artikel

‘Verplicht bedrijven tot meer preventie’

Wetgeving

In het Haagse Centre Courtgebouw, waar de Arbeidsinspectie sinds december vorig jaar haar domicilie heeft, staat het lievelingsschilderij van Paul Huijzendveld nog steeds op een stoel.

 

Een paar dagen wintersport staan voor de deur en het interview met ARBO is als laatste gepland voor de reis naar de besneeuwde hellingen. Als topambtenaar van SZW weegt Huijzendveld zijn woorden zorgvuldig.

 

Al schuwt hij de duidelijkheid niet. In de tegenwoordig voor elke organisatie bijna onvermijdelijke missie staat dan ook dat de inspectie misstanden aanpakt en politiek relevante informatie levert. ‘Dat doen we in het minister-stafoverleg elke vrijdag.

 

Daarin melden we informatie uit de praktijk die relevant is voor het beleid. Een van die zaken is tegenstrijdigheid in interpretatie van regelgeving. We zijn bezig in gemeenten te kijken of het echt zo is dat regels van de overheid elkaar tegenspreken, zoals bedrijven en burgers vaak beweren.

 

Ik durf wel te zeggen dat de regels op zich niet tegenstrijdig zijn. Het kan wel zo zijn dat de interpretatie van regels voor verwarring zorgt. Schei alleen uit over die gladde vloeren in de keuken die de Keuringsdienst van Waren eist en de geribbelde vloeren die wij zouden eisen.

 

Een broodje aap-verhaal. Wij kijken daar al twintig jaar niet meer naar.’

 

Huijzendveld zwaait al tien jaar de scepter over zijn dienst. Sinds een paar jaar doet hij dat terwijl Nederland in een recessie zit.

 

Het heeft geen invloed op zijn werk en niet noemenswaardig op het peil van de arbeidsomstandigheden in Nederland.

 

Al merkt hij wel dat er meer geklaagd wordt over de regelgeving.

 

En of zijn taak in tijden van economische voorspoed makkelijker of moeilijker is, doet niet terzake. ‘Wat me wel opvalt is dat er meer geeist wordt van mensen. De werkdruk is hoger.

 

Bovendien, maar dat staat los van de conjunctuur, hebben we steeds vaker te maken met agressie en geweld. Ook binnen onze dienst. We hebben tachtig inspecteurs erbij voor het bestrijden van de illegale tewerkstelling.

 

Daar kom je regelmatig met agressie in aanraking. Uiteraard geven we ze de nodige vaardigheden mee om daar mee om te gaan. Het is een algemeen verschijnsel dat tien tot twintig jaar geleden veel minder voorkwam.’

 

ARBOCONVENANT Wie stelt dat het onderwijs ook te maken heeft met agressie en geweld, bezondigt zich aan eufemistisch taalgebruik.

 

De Arbeidsinspectie richt zich daarom op deze sector. Daarmee vindt de directeur dat hij de stelling voldoende ontkracht dat het afsluiten van een arboconvenant ervoor zorgt dat de inspectie buiten de deur blijft. Het onderwijs is immers een van de sectoren waar het arboconvenant succesvol is. ‘Nee, het afsluiten van een arboconvenant is zeker geen vrijbrief. Ook binnen deze sectoren blijven we de wet handhaven. Maar een convenant geeft wel goede hoop. Al moet je natuurlijk afwachten of een model-RI&E en goed voorlichtingsmateriaal neerdalen in de bedrijven.’

 

De metaalsector trof een zeer teleurgestelde staatssecretaris aan toen na jaren van voorbereiding een arboconvenant werd opgeblazen.

 

De werkgevers vonden toch dat er te veel regeltjes over hen heen kwamen bovenop de in hun ogen toch al gedetailleerde wettelijke arboverplichtingen.

 

Gevolg: een investering van ettelijke tonnen die in (las)rook opging. De inspectie wordt nu door SZW op de sector gezet.

 

Een soort strafmaatregel, al mag je dit volgens Huijzendveld niet zo beschouwen. ‘Wij vissen waar het mis is. We willen slagkrachtig zijn en richten ons dus op bedrijven waar we verwachten de meeste misstanden aan te treffen. Het opblazen van een arboconvenant is een teken dat er iets structureels mis is in de metaal. Het belooft niet veel goeds voor de toekomst.‘

 

De topambtenaar gelooft heilig in de arboconvenanten. Hij houdt zich echter niet bezig met de vraag wat er met de convenanten moet gebeuren als ze eenmaal afgelopen zijn. Opnemen in de CAO is een optie voor hem, maar meer ook niet. ‘Het zou doodzonde zijn als de arboconvenanten geen follow-up krijgen. De komende jaren zullen binnen de evaluatie van de Arbowet ook de convenanten zelf worden geevalueerd.

 

Maar hoe ze een vervolg krijgen zal me eigenlijk worst zijn. Als je de arbo-afspraken algemeen verbindend kunt verklaren door ze in een CAO op te laten nemen, prima. Natuurlijk laat je het positieve van de convenanten niet uit handen vallen.

 

Voor de naleving van die afspraken moet je niet bij ons zijn.

 

Een CAO is een contract tussen de sociale partners. Als een van de partijen vindt dat contractbreuk is gepleegd, moet hij naar de civiele rechter stappen.’

 

Het zou ook niet goed zijn als de inspectie deze taak op het bord geschoven kreeg. De dienst kampt met een fikse achterstand in de verwerking van boetes. De inspectie kreeg er inmiddels wel nieuwe mensen bij: dertig nieuwe arbeidsinspecteurs en meer menskracht op het boetebureau, maar die zullen volgens Huijzendveld er voor zorgen dat de berg niet nog verder oploopt.

 

De achterstand wordt volgens de directeur niet ingelopen door extra formatie, maar door verbeteringen in het automatiseringssysteem en het invoeren van meer standaardboetes. ‘Binnen twee jaar moet de achterstand ingelopen zijn. Al blijven natuurlijk altijd wat boetes binnen de pijplijn.’

 

Buiten geld en geluk is de mens geneigd om zich te ontdoen van zaken waar hij te veel van heeft.

 

Het zou dus logisch zijn als de inspectie minder zou gaan beboeten. Dit lijkt al gebruik te zijn. Een inspectie in de delfstofen bouwmaterialenindustrie leverde immers maar zes boetes en een stillegging op. Terwijl volgens cijfers van de inspectie slechts 26 van de 120 onderzochte bedrijven geen overtreding begingen. Volgens de directeur is dit echter een misvatting.

 

‘We marchanderen absoluut niet met boetes. Sterker: het is een prima handhavingsmiddel.

 

We zijn uitermate tevreden over de boete. Waarom in de bouwmaterialensector weinig boetes zijn uitgedeeld kan ik niet zeggen.

 

Er is nogal verschil tussen bijvoorbeeld het niet-invullen van een RI&E en een te grote blootstelling aan kwarts. Het eerste is zorgelijk, dat laatste is echt hartstikke schadelijk.

 

In deze industrie gaat het ook om te veel kwartsblootstelling?

 

Ja, dat kan. Dat is een ingewikkelde kwestie. Kan best zijn dat het om een strafbaar feit gaat en dat er eerst een waarschuwing gegeven is. Bovendien is de kwartsnormstelling ingewikkeld.

 

We hebben een norm afgespro- ken, maar niemand kan hem nog meten.’ (Na afloop van het interview verklaart een SZW-woordvoerster dat veel bedrijven een waarschuwing kregen omdat de blootstellingbeoordelingen niet deugden. Na de waarschuwing bleek een boete niet nodig omdat de bedrijven hun zaken op orde brachten).

 

SZW begon met een campagne een nieuw offensief tegen onveilig werken. Een actie die zeker in de bouwsector nodig lijkt. Het aantal dodelijke ongevallen is nog steeds veel te hoog, erkent ook Huijzendveld. ‘We geven al forse boetes in de bouw. Toch is vallen van grote hoogte nog steeds risico nummer een. Al daalt het aantal dodelijke ongevallen iets.

 

Dit jaar hebben we in Europees verband aandacht besteed aan de bouw, maar de veiligheidsmaatregelen zijn nog onvoldoende geborgd. Engeland is voor ons een voorbeeld. Daar hebben ze door goede voorlichting en zeer confronterende spotjes op televisie ook goede resultaten geboekt.’

 

In Nederland dreigt door geldgebrek het project WAO-coaches te stoppen waarin arbeidsgehandicapte bouwvakkers hun collega’s wijzen op risicovol gedrag. Het project won onlangs nog een best practice prijs. ‘Is dat zo?

 

Dat wist ik niet. Dat is een slechte zaak. Als de sociale partners dit project niet willen doorzetten, is dat doodzonde. Ik geef dat door aan de bewindslieden.’

 

Huijzendveld ontkent dat de inspectie aan kwalitatieve slijtage leidt. De dienst zou te veel sociologen en te weinig techneuten tellen. ‘Ten eerste hoef je niet voor elke inspectie techneuten in te zetten. Ten tweede hebben we in onze directie Major Hazard Control en ons Expertisecentrum echt toppers op het gebied van chemie en techniek. Onze inspecteurs gaan goed voorbereid op pad. Een inspecteur voor de landbouw die niet weet wanneer de oogstperiode is, wordt weggelachen.

 

Dat weten wij ook wel.’

 

De dienst is sinds begin dit jaar in rep en roer. Een fiscale maatregel leverde een dubbeltje minder benzinegeld op per kilometer.

 

Gevolg: honderd inspecteurs namen de bus en trein en de planning liep een flinke deuk op.

 

Huijzendveld heeft begrip voor zijn inspecteurs, maar kan de maatregel niet terugdraaien en heeft ook geen extra potje om het inkomensverlies te compenseren.

 

‘Het is slecht voor de inspectie, maar ik heb goede hoop dat we de opgelopen achterstand weg kunnen werken. Ik laat mijn mensen in ieder geval niet twee keer zo lang werken.

 

Toch merk je dat onze mensen bij hun werk betrokken blijven.

 

We zijn druk bezig geweest met het onderzoek naar de oorzaken van het ongeval in de Amercentrale.

 

Ik kreeg te horen dat ze nog steeds boos waren over de reiskostenmaatregel, maar dit zo belangrijk vonden dat ze met de Kerst en in het weekend 24 uur achter elkaar doorwerkten. De ketel is onder ons toezicht helemaal ontruimd. Onder regie van het Openbaar Ministerie. Een gigantische klus. Want de kans bestaat dat iemand die wat te verbergen heeft een klein stukje bewijsmateriaal wegmoffelt. Op 2 februari is dit deel van de klus geklaard. Echt tienduizenden onderdelen zijn bekeken, gefotografeerd en gedocumenteerd.

 

In mei hopen we samen met het OM met een rapport te komen.

 

We hebben een hypothese. Het is te simpel om te stellen dat het of een verkeerd gebouwde steiger of gepeuter aan de steiger moet zijn. We hebben samen met TNO simulatiemodellen opgesteld.

 

Het ontwerp kan niet goed zijn geweest, er kan verkeerd gebouwd zijn, alles is mogelijk.’

 

De chef arbeidsinspecteurs heeft forse kritiek op de arbodienstverlening.

 

Volgens hem ligt de nadruk te veel op verzuimcontrole.

 

‘Ik ben blij met de uitspraak van het Europese Hof. Die stelt dat bedrijven eerst intern hun arbodienstverlening moeten proberen te regelen. Als dat niet lukt, kunnen ze extern hulp inroepen. Dat werkt veel beter.

 

Interne arbodiensten kennen veel meer draagvlak en krijgen ook meer in beweging. Externe arbodiensten moeten vaak met minimale contracten werken en komen een keer per jaar langs of regelen het zelfs slechts op papier. Preventie komt veel te weinig aan bod. Van mij mag de verplichte aansluiting bij arbodiensten van de baan. Het feit dat werkgevers veel moeite hebben met die verplichting werkt contraproductief.

 

Verplicht ze maar meer aan preventie te doen.’

 

Gevraagd naar een sector die Huijzendveld het liefst zou zien verdwijnen, doet de directeur in een diep peinzen verzinken.

 

‘Daar vraag je me wat. Werken in een riool zou van mij niet meer nodig mogen zijn. En het glazenwassen op grote hoogte.

 

Ik vind de sector sympathiek en ben zelf bij het glazenwassersconvenant betrokken geweest, maar Nederland is het enige land in Europa waar nog met hoge ladders wordt gewerkt, de ramen naar buiten toe opengaan en mensen op een lat van 5,5 tot 7 decimeter hun werkplek hebben. Dat werk is echt uit den boze.’

 

Reageer op dit artikel