artikel

Voorlopig geen gezamenlijke preventistenopleiding

Wetgeving

De ongeveer zestig aanwezigen discussieerden over drie stellingen. De eerste luidde dat de markt behoefte heeft aan een multidisciplinaire adviseur. Stelling nummer twee hield in dat de markt behoefte heeft aan een, voor opdrachtgevers toegankelijk, deskundigennetwerk. Volgens de laatste stelling moeten werkgevers, werknemers en beroepsverenigingen samen slimme praktijken gaan ontwikkelen, dat wil zeggen praktijken waarvan de efficientie en de effectiviteit zijn bewezen.

 

Tijdens de discussie werd duidelijk dat de standpunten van de verschillende partijen weliswaar verschillen, maar dat de partijen inmiddels wel hun plaats hebben bepaald binnen het nieuwe arboregime. Werkgevers en werknemers regelen de arbeidsomstandigheden binnen de branches in principe helemaal zelf. De preventiedeskundige adviseert waar de sociale partners dat vragen en de overheid ziet op afstand toe. We zouden de conferentie kunnen beschouwen als een eerste test van deze nieuwe verhoudingen. Daarbij kwamen interessante standpunten aan het licht. Hierna noemen we de belangrijkste.

 

In reactie op de eerste stelling werd opgemerkt dat onderscheid moet worden gemaakt tussen grotere en kleinere organisaties. De markt bestaat niet. Werkgevers en werknemers verwachten van een deskundige ervaring in en kennis van de branche of het specifieke risicotype. Een deskundige moet weten waarmee de organisatie bezig is. Daarnaast moet hij soms multidisciplinair kunnen denken en adviseren. Zijn opleiding moet passen bij zijn primaire discipline (AH, A&O, VK) en doelgroep (branche/risicotype).

 

In grotere organisaties heeft een deskundige op wo/hbo-niveau met basale kennis van de andere disciplines de voorkeur. Hij moet genoeg van andere disciplines afweten om de aard van het probleem te kunnen begrijpen en daarover een eerste advies te kunnen geven. Vereist een specifiek probleem meer kennis, dan moet de deskundige een beroep kunnen doen op een netwerk van te raadplegen specialisten. Deze wo’er of hbo’er kan eventueel worden geassisteerd door een deskundige op mboniveau. Een ‘Black Box’ met toegang tot ‘gegarandeerde’ (gecertificeerde?) deskundigheid wordt daarbij nuttig geacht. Hier is een duidelijke rol weggelegd voor de beroepsverenigingen met hun beroepsregisters.

 

In het MKB kan veelal worden volstaan met een deskundige op middelbaar niveau. Ook hier geldt dat die moet kunnen terugvallen op de ‘Black Box’. Vanwege de interesse in deskundigheid op middelbaar niveau werd op de conferentie gesuggereerd om opleidingen arbeidshygiene en A&O op middelbaar niveau te ontwikkelen.

 

Een nieuw idee is om in aanvulling op de reguliere opleidingen separate opleidingsmodules te ontwikkelen, waarmee preventiedeskundigen hun kennis kunnen verbreden. Zo kunnen bijvoorbeeld arbeidshygienisten meer kennis opdoen van veiligheidskunde, of veiligheidskundigen iets opsteken van arbeids- en organisatiekunde. Deze opleidingsmodules zouden moeten voldoen aan nader vast te stellen criteria. Voltooiing van een module zou moeten leiden tot een ‘aantekening’ als aanvulling op de opleiding in de kerndiscipline waarin de deskundige is opgeleid. Als mogelijke onderwerpen voor opleidingsmodules wordt gedacht aan arbeidshygiene, arbeids- en organisatiekunde, veiligheidskunde, milieukunde, kwaliteitskunde, rampenbestrijding en beveiliging (security).

 

Op de conferentie werd duidelijk dat in de markt wel behoefte bestaat aan deskundigen die disciplineoverschrijdend kunnen werken. De multidisciplinaire preventist, waarover in een eerdere uitgave van ARBO werd gesproken, lijkt echter nog ver weg. De toekomst is aan een preventiedeskundige die weet waar de grenzen van zijn kennis liggen en die over een breed netwerk beschikt van specialisten op andere disciplines.

 

Alle partijen achten een bundeling van kennis van alle arbodisciplines noodzakelijk. De beroepsverenigingen zijn de aangewezen partijen om dit netwerk – de Black Box – zo te ontwikkelen dat de ‘state of the art’ van alle disciplines eenvoudig kan worden ontsloten ten behoeve van de in de bedrijven werkzame deskundigen. Van de deskundigen wordt verwacht dat ze voor goede contacten zorgen met deskundigen van andere disciplines; zo is een deskundige zelf een takje van het professionele netwerk. De stelling dat een nieuw deskundigennetwerk nodig zou zijn, werd duidelijk afgewezen; hier ligt voor de beroepsverenigingen dus een nieuwe rol weggelegd.

 

Aandacht voor branchespecifieke expertise wordt belangrijk geacht. De samenwerking tussen NVVA en NVVK in de Chemie Contact Groep is een voorbeeld van branchegerichte aanpak. De beroepsverenigingen, verzameld in de Stichting Preventie Project Management, zouden een kennismatrix moeten maken en kunnen beschikken over een overzicht van deskundige leden die aan bepaalde branche-eisen voldoen en als zodanig beschikbaar zijn (het beroepsregister). Branchegerichte kenniseisen zouden tevens onderdeel kunnen uitmaken van de opleidingseisen. Wat dat betreft ligt er nog veel werk – en dus mooie kansen – voor de opleidingsinstituten in het verschiet.

 

Samenvattend is de conferentie vooral nuttig geweest om de onderlinge standpunten te verhelderen. Dit was de eerste maal dat de beroepsverenigingen zich in gezamenlijkheid naar buiten presenteerden. Er is zeker sprake van een positieve chemie tussen de verenigingen zelf en hun maatschappelijke partners. De dreiging die destijds uitging van de wijzigingen in de Arbowet, heeft blijkbaar geleid tot een constructieve reactie van de beroepsverenigingen. Naar verwachting zal het onderzoek leiden tot interessante ontwikkelingen, vooral waar het de disciplineoverstijgende opleiding van preventiedeskundige betreft.

 

MEER INFO

 

Zie voor meer informatie over het onderzoek naar de toekomstmogelijkheden van A&O’ers, veiligheidskundigen en arbeidshygienisten ARBO 3-2007, blz. 16 e.v.

 

 

Reageer op dit artikel