artikel

Eerste hulp bij psychosociale arbeidsbelasting

Wetgeving

Bedrijfsmaatschappelijk werkers zijn specialisten op PSA-gebied. Opvallend genoeg wordt hun functie niet in de Arbowet genoemd. Ze beschikken over de opleiding en de vaardigheden om processen te herkennen in mensen en organisaties. Goede bedrijfsmaatschappelijk werkers werken samen met collega-deskundigen en zijn op alle niveaus in de organisatie actief. Ze hebben een totaaloverzicht. Bedrijfsmaatschappelijk werkers kunnen hulp bieden als een werknemer op de werkplek problemen ontmoet en/of wanneer een organisatie problemen signaleert bij een medewerker.

 

Dat mensen op het werk aanwezig zijn, wil niet altijd zeggen dat ze ook goed functioneren. Soms zijn ze minder effectief, kampen ze met concentratieproblemen et cetera. Het lijkt alsof er niets aan de hand is, maar hun productiviteit en creativiteit nemen af; ze maken fouten, zijn gespannen en komen sneller in conflict met anderen. We noemen dat tegenwoordig ‘presenteism’. Op tijd erbij zijn kan ervoor zorgen dat mensen hun veerkracht weer terugkrijgen. Ze kunnen dan vaak zelf weer met veranderingen, conflicten en tegenslagen omgaan. In het Engels spreken we van ‘resilience’. Bedrijfsmaatschappelijk werkers kunnen hierin een taak vervullen door gerichte gesprekken met hen te voeren.

 

Een voorbeeld van de aanpak van bedrijfsmaatschappelijk werkers. Mevrouw Mens, een 52-jarige geologe werkt al vanaf 1975 met veel voldoening als onderzoeker/uitvoerder bij een grote multinational. Tot twee jaar geleden. Toen opperde het managementteam het idee om meer vrouwen in leidinggevende functies te plaatsen. Interim-manager de heer Career benadert mevrouw Mens voor een leidinggevende functie in een dynamische ICT-omgeving binnen het bedrijf. Mevrouw Mens geeft aan dat zij geen ervaring heeft met ICT. Dit is volgens de heer Career geen probleem, na aanvang kan zij een spoedcursus volgen. Een maand later start mevrouw Mens in haar nieuwe functie. Van meneer Career heeft het bedrijf inmiddels afscheid genomen. Vanwege een reorganisatie wordt hij niet opgevolgd. Mevrouw Mens voelt zich in het diepe gegooid. Zij heeft geen vaste werkplek, is onvoldoende op de hoogte van haar functie-inhoud en taken en weet ook niet hoe ze vorm moet geven aan het voor haar onbekende terrein. Zij vraagt een gesprek aan bij de HR-manager voor advies. Deze kan haar geen concrete hulp bieden en adviseert haar om zelf te zoeken naar opleidingsmogelijkheden en een mentor. Deze laatste ervaart de vragen van mevrouw Mens als storend en rapporteert aan de HR-manager dat zij incapabel is voor haar functie.

 

Mevrouw Mens krijgt last van slaapstoornissen, waardoor zij overdag niet helemaal accuraat werkt. Om te herstellen neemt zij regelmatig vrije uren op. Herhaaldelijk bezoekt zij haar huisarts en krijgt ze medicatie voorgeschreven tegen hoge bloeddruk en slaapstoornissen. De arboverpleegkundige roept haar op voor een PAGO. Dit onderzoek wijst uit dat mevrouw Mens lijdt onder hoge stress. De bedrijfsarts adviseert haar om twee weken tot rust te komen. In de derde week wordt ze opgeroepen voor controle. Mevrouw Mens geeft aan dat ze angst heeft om weer aan de slag te gaan.

 

De bedrijfsarts verwijst haar naar de bedrijfsmaatschappelijk werker. Deze maakt samen met de arboverpleegkundige een re-integratieplan. Mevrouw Mens geeft aan dat zij het liefst wil stoppen met werken bij het bedrijf. Zij vertrouwt haar collega’s niet meer en voelt zich minderwaardig omdat zij niet mee kan met de veranderingen. Aan de hand van psycho-educatie legt de bedrijfsmaatschappelijk werker mevrouw Mens uit welke reactiepatronen er bestaan en hoe zij met haar probleem kan omgaan. Psycho-educatie geeft een deelnemer inzicht in de interactie tussen gedachten, gevoelens en gedrag. Hij of zij leert een meer adequate beoordeling te maken van zichzelf, de ziekte/klachten en de sociale situatie.

 

De bedrijfsmaatschappelijk werker vraagt mevrouw Mens onder andere om een logboek bij te houden. Dat moet haar helpen om meer grip op haar emoties en gedrag te krijgen. Mevrouw Mens gaat zich ook meer verdiepen in de competenties die zij graag wil ontwikkelen. De bedrijfsmaatschappelijk werker overlegt met de HR-manager over de mogelijkheden voor een tijdelijk project binnen het voormalige vakgebied van mevrouw Mens. Met de bedrijfsarts bespreekt zij tweewekelijks haar somatische klachten. De arboverpleegkundige ziet erop toe dat zij het re-integratieplan blijft volgen. Inmiddels is er een andere functie voor mevrouw Mens gevonden binnen het bedrijf.

 

KERNTAKEN BEDRIJFSMAATSCHAPPELIJK WERKER

 

_ psychosociale hulpverlening: via kortdurende begeleiding ander gedrag bewerkstelligen door inzicht te geven in de eigen problematiek/het gedrag;

 

consultatie: aan leidinggevenden en management bij onder andere reorganisaties, conflicten binnen afdelingen, functioneringsgesprekken, met betrekking tot de psychosociale effecten;

 

bemiddeling: tussen betrokkene en de ander(en) bij verstoorde of vastgelopen samenwerking;

 

verwijzen: naar de lijn of andere deskundigen zoals de bedrijfsarts, of buiten de organisatie naar meer gespecialiseerde ondersteuning;

 

advies en informatie: bijvoorbeeld het geven van inzicht en ondersteuning in de bereikbaarheid van maatschappelijke instellingen.

 

Desgewenst kan dit takenpakket worden aangevuld met bijvoorbeeld de eerste opvang na schokkende ervaringen (schietincidenten, bankovervallen, ongevallen).

 

 

Reageer op dit artikel