artikel

Schiet de Arbowetgeving haar doel voorbij?

Wetgeving

Wim van Veelen, beleidsmedewerker arbeidsomstandigheden van de Vakcentrale FNV reageert verbaasd op ‘de commotie’.

 

Van Veelen: ‘De werkgevers stellen dat we terug moeten naar de basisregels van Europa. Maar onze Arbowet is voor 95 procent een vertaling vanuit Europa.

 

Wij hebben niet ongelofelijk veel meer regels dan wat vanuit Europa gewoon als minimum verplicht is gesteld. En de Europese norm is lang niet altijd de meest gewenste norm. Als bond stellen wij gezondheidsbescherming van onze werknemers voorop. In Nederland waren goede motieven voor een eigen OPS-beleid. Het gaat er niet om of je daarmee vooruitloopt of middelmaat bent. Dat is helemaal niet aan de orde. We voeren nu een goed beleid.’

 

Bartho Pronk houdt zich als CDA-europarlementarier binnen Europa bezig met arbeidsomstandigheden.

 

Pronk: ‘De Europese wetgeving is altijd een minimumwetgeving. De Europese normen en richtlijnen zijn wel zodanig dat er geen gevaar ontstaat voor de gezondheid. Maar een lidstaat heeft altijd het volste recht om strenger te zijn. Het hoeft niet. Maar er is geen land in Europa dat zuiver en alleen de Europese richtlijnen toepast.’

 

MKB-secretaris Van Mierlo: ‘Ik vind niet dat je Europa als minimum moet kwalificeren.

 

Daarmee zet je de discussie op het verkeerde been. Europa formuleert gewoon een goed arbobeleid.

 

Het wordt een minimum als Nederland dingen eraan toevoegt.

 

Dat houdt niet in dat Europa een uiterst mager arbobeleid heeft dat niet voldoet.’

 

Bob Koning van VNO-NCW: ‘Het minimum moet hooguit het maximum zijn. Het Europese beschermingsniveau vinden wij een redelijk niveau. Doordat Nederland strengere arboverplichtingen kent dan elders in Europa, is het Nederlandse bedrijfsleven genoodzaakt hogere kosten te maken. Via ons arbeidsomstandighedenbeleid prijzen wij ons uit de Europese markt.’

 

Van Veelen: ‘Als werkgevers daarover tamboereren, moeten ze dat eerst maar eens met cijfers staven en inzichtelijk maken.

 

Toon maar aan dat de concurrentiepositie in branches en sectoren door de Arbowet is verslechterd.

 

Je kunt net zo hard stellen dat bedrijven door een goede gezondheidsbescherming minder uitval van werknemers kennen en kosten hebben bespaard.’

 

Ook Bartho Pronk denkt dat de kosten als gevolg van arbowetgeving wel meevallen. ‘Binnen de Arbowet is rekening gehouden met concurrentieoverwegingen.

 

Het kostenaspect speelt volgens mij meer in milieuwetgeving dan op arbogebied. Op milieugebied hebben we veel meer de neiging eigen oplossingen te zoeken, hoe veel en hoe duur dat ook moet zijn.’

 

Toch begrijpt Europarlementarier Pronk de roep van werkgevers om minder regels wel. Pronk: ‘Soms zijn de regels dubbelop.

 

Als er vanuit Europa een nieuwe richtlijn kwam, werd die in nationale wetgeving eraan toegevoegd.

 

De Arbowet werd als een huis met allerlei uitbouwtjes.

 

Soms loopt het ongelukkig door elkaar. Ik vind het goed om eens te kijken of alle regels nog zinvol zijn.’

 

Van Mierlo: ‘Nederland kent een lange geschiedenis van veiligheids- en ongevallenwetgeving.

 

Maar Europa heeft ons ingehaald.

 

We zijn daardoor het overzicht verloren. Als MKB Nederland stellen wij bijvoorbeeld de verplichte aansluiting bij een arbodienst ter discussie. Daarover ligt een Europees arrest. Dat is een voorbeeld waarbij wetgeving niet goed op elkaar afgestemd is.

 

Een consistente wetgeving moet je steeds toetsen aan de uitvoerbaarheid in de praktijk.’

 

‘Ik vind het altijd merkwaardig dat een deel van de MKB’ers de regels wel begrijpt en een ander deel niet’, stelt FNV’-er Van Veelen.

 

‘Het roept vragen op die nooit gesteld worden. Ondernemers konden onlangs ook tegenstrijdige regels melden. Op nummer 1 van de ‘top vijf’ van tegenstrijdige regels staat dat een slager volgens de Arbowet uitzicht op de omgeving moet hebben, maar dat het vlees vanuit hygienisch oogpunt niet in het zonlicht mag liggen. Dat is dus een van de grootste problemen die wij hebben. Dat is toch lachwekkend.’

 

VNO-NCW voelt de wind in de rug. De werkgevers zijn blij dat ook het kabinet zich uitspreekt voor een vereenvoudiging van regels. Maar de geplande evaluatie van de Arbowet gaat de werkgevers niet ver genoeg.

 

Bob Koning: ‘De evaluatie van de Arbowet dit jaar kijkt alleen naar wijzigingen die na de Arbowet 1998 zijn doorgevoerd. Wij vinden dat je naar de hele Arbowet moet kijken. Die kan heel anders en beter zonder meteen de werknemers aan hun lot over te laten.’ MKB Nederland mengt zich met de eigen nota in de discussie.

 

‘De toon van onze nota is de uitvoerbaarheid’, zegt MKBsecretaris Van Mierlo. Hij gaat verder: ‘‘Onze toon is de gemeenschappelijkheid die we in Europa overeen zijn gekomen.

 

We noemen daarbij concrete voorbeelden van regels en gewoonten die zijn ingevoerd, maar die naar ons idee afgeschaft kunnen of moeten worden.

 

Het gaat er uiteindelijk om dat de Arbowet beantwoordt aan zijn doel en dat de regelgeving het doel niet voorbijschiet. Laten we de Nederlandse kop eens goed bekijken en zien of die eraf kan. Wat hebben we in Europa afgesproken, waartoe verplicht het ons, welke doelstelling hebben we voor ogen en hoe voeren we het beleid uit? Pas als blijkt dat Europa niet beantwoordt aan de doelstelling waarvoor de regels zijn gemaakt, komen we misschien toe aan extra regels.’

 

Volgens Europarlementarier Pronk kan de discussie helderder worden door het vaststellen van objectieve criteria. Die moeten volgens hem een belangrijke rol spelen binnen de huidige maatschappelijke context waarin de wet wordt geevalueerd. Pronk: ‘Bij de evaluatie moet je naar het hele systeem kijken. Je mag niet onder de Europese richtlijnen duiken. Er zijn ook technologische en maatschappelijke veranderingen geweest die op gebieden vereenvoudiging mogelijk maken.

 

Maar je zou per sector of branche ook moeten kijken naar ziekteverzuim of ongevalcijfers. Dat zijn objectieve criteria die aanleiding kunnen geven om in bepaalde gevallen toch te kiezen voor aanvullende regelgeving.

 

Kijk ook naar productiviteitspercentages.

 

Een productief bedrijf heeft ook vaak een laag ongevalcijfer. Zoals de discussie nu door werkgevers en werknemers gevoerd wordt, leidt dat alleen tot gezeur. Ga inventariseren, benoem uitgangspunten en beslis dan wat nodig is. Ik sluit niet uit dat je op bepaalde gebieden soms boven Europees niveau uitkomt.’

 

Wim van Veelen reageert geprikkeld op die terminologie. Van Veelen: ‘‘Wij zeuren niet. De FNV is ook voor eenduidige regels en minder regels als het kan. Maar zolang een Belgische postbode nog zelfmoord pleegt omdat hij door pesterijen van collega’s op het werk geen uitweg meer ziet, moet je niet stellen dat regels over pesten wel geschrapt kunnen worden. Ik zie ook niet in waarom we, bijvoorbeeld als het gaat om de vervangingsplicht van vluchtige organische stoffen, een stap terug zouden moeten doen. Die regeling werkt in Nederland heel goed. Iedereen is erop ingespeeld, dus waarom terug naar een lager Europees niveau?’

 

Vraag is of werkgevers en werknemers elkaar nog kunnen vinden in de discussie over de evaluatie over de Arbowet. FNV-beleidsmedewerker Van Veelen: ‘Wij zijn graag bereid te praten over zinvolle regelgeving. Dat gaan we ook doen in de Stichting van de Arbeid. Maar dan moeten de werkgevers wel intrinsieke tegenstrijdige regels binnen de Arbowet op tafel leggen die ertoe doen.

 

Wij nodigen ze uit die tegenstrijdige regels op te ruimen.’ MKB-secretaris Van Mierlo: ‘Het geschilpunt ligt volgens mij in de angst van de werknemersorganisaties dat door het vereenvoudigen van regelgeving het beschermingsniveau zodanig zal afnemen dat de werknemer daaronder lijdt. Wij zijn ervan overtuigd dat door een betere uitvoerbaarheid van regelgeving op de werkplek een goed niveau van veiligheid en gezondheid op de werkplek tot stand kan komen. Nu wordt het niet goed uitgevoerd.’ CDA-europarlementarier Pronk: ‘Je kunt mooie regels hebben, maar ze moeten natuurlijk wel nageleefd worden.

 

Daarom zijn uitvoering en controle heel belangrijk.’

 

Reageer op dit artikel