artikel

‘Deze Arbowet werkt’

Wetgeving

En zo zijn we, hoe kan het ook anders bij Donner, toch weer terug op de vierkante centimeter van het recht. De bewindsman bij wie het ministerschap op het lijf lijkt geschreven, stapt in Balkende IV weer op de trein na in het vorige kabinet vlak voor de eindstreep te zijn afgetreden na het onderzoek over de Schipholbrand. Na vier VVD-bewindslieden wordt een CDA’er verantwoordelijk voor arbeidsomstandigheden. Voor het eerst ook kan arbo een agendapunt voor de ministerraad worden. Het beleidsterrein verhuist van de staatssecretaris naar de minister. Donner: ‘Dat is slechts een resultaat van de verdeling van portefeuilles. Ik heb ervaring met de WAO (Donner leidde de naar hem genoemde commissies over arbeidsongeschiktheid, red.) en de staatssecretaris heeft wat meer ervaring met gemeentelijke zaken. Het is niet zo dat arbo plotseling opgewaardeerd is.’ De Arbowet kent een trouwe vriend in Donner. Hij onderschrijft de gedachte dat de oude wetgeving te veel regelgeving opleverde en minder gezonde werknemers. ‘Dat was een doodlopende weg. We hadden veel regels, maar minder gezondheid.’

 

De door de voorzitter van FNV Bondgenoten in dit blad uitgesproken hoop dat een ander kabinet ook een ander arbeidsomstandighedenbeleid zou voeren en het SER-advies over de wet zou respecteren, lijkt dus ijdel.

 

Van der Kolk betitelde Balkenende III als werkgeverskabinet. Donner: ‘SER-adviezen zijn niet bedoeld om in wetgeving te vertalen. Van der Kolks filosofie is bovendien fout. Een kabinet is niet van een bepaalde belangenvereniging. En buiten dat, als nou iemand door de economische groei van de maatregelen van het vorige kabinet profiteert, is het de werknemer. Het vorige kabinet was dus eigenlijk een werknemerskabinet’, zegt Donner met een glimlach.

 

Maar buiten het politiek gekrakeel: gesteund door de evaluatie van de arboconvenanten die hij onlangs naar de Kamer stuurde en de jongste verzuimcijfers, ziet Donner geen enkele reden ook maar iets aan de wet te veranderen. ‘De praktijk moet zich kunnen zetten naar de nieuwe regels. Je moet als overheid niet constant veranderen. Bovendien is er geen enkele aanleiding tot het aanpassen van de Arbowet. Uit het evaluatierapport wetswijziging arbodienstverlening dat ik naar de Kamer stuurde, blijkt dat verwijten niet gegrond zijn. Het verzuim daalt en de huidige wet werkt beter dan de vorige.’

 

Kritiek van specialisten dat de Arbowet niet aan de Europese Kaderrichtlijn voldoet, legt Donner naast zich neer. Zo zou bijvoorbeeld de preventiemedewerker niet voldoen aan de deskundigheidseisen die Brussel stelt waardoor Nederland niet voldoet aan de eis dat werkgevers arbodeskundigheid intern moeten organiseren. ‘De verandering van de Arbowet is mede ingegeven door een arrest van het Europese Hof van Justitie. De Europese Commissie dreigde met sancties omdat Nederland arbodeskundigheid niet intern organiseerde. We hebben de wet veranderd en ik heb een brief gekregen dat het dossier gesloten is. Er staat bovendien dat je bij voorrang arbodeskundigheid intern organiseert. En over die deskundigheidseisen die aan preventiemedewerkers moeten worden gesteld. Het is alleen maar goed dat we die niet stellen.’

 

Want? ‘Als je eisen stelt aan de preventiemedewerker, krijg je onherroepelijk te horen dat die eisen voor die ene branche helemaal niet werken. Dan moet je weer nieuwe regels opstellen en ga zo maar door. Deze constructie is ideaal. Onder de 25 werknemers mag je zelf bepalen waar risico’s liggen en voor bedrijven met meer dan 25 man geldt dat er intern een specialist aangesteld moet worden. Maar wel een die weet wat de problemen en risico’s in zijn bedrijf zijn. Je zou als werkgever wel gek zijn om dan iemand aan te wijzen die van niets weet. Je loopt dan het risico dat het fout gaat en het risico op een schadeclaim.’

 

De aanname dat het maken van een arbocatalogus (een verzameling middelvoorschriften om aan het door de overheid geeiste beschermingsniveau te voldoen) genoeg is om de Arbeidsinspectie van het dak te houden, blijkt vals. Volgens Donner wordt niets door de vingers gezien, maar is ook het begrip arbocatalogus niet heilig. ‘Het beleid bij het nieuwe inspecteren is dat we niet gelijk moord en brand schreeuwen als bedrijven in de fout gaan die het vertrouwen van de Arbeidsinspectie hebben. Dat hoeft niet per se door het maken en volgen van een arbocatalogus. Dat kan ook op een andere manier zoals door een brancherisico-evaluatie. Dat laat ik over aan de inspectie. Wel is het zo dat we niets door de vingers zien bij bedrijven die het niet nauw nemen met arbeidsomstandigheden. Dat is geen ongelijkheid. Het zou pas ongelijk zijn als we bedrijven die keurig aan hun verplichtingen voldoen, gelijk zouden behandelen als een bedrijf dat dit niet doet.’

 

Het kabinet wil dat uiterlijk 2010 alle sectoren over een arbocatalogus beschikken. Tot die tijd dienen bedrijven aan de arbobeleidsregels te voldoen.

 

Donner heeft een opmerkelijke oplossing voor sectoren die er niet in slagen een arbocatalogus van de grond te krijgen. ‘Dat moeten we dan bezien, maar het is niet ongebruikelijk de termijn te verlengen voor het maken van een catalogus. En anders schrijf je toch gewoon de arbobeleidsregels over?‘

 

Subsidie voor de catalogi zit er ook niet in. Na enig aandringen vertelt Donner dat hij de commissie van de Stichting van de Arbeid die zich met verdeling van subsidiegelden bezighoudt, een startsubsidie van 10 miljoen euro geeft voor het in gang zetten van de catalogi. Gefinancierd uit de subsidiepot voor de Farboregeling. De regeling die de aanschaf van arbohulpmiddelen makkelijker maakt. Maar structurele subsidie zit er niet in. ‘Nee, principieel niet. We hebben juist de praktijk de vrijheid gegeven arbeidsomstandigheden zelf op te pakken. De overheid moet voorwaarden scheppen waarbinnen de sociale partners die taak kunnen vervullen.’ En dat sluit nauw aan bij zijn algemene opvatting over veiligheid. Donner omarmt een discussie over de overheidsverantwoordelijkheid bij veiligheidsresultaten zoals die onlangs werd gepresenteerd op het congres van de NVVK (zie ook het artikel op bladzij de 24). Zelf weet hij de uitkomst al. ‘De overheid is niet verantwoordelijk voor resultaatveiligheid. Je moet goed discussieren over wat wel en wat niet bij de overheid hoort. Anders is de sky the limit. Zelfs in een totalitair systeem kan de overheid niet voor maximale veiligheid zorgen. Waarom toch een discussie daarover? Omdat sommige mensen dit vergeten zijn.’

 

Deskundigen herdefinieren hun functie en arbodiensten richten zich tot tevredenheid van de minister meer op preventie en het gezond houden van werknemers. Dat daarbij teleurstellingen te verwerken zijn, moet op de koop toe genomen worden. Zo ziet de minister niets in de wens van de bedrijfsartsen voor financiering van het openstellen van hun expertise aan mantelzorgers en werkzoekenden. ‘Er is nu eenmaal altijd een verschil tussen werkenden en niet-werkenden. Vandaar dat we er alles aan doen om mensen weer aan het werk te krijgen. Buiten dat: we hebben in Nederland een uitstekende gezondheidszorg. Niet of onbetaald werkenden kunnen gewoon naar de huisarts.’

 

Ook de terugkeer van het arbospreekuur is niet op handen. ‘De bedrijfsarts is nu op afroep beschikbaar. Ik zie niet in wat het voordeel van zo’n spreekuur is. Ook dan is het mogelijk dat hij er niet is, als je hem wilt spreken. Stel dat ik het spreekuur weer invoer. Ik weet zeker dat ik dan weer andere geluiden krijg die ijveren voor het afschaffen daarvan.’

 

‘Kijk, het grote voordeel van de nieuwe regelgeving is dat die het mogelijk maakt deskundigheid in te zetten om problemen op te lossen en aan nieuwe inzichten te voldoen. Vroeger was de inzet van deskundigen verplicht. Ook daar waar het niet nodig was. Daarmee voldeed je aan de wet. Nu kunnen deskundigen zich waarmaken.’

 

Arbodiensten profileren zich inmiddels meer en meer op het vitaliteitsconcept. De werknemer moet gezond gehouden worden. ‘Dat je betaald wordt voor de mensen die gezond rondlopen, vind ik niet gek. Werk is niet uitsluitend om inkomen te verkrijgen, maar ook om mee te komen. Vroeger belde niemand op als je ziek was. Gevolg: steeds meer arbeidsongeschiktheid. Die bemoeienis is er nu gelukkig wel. En als arbodiensten zich kunnen verkopen door zich te bemoeien met de levensstijl van mensen, dan zal daar wel een markt voor zijn. Niet iedere werknemer gaat verantwoord om met zijn gezondheid. Natuurlijk moet dat niet extreem worden door bijvoorbeeld voor te schrijven dat een werknemer geen jus mag bij zijn eten, maar daar ben ik niet zo bang voor. Op een of andere manier denk ik dat het bij Nederlanders echt niet zal doorslaan…‘

 

Op de nieuwspagina’s van dit blad staat onder meer dat ruim 80 procent van de Nederlandse bedrijven weet dat bedrijven met meer dan 25 werknemers een preventiemedewerker in dienst moeten hebben. Ruim de helft van alle Nederlandse bedrijven heeft ook daadwerkelijk een preventiemedewerker in dienst. Dat blijkt uit onderzoek van Bureau Astri voor de tussenevaluatie wetswijziging arbodienstverlening die minister Donner naar de Kamer stuurde.

 

 

Reageer op dit artikel