen drie weken de uitgebreide vragenlijst.

 

Van Gansewinkel scoort op aspecten als collega’s, arbeidsomstandigheden, werkzaamheden, leidinggevende, organisatie, ontwikkelingsmogelijkheden en beloning ruim hoger dan de Nationale Tevredenheidsindex.

 

Een deel van het succes is volgens Effectory toe te schrijven aan het vijfsterrenbeleid van Van Gansewinkel.

 

De onderneming geeft veel aandacht aan de onderscheidende bedrijfscultuur en het borgen ervan. Volgens het Amsterdamse onderzoeksbureau wordt deze cultuur gekenmerkt door zaken als klantgerichtheid, innovatie, integriteit, veiligheid en vakmanschap. In het onderzoek zijn de bekendheid en interpretatie van deze elementen gemeten.

 

Onder het motto ‘rust roest en stilstand is achteruitgang’ reageerde Van Ganzewinkels bestuursvoorzitter Ruud Sondag door te stellen dat hij heel erg blij en trots is, maar wel te willen werken aan de verbetermogelijkheden die uit het onderzoek zijn gekomen. Het bedrijf heeft dan ook een verbeterplan opgesteld.

 

Werkgever Sietze Greidanus van Lammert de Vries Revalidatietechniek uit Leeuwarden kan volgens de CNV-jongeren het best met ADHD-werknemers omgaan.

 

Zij gaven hem vorige maand de Gouden Kangoeroe, een award voor de meest ADHD-vriendelijke werkgever.

 

De jongeren zetten zich gedurende twee jaar met het project ‘Druktemakers’ in voor jongeren met ADHD op de werkvloer. Volgens de CNV-jongeren is er voor deze groep jongeren weinig aandacht terwijl ze toch tegen veel problemen oplopen. Met de nodige administratieve ondersteuning en training kunnen ADHD-werknemers voor een werkgever erg waardevol zijn, aldus het CNV.

 

De prijswinnende werkgever Greidanus verklaarde na het in ontvangst nemen van zijn prijs dat hij zijn succes te danken heeft aan het respectvol en gelijkwaardig benaderen van ADHD-werknemers.

 

De manier waarop werknemer en leidinggevende omgaan met psychische klachten (overspannenheid, burnout, stress) is een voorspeller van ziekteverzuim. Dat concluderen de TNO-onderzoekers A. Nauta en G.van Sloten in het boek ‘De dialoog als vroegere Poortwachter’. Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van de Stichting Management Studies.

 

Volgens de onderzoekers hoeft een verstoorde persoon-werkbalans niet zonder meer tot verzuim te leiden. Aanpassend en vermijdend gedrag leiden daarentegen wel tot een grotere kans op (langdurig) verzuim, stellen zij.

 

Uit het onderzoek onder ruim zeshonderd werknemers blijkt dat persoon-werkonbalans veel voorkomt.

 

Meestal heeft het te maken met de inhoud van het werk, gevolgd door de stijl van leidinggeven, de samenwerking met collega’s en de relatie werk-prive. Op basis van hun onderzoek concluderen Nauta en Van Sloten dat onbalans een normaal en regelmatig voorkomend verschijnsel is.

 

Werknemers zijn eerder ‘beter’ als arboprofessionals ook vage klachten serieus nemen en voldoende onderzoeken. De patient aanvaardt dan eerder een niet-medische oplossing.

 

Dat is de opvallende aanbeveling uit de Werkwijzer die Stecr, het platform reintegratie van de arbodienstverlening, heeft gepresenteerd.

 

Professionals binnen arbodiensten hebben regelmatig te maken met werknemers met vage lichamelijke klachten waarvoor geen directe medische oorzaak is te vinden.

 

Eenderde van het verzuim komt door dit soort zogeheten ‘somatoforme’ verschijnselen. Volgens Stecr hebben deze werknemers wel degelijk klachten. Maar ze willen vooral medische onderzoeken. Als een arts vrij snel wijst op een psychische verklaring, voelt de werknemer zich niet serieus genomen en ‘shopt’ hij verder.

 

Volgens de Werkwijzer moet de bedrijfarts bij somatoforme verschijnselen ingaan op de klachten en deze onderzoeken. Daarna moet hij de agenda verbreden en andere oorzaken en verklaringen onderzoeken. Als hij vervolgens de link legt met eventuele andere oorzaken, zoals een conflict op het werk of problemen, staat de werknemer ook open voor niet-medische oplossingen, aldus de Werkwijzer.

 

Onderzoek bij huisartsen laat zien dat de aanpak leidt tot vijftig procent minder ‘zorgconsumptie’ en bij somatiseerders die regelmatig verzuimen tot een verzuimdaling van omgerekend zes weken per jaar’, aldus Stecr.

 

De aanpak van de Werkwijzer is gebaseerd op het reattributiemodel van het promotieonderzoek van huisarts Nettie Blankenstein.

 

De Arbeidsinspectie controleert dit jaar of instellingen in de maatschappelijke dienstverlening (buurt- en clubhuizen, ouderen-, jeugd- en jongerenwerk) voldoende aandacht besteden aan het voorkomen van agressie en geweld en seksuele intimidatie. Deze ongewenste omgangsvormen leiden tot veel verzuim bij hulpverleners in de sector.

 

In een verzuimfilteroverleg bespreken bedrijfsartsen en verzuimconsulenten van Maetis Arbo samen met specialisten van de HSK Groep (psychische klachten) en Winnock (chronische lichamelijke klachten) alle werknemers die langer dan zes weken arbeidsongeschikt zijn.

 

De arbodienst denkt zo tien miljoen euro aan verzuimkosten voor klanten te kunnen besparen.

 

De WAO-instroom daalde vorig jaar met 28 procent. In 2003 werden 66.000 nieuwe WAO-uitkeringen verstrekt, tegen 92.000 het jaar daarvoor. De uitstroom door herbeoordelingen bleef met 36.400 ongeveer gelijk. Uiteindelijk nam het totale aantal WAO’ers met twee procent af tot 786.000, zo blijkt uit het jaarverslag van de UWV.

 

De horeca besteedt nog steeds onvoldoende aandacht aan de veiligheid. Dat constateert de Arbeidsinspectie na een onderzoek bij 374 bedrijven. 295 daarvan overtraden de Arbowet. Met name de opslag van kooldioxidecilinders voldeed vaak niet aan de eisen.

 

Reageer op dit artikel