artikel

Een stoplicht tegen overbelasting

Wetgeving

Om in een oogopslag duidelijk te maken hoe het er met een werkplek voorstaat, maakt NedCar gebruik van het stoplichtmodel. Hiermee kan het bedrijf zien waar knelpunten liggen (rood), waar verbeterpotentieel ligt (geel) of waar de situatie in orde is (groen). Het model heeft zichzelf al bewezen in Zweedse Arbowetgeving, maar ook in Nederland, bijvoorbeeld bij de Stichting Arbouw en in het Handboek fysieke belasting. Ook in de auto-industrie bestond het model als tool voor managers en engineers ter visualisatie van de zwaarte van werkplekken.

 

De gegevens voor het model worden verzameld door de afdeling zelf. Leidinggevenden en hun coordinatoren hebben in workshops geleerd om observaties van drie (arm, been, rug) belaste werkhoudingen zelf uit te voeren. De ondersteunende manufacturing engineers voegen vervolgens de informatie toe aan Apollo. De arbeidshygienist van de interne arbodienst toetst het hele systeem en onderhoudt de normen van de werkplek.

 

De ervaringen tot nu toe zijn positief. Al in het beginstadium, bij de observaties van de werkplek, blijkt dat er ideeen komen voor verbetering van de werkplek. Door de medewerkers de ‘bril’ van de arbodienst te geven, herkennen ze veel mogelijke knelpunten. Maar ook nadat de informatie is toegevoegd in het systeem en we het resultaat in een overzicht hebben, zien we vlotte verbeteringen ontstaan van werkplekken. Een voorbeeld hiervan is het verdelen van zwaardere handelingen over andere (groene) werkplekken. Deze snelle verbeteringen kosten geen geld maar zijn in feite puur een gevolg van slimmer werken.

 

Tot nu toe hebben we uit pragmatische overwegingen gekozen voor slechts vier kenmerken met een maximum van zes. Gekozen is voor die kenmerken die het meest belastend zijn; de eerder genoemde drie werkhoudingen en de vierde is werktempo. Voor werktempo hoeven overigens geen observaties te worden uitgevoerd want er is voldoende informatie in Apollo aanwezig om de beoordeling te maken. Per beoordeeld kenmerk is er grofweg sprake van de volgende conclusies. (zie kader).

 

 

Hieronder zien we een overzicht van de belasting van de werkplekken binnen een afdeling. Links de opsomming van de werkplekken, in het midden de beoordeling van de belasting van de werkplekken op vier kenmerken. Rechts een totaalscore: de zwaarste score op een van de kenmerken bepaalt de totaalscore, hier is uit managerial oogpunt voor gekozen.

 

 

Na afstemming met het management is een roulatiepatroon afgesproken op basis van het stoplichtmodel. Hierdoor blijft de werkbelasting beneden de normen. Hierdoor is een organisatorische beheersmaatregel gecreeerd, die eveneens eenvoudig is te hanteren. Het roulatiepatroon is gebaseerd op onderstaande tabel.

 

 

In onderstaand voorbeeld is te zien hoe roulatie is uitgewerkt voor een afdeling. Er is een cluster van 4 werkplekken gecreeerd waar om de twee uur gerouleerd wordt. Een cluster van drie werkplekken waar om de vier uur gerouleerd mag worden. En de laatste twee werkplekken hebben geen roulatie nodig op basis van het afgesproken roulatiepatroon. Hier wordt om de dienst of om de week gerouleerd.

 

 

Binnen NedCar was sprake van een grote groep gedeeltelijk arbeidsgeschikte medewerkers. Dit zijn mensen die reintegreren door gebruik te maken van aangepast werk al dan niet afkomstig uit de WAO. De belastbaarheid van deze medewerkers legt NedCar vast op maximaal zes belastbaarheidkenmerken. Het betreft met name die kenmerken die het meeste voorkwamen bij beperkt inzetbare medewerkers. Het streven was om minimaal tachtig procent van de medewerkers via deze methode op een correcte manier te kunnen plaatsen.

 

De arbeidshygienist en de bedrijfsarts hebben intensief moeten overleggen om de clustering van de kenmerken van de werkplek (de werkplekbelasting) en de gradaties (groen/geel/rood) die daarin zijn aangebracht, te laten overeenstemmen met die van de medewerker (de belastbaarheid). Bij de kenmerken van de belastbaarheid van de medewerker is er grofweg sprake van de volgende conclusies: Tevens is er een mogelijkheid om aan te geven of een bepaald type werkhouding door een medewerker ‘niet’ kan worden uitgevoerd.

 

 

De match tussen een ‘gekleurde’ medewerker en werkplek vindt volgens onderstaand model plaats. De nummers verwijzen naar een voorbeeld dat een stukje verder wordt omschreven.

 

De betekenis van het matchresultaat is dan het volgende.

 

(1) een medewerker is enigszins beperkt met zijn armen (zie kleurcode geel). Hij mag derhalve werken waar het matchresultaat groen is (2). Dit zijn werkplekken die op dit kenmerk ‘groen’ of ‘groen omkaderd’ zijn (3). Voor de ‘gele’ werkplekken op dit kenmerk (4) kan via trial and error geprobeerd worden of de match tot een goed resultaat komt. Dit moet echter goed opgevolgd worden door de leidinggevende. De ‘rode’ match geeft aan dat de medewerker op deze werkplek absoluut niet geplaatst kan worden (5). Ook niet wanneer hij mee rouleert in het roulatieschema waarbinnen deze werkplek valt.

 

 

 

Rechtsboven een voorbeeld van het scherm hoe de belastbaarheid van een medewerker eenvoudig kan worden ingevoerd voor de betreffende afdeling of voor een hele productie-unit.

 

 

Hieronder het scherm dat het resultaat van de match weergeeft. Boven in het scherm staat het ingevoerde belastbaarheidprofiel van een medewerker ingegeven. Links worden alle werkplekken binnen de gevraagde afdeling weergegeven met de daarbij behorende werkbelasting. In de rechterkolom wordt het resultaat van de match weergegeven.

 

 

Na de eerste pilots en de evaluatie met het management bleek er nog behoefte te bestaan aan aansluiting bij een shiftplanning (werkindeling van een taakgroep). Deze shiftplanning werd in het verleden gemaakt op basis van kennis en vaardigheden. Momenteel wordt de shiftplanning ook gemaakt op basis van roulatieregels en matching van gedeeltelijk arbeidsgeschikte medewerkers. De daadwerkelijke dagelijkse werkindeling die te zien is op de borden naast de productielijn, zijn aangepast en laten nu duidelijk zien hoe en op basis waarvan gerouleerd wordt.

 

Door de kracht van het stoplichtmodel door te voeren op de werkplekbelasting, de belastbaarheid van de medewerkers en op het matchen van belasting/ belastbaarheid is een gebruiksvriendelijk model gecreeerd dat door de leidinggevende op de werkvloer, maar ook door managers van een hoger echelon gehanteerd wordt. Het geeft door de uniformiteit de mogelijkheid om snel en eenvoudig ‘binnen’ maar ook ‘buiten’ een productie-unit naar geschikte werkplekken of de meest geschikte afdeling te zoeken.

 

Tevens worden werkplekken ergonomisch beter ontworpen, ze worden sneller verbeterd en de prioritering is gemakkelijker. Het heeft een groot positief psychologisch effect door de visualisering en openbaarheid.

 

CONTACTPERSONEN BIJ NEDCAR ZIJN:

 

F. Hannen, arbeidshygienist RAH, fhannen@nedcar.nl (tevens auteur)

 

I. Beekman, manager Occupational Health, ibeekman@nedcar.nl

 

 

Reageer op dit artikel