artikel

No more excuses

Wetgeving

De Arbeidsinspectie loopt met de nieuwe aanpak vooruit op de komst van de nieuwe Arbowet. Die voorziet in minder regels vanuit de overheid en meer zelfwerkzaamheid door werkgevers en werknemers bij het vormgeven van veilige werkomstandigheden. De overheid formuleert straks met behulp van wetgeving alleen nog via doelvoorschriften de eisen waaraan bedrijven moeten voldoen. Hoe bedrijven vervolgens aan deze eisen voldoen – met welk middel – wordt zo veel mogelijk overgelaten aan overleg tussen werkgevers en werknemers in de verschillende sectoren. Zij moeten hierover afspraken maken en de oplossingen vastleggen in arbocatalogi.

 

De Arbeidsinspectie (AI) controleert in de toekomst vooral of bedrijven voldoen aan de wettelijke eisen. Hoe dat gebeurt, via welk middel, laat de inspectiedienst aan de sociale partners.

 

De arbocatalogi zijn daarin straks leidend. Uijlenbroek: ‘De huidige brochures zijn nog gemaakt onder de oude wet. Daarom staat er nu nog in via welke middelen een werkgever aan eisen moet voldoen. Die paragraaf vervangen we straks door een verwijzing naar de arbocatalogi. Zo helpen we bij de invoering van de nieuwe wet. Wij laten eigenlijk zien welk stuk ingevuld zou moeten worden via de arbocatalogi.’

 

Via de brochure Arbeidsrisico’s in de houthandel, gerichte inspecties in uw branche weten houthandelaren inmiddels precies wat zij kunnen verwachten. In de brochure noemt de AI de zes belangrijkste arbeidsrisico’s voor de sector. Bij elk arbeidsrisico staan de inspectienormen en verwijzingen naar bestaande instrumenten en hulpmiddelen om aan de regels te voldoen. En bedrijven zijn gewaarschuwd: ‘De Arbeidsinspectie controleert tijdens een inspectie specifiek op deze arbeidsrisico’s. (…) Op andere onderwerpen inspecteert de Arbeidsinspectie alleen als daar een concrete aanleiding voor is’, zo staat in de brochure.

 

Op basis van een eigen risicoanalyse stelde de AI zelf per sector de grootste arbeidsrisico’s vast. De brochures zijn daarna in concept voorgelegd aan brancheorganisaties en werknemersorganisaties. Vervolgens zijn per sector in tien bedrijven proefinspecties gedaan om te testen of de brochure begrijpelijk en informatief genoeg was.

 

Frans de Boer is secretaris Sociale Zaken van de brancheorganisatie Vereniging van Nederlandse Houtondernemingen (VVNH). Zijn brancheorganisatie had slechts een beperkt aandeel in de brochure, geeft hij aan. De Boer: ‘Wij hebben de conceptbrochure kunnen lezen. Met een aantal opmerkingen in de brochure was ik het niet eens. Daar heb ik opmerkingen bij gemaakt. Daarna is het een eigen leven gaan leiden. Het is de verantwoordelijkheid van de Arbeidsinspectie om de brochure te versturen.’

 

Coen van der Veer, sectorbestuurder FNV Bouw, vindt dat de AI ‘constructief’ is omgegaan met de opmerkingen van hun kant. ‘Het is een brochure van de Arbeidsinspectie. Wij zijn alleen gevraagd mee te lezen en commentaar te geven. Dat is goed verwerkt.’ Van der Veer vindt de nieuwe aanpak van de inspectie een goede methode. ‘Je maakt alle bedrijven binnen de sector op deze manier bewust van de arbeidsrisico’s. Je kunt ze niet allemaal inspecteren, maar via zo’n project worden ze wel allemaal geinformeerd, aldus de bondsbestuurder.

 

Bij houthandel Wicherson in Steenwijk werd begin dit jaar een van de tien proefinspecties gehouden. Het familiebedrijf met twaalf medewerkers verhandelt en verwerkt voornamelijk tropisch hout (bilinga) en eiken. Directeur Pieter Lukas: ‘Ze vroegen ons of het boekje duidelijk genoeg was en of wij er de richtlijnen uit konden halen. Ik vond de tekst soms een beetje oprekbaar, op meerdere manieren te lezen. Als er ‘specialist’ staat, wie is dat dan? Wij hebben ons commentaar gegeven en in het nieuwe boekje is de tekst nu op sommige plaatsen veranderd.’

 

De Steenwijkse houthandelaar vond het bezoek van de AI heel verhelderend. ‘Ik kijk nu wel een beetje anders tegen de Arbeidsinspectie aan. Ze zijn er helemaal niet op uit om boetes te geven of trammelant te schoppen in bedrijven. Ze willen gewoon dat het een beetje netjes functioneert en dat iedereen zich aan de regels houdt. Daar kan de brochure zeker bij helpen. We hebben een tijdlang niet geweten wat er precies van ons werd verlangd. Je weet nu beter waar je aan toe bent. En het komt er eigenlijk gewoon op neer dat je het gezonde verstand moet gebruiken. Natuurlijk zijn er richtlijnen en daarop moet ook gecontroleerd worden, vind ik. Maar als je je vrouw, kind of een andere dierbare niet met een bepaalde machine zou laten werken, moet je ook personeel daar niet achter zetten.’

 

In het kader van de nieuwe aanpak bij inspectieprojecten gaat de Arbeidsinspectie scherper prioriteiten stellen. De toekomstige arbocatalogi, met oplossingen voor risico’s, spelen daarbij een belangrijke rol. Jaap Uijlenbroek: ‘De branches stellen straks vast op welke manier zij aan de wettelijke vereisten gaan voldoen. Maar de inspectieprogramma’s en prioriteiten zijn onze verantwoordelijkheid. We houden wel rekening met de mate waarin sectoren hun risico’s onder controle hebben.’

 

Ook wordt er rekening mee gehouden in hoeverre bedrijven de oplossingen in arbocatalogi daadwerkelijk doorvoeren op de werkplek. Een bedrijf dat niet voldoet aan de wettelijke eisen, maar wel de maatregelen uit de arbocatalogus heeft doorgevoerd, kan op meer clementie rekenen van de dienst. De Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel voor de nieuwe Arbowet zegt daarover: ‘Werkgevers die werk maken van het toepassen van de arbocatalogus, kunnen op een soepele opstelling van de AI rekenen. De werkgevers zal de ruimte worden geboden om overtredingen waarbij geen ernstig gevaar voor personen bestaat, op te heffen, zonder dat daar een sanctie op volgt’, aldus de Memorie van Toelichting. Verderop staat: ‘Inspecties moeten niet onnodig weerstand en ervaren regeldruk oproepen, maar stimulerend en constructief zijn.’

 

Het beeld dat de inspectie het niet meer zo nauw neemt en halve maatregelen al gauw goed genoeg vindt, is onterecht, vindt Uijlenbroek. ‘Dat is echt een verkeerde inschatting. Wij maken nu heel expliciet wat wij van bedrijven verwachten bij grote arbeidsrisico’s. Dat maakt het makkelijker om streng te zijn. Bedrijven hebben geen excuses meer. We moeten ook kunnen vaststellen dat er echt gewerkt wordt volgens de middelafspraken in de arbocatalogi. Als je alleen een mooi plan van aanpak hebt, maar nog niets hebt bereikt op de werkvloer, maak je er ook geen werk van. Dan kun je een boete verwachten. Maar ben je er op een goede manier druk mee bezig, dan houden we daar rekening mee.’

 

Volgens directeur Uijlenbroek blijven zijn medewerkers wel degelijk controleurs in plaats van adviseurs. ‘Wij zijn een handhavende dienst. Wij blijven controleur. Maar je kunt op verschillende manieren controleren. Je kunt meteen met het wijsvingertje klaarstaan en bovenop alles springen wat fout gaat. Maar het gaat erom dat het veiligheidsbewustzijn binnen bedrijven toeneemt. Als een inspecteur een werkgever uitlegt wat niet goed is en waarom niet, heeft hij al een half advies gegeven. Dat is anders dan alleen zeggen: ‘Dit is niet goed, het is uw verantwoordelijkheid om erover na te denken en veel succes ermee.’ Zo wil je niet optreden als dienst.’

 

Ook Coen van der Veer vindt een beetje ruimte rondom de regels goed. Hij ziet wel een mogelijk risico voor halve maatregelen door werkgevers, maar ‘Tegen te kwader trouw is geen kruid gewassen’. Daarentegen kun je volgens hem veel kapot maken door regels te rigide te handhaven. Van der Veer: ‘Ik kan me voorstellen dat je een werkgever nog een kans geeft, als je ziet dat een bedrijf goed bezig is maar toch nog een lichte normoverschrijding heeft. Als je de Verdonkmethode toepast en strikt vasthoudt aan de regels, krijgen werkgevers een afkeer van arbo. Dan doen ze ook niets extra’s meer. Terwijl wij nu in de houthandel een cao-afspraak hebben om te proberen de houtstofproductie terug te brengen tot 1 mg/m2 in plaats van 2 mg/ m2. Als door strikt te straffen zo’n afspraak uit de cao verdwijnt, ben ik verder van huis. Dan kan ik goedwillende werkgevers niet meer meekrijgen in ‘nog minder is gezonder’. Dan maak je meer kapot dan er te winnen valt.’

 

Volgens Uijlenbroek moeten inspecteurs de taal van het bedrijf spreken, maatwerk leveren. Het gevaar van juridische ongelijkheid is daarbij inderdaad een dilemma, erkent hij. ‘Maatwerk en rechtsgelijkheid staan een beetje op gespannen voet met elkaar. Als je maatwerk levert, moet je rekening houden met de omstandigheden van de specifieke situatie. Rechtsgelijkheid is dat je iedereen op dezelfde manier behandelt. Dat is steeds balanceren. Daarom moeten wij onze inspecteurs trainen en opleiden om maatwerk te leveren zonder de rechtsgelijkheid met voeten te treden.’

 

De nieuwe benadering vraagt volgens Uijlenbroek meer professionaliteit van zijn mensen. ‘Wij dachten bij arbeidsrisico’s altijd ook in oplossingen; welke middelen kunnen werkgevers inzetten om de veiligheid te vergroten? Dat moeten sociale partners meer doen en zijn weerslag krijgen in de arbocatalogi. Wij moeten nog meer gaan denken in termen van veiligheidsniveaus. Onze inspecteurs moeten straks ook kunnen beoordelen of alternatieven voor oplossingen uit de catalogus dezelfde veiligheid bieden. Wanneer accepteer je zo’n alternatief? De bewijslast om aan te tonen dat het veiligheidsniveau hetzelfde is, ligt bij de werkgever. Maar daar begint het grijze gebied. Hoe onomstotelijk moet je dat aantonen? Dat kun je niet in regels gieten. Via collegiaal casuistiek over twijfelgevallen moet je daarin proberen een lijn te trekken. In die zin wordt meer professionaliteit verwacht van de inspecteurs.’

 

Juridische ongelijkheid in de zin dat twee werkgevers voor een zelfde normoverschrijding anders beoordeeld kunnen worden door de AI – omdat de ene werkgever oplossingen uit de arbocatalogi toepast en de andere niet – is volgens Uijlenbroek nog wel te verkopen bij de rechter. ‘Juridische ongelijkheid mag niet, tenzij er onderscheidende omstandigheden zijn. Als iemand door rood rijdt, omdat een ambulance met sirene en zwaailicht voorbij moet, en een ander rijdt door rood zonder ambulance in de buurt, hebben zij allebei precies hetzelfde gedaan. Maar er is voor een van hen wel een onderscheidende omstandigheid die dat rechtvaardigt. Daar gaat het om. Als wij dat goed kunnen uitleggen, hebben we een grote stap gezet’, aldus de AI-directeur.

 

Reageer op dit artikel