artikel

Zwaar tillen aan de tilnorm

Wetgeving

Pieter Rodenburg, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB), deelt de zorgen om het arbospreekuur. Hij beklimt de barricaden om het spreekuur van de bedrijfsarts te behouden. Rodenburg: ‘De Arbowet garandeert nu de vrije toegang van de werknemer tot de bedrijfsarts op kosten van de werkgever. Als die wettelijke verplichting wegvalt, is een werknemer straks van zijn cao afhankelijk of hij een bedrijfsarts mag bezoeken op kosten van zijn werkgever. Juist sectoren met slechte arbeidsomstandigheden hebben vaak ook de minst gunstige cao’s. Door het spreekuur te schrappen loop je het risico van weer meer arbeidsongeschiktheid.’

 

Rodenburg heeft ook zorg over vage doelvoorschriften op het gebied van toxische en carcinogene stoffen. Daardoor ontstaat volgens hem onduidelijkheid. ‘Dat moet je zeker bij toxische en carcinogene stoffen niet willen. Je haalt allerlei interpretaties in huis. Bij onduidelijke grenswaarden gaan branches shoppen tussen wetenschappelijke inzichten en zoeken zij de mening die hen het beste uitkomt. Als een helder en duidelijk beschermingsbeleid ontbreekt, dreigen eindeloze discussies en juridisering achteraf. Je gaat dan aan de achterkant problemen oplossen met schadevergoedingen en strijd daarover, terwijl je gewoon aan de voorkant moet beginnen met duidelijke normen.’

 

Dat geldt ook voor de methode voor het berekenen van de tilbelasting, vindt Rodenburg. ‘Daar bestaat de NIOSH-methode voor.

 

Daarvan moet je gewoon zeggen: dit is de standaard en zo gaan we het doen. Anders krijg je eindeloze discussies. Ik zou niet weten in wiens belang dat is.’

 

Ook beleidsmedewerker Aleid Budding van FNV Bouw vreest voor het beschermingsniveau van de gezondheid van werknemers. Zij voelt er helemaal niets voor om met werkgevers in de branches te gaan onderhandelen over maximale tilgewichten. ‘Het is de verantwoordelijkheid van de overheid om te zorgen voor een basis waarop iedereen zich kan beroepen. Als het wettelijk kader voor goede arbeidsomstandigheden wegvalt, worden veiligheid en gezondheid onderhandelbaar op het niveau van sectoren. Daar hebben wij bezwaar tegen. Wij willen in een beschaafd land geen gelegenheid geven om te concurreren op gezondheid. Bovendien ontstaat dan tussen werknemers in verschillende sectoren rechtsongelijkheid. Straks mag iemand in de houtindustrie door een uitruil bij cao-onderhandelingen zwaarder tillen dan een werknemer in de bouw. Je moet in een land niet uiteenlopen.’

 

Toch sloot de bouwsector eind november het arboconvenant Bouw af, waarin werkgevers en werknemers wel degelijk afspraken maakten over tillen. Afspraken kunnen dus wel. Budding: ‘Het arboconvenant functioneerde binnen een geheel van regelgeving waardoor werknemers sowieso bescherming hadden tegen arbeidsrisico’s. Dan kun je vervolgens in sectoren proberen maatwerk te bereiken. Maar het arboconvenant was een aanvullende afspraak bovenop wetgeving.’

 

Secretaris arbeidsomstandigheden Bob Koning van werkgeversorganisatie VNO-NCW is het niet met haar eens. Het is volgens hem heel goed mogelijk om in de branches goede afspraken te maken over bijvoorbeeld de aanpak van het tilprobleem, ook zonder een wettelijke tilnorm. Koning wijst erop dat er nu ook geen norm voor tillen in de wet staat. ‘Bij tillen is van het schrappen van een nationale kop ook helemaal geen sprake. Er staat in de huidige wetgeving geen enkele getalsnorm. Toch zijn werkgevers en werknemers in de bouw erin geslaagd afspraken te maken. Op dezelfde manier zijn ook in andere sectoren afspraken gemaakt over tillen, zoals in de zorgsector en de kinderopvang. Je kunt het dus best bij de sociale partners in branches neerleggen.’ Koning gelooft er helemaal niets van dat veiligheid en gezondheid daardoor onderhandelbaar worden en tot rechtsongelijkheid leiden. ‘Dat is onzin. Werkgevers hebben er alle belang bij dat werknemers gezond kunnen werken. Het kost de werkgever goud geld als iemand door zijn rug gaat en lang thuiszit.’

 

De tilnorm is volgens hem een buitengewoon gevoelig onderwerp waarover werkgevers en werknemers al jaren discussieren. ‘Dat kun je niet zomaar met een getalletje in de wet oplossen. In de arboconvenanten is per bedrijfstak naar oplossingen gezocht. Die afspraken verschilden per sector. Die rechtsongelijkheid is er dus nu ook al wel en zal in de toekomst wel blijven. Het gaat ons er vooral om dat er gekozen wordt voor oplossingen die werken. Want als bedrijven niets kunnen met een getal in de wet, schiet je er uiteindelijk niets mee op.’

 

Koning heeft nog steeds het vertrouwen dat de staatssecretaris in de nieuwe Arbowet de hoofdlijnen van het SER-advies volgt. Daar verandert vooralsnog ook het schrappen van het arbospeekuur niets aan. Het is een kwestie van geduld, vindt hij. Koning: ‘De toegankelijkheid tot de bedrijfsarts staat voorop. Staatssecretaris Van Hoof heeft op 2 november, tijdens een debat in de vaste Kamercommissie voor SZW, nadrukkelijk gezegd dat de toegankelijkheid gewaarborgd blijft. Maar het arbospreekuur was volgens hem een middel om een hoger doel – zorgen dat werknemers gezond hun werk kunnen doen – te bereiken. In lijn met het SER-advies om alleen doelvoorschriften op te nemen, kiest hij ervoor het middelvoorschrift te schrappen.’ Dat klonk Koning niet vreemd of onredelijk in de oren. ‘Ik weet niet of je het bezoek aan de bedrijfsarts alleen moet regelen via een arbospreekuur. Het doel blijft erin, maar het middel kan anders. Daar zijn allerlei andere variaties in te bedenken die je op bedrijfsof bedrijfstakniveau kunt afspreken’, aldus Koning.

 

Toch heeft de werkgeversorganisatie officieel nog geen mening over de plannen van Van Hoof. ‘Als VNO-NCW wachten we het hele wetsvoorstel af en geven we dan pas ons oordeel’, zegt Koning. ‘We laten ons niet bij voorbaat gek maken. Dat is een verschil in reactie. De werknemers schreeuwen moord en brand en zeggen dat de Arbowet om zeep wordt geholpen en de staatssecretaris zich niet aan het SER-advies houdt. Als werkgevers vinden wij dat de brief van Van Hoof het vertrouwen geeft dat hij de hoofdlijnen van het SER-advies volgt. Garanties heb ik niet, want ik ken het wetsvoorstel niet. Maar wij maken ons vooraf minder ongerust.’

 

Koning vindt dat voorzitter Pieter Rodenburg van de NVAB daar ook goed aan zou doen. ‘Rodenburg moet gewoon het voorstel van de staatssecretaris afwachten. Als je dan nog steeds bezorgdheid hebt over de toegankelijkheid, moet je daar vooral mee naar buiten komen. Maar wacht eerst even af.’

 

De VNO-NCW-secretaris heeft wel een groot schrikbeeld. ‘Dat is dat het oorspronkelijke idee van de vakbeweging waarheid wordt en dat in de arbocatalogi alles komt te staan wat we hebben aan beleidsregels, NEN-normen, arbo-informatiebladen et cetera. Dan hebben we niets bereikt. Dan hebben we alleen meer of meer van hetzelfde. Wij willen in de arbocatalogi juist minder en eenvoudiger regels. Nadrukkelijk met het behoud van het beschermingsniveau van werknemers. Het zal best links en rechts tot eindeloze discussies leiden. Die voerden werkgevers voorheen met de Arbeidsinspectie. Onwerkbare regels worden nu afgeschaft.’

 

‘De vakcentrale CNV zit op het vinkentouw’, zegt beleidsmedewerker arbeidsomstandigheden Arie Woltmeijer. Uitgangspunt voor het CNV is dat de regels die er zijn zinvol zijn. Maar bij de bond bestaat enige vrees dat de deregulering te kort door de bocht gaat. Woltmeijer: ‘De staatssecretaris wekte eerder de indruk dat hij het SER-advies wilde uitvoeren. Maar inmiddels weten we dat hij voor zaken die wij wel belangrijk vinden geen doelvoorschriften meer wil opnemen. Dat zijn we niet met hem eens. Wij krijgen steeds meer de indruk dat de staatssecretaris het SER-advies niet integraal wil overnemen. Ik ben voorzichtig, want we weten het nog niet zeker.’

 

Woltmeijer wijst erop dat Europa meer middelvoorschriften kent dan doelvoorschriften. ‘Daar ontkom je dus niet aan. Die middelvoorschriften moet je blijven toepassen’, aldus Woltmeijer. ‘Maar als vervolgens alleen die paar doelvoorschriften uit Europa overblijven, hebben we wel een probleem. Het SER-advies haalt de middelvoorschriften uit de wet, maar is er daarbij wel van uitgegaan dat voor relevante arbeidsrisico’s een beschermingsniveau wordt gegeven.’ Een tilnorm zou er volgens Woltmeijer wel moeten komen. Woltmeijer: ‘Het SER-advies gaat uit van doelvoorschriften op basis van wetenschappelijke inzichten. De NIOSH-methode is een Amerikaanse, wetenschappelijk onderbouwde methode om in verschillende situaties en houdingen het maximale tilgewicht te bepalen. Wij vinden dus dat zo’n norm er moet komen. Als werkgevers in een of twee sectoren vinden dat zij daaraan niet kunnen voldoen, moeten ze maar argumenten op tafel leggen. Maar wij kiezen liever voor een norm en dan eventueel ontheffing verlenen.’

 

Het CNV gaat het nieuwe wetsvoorstel ook op andere onderdelen nauwkeurig onder de loep nemen. Zo is de vakbond ook tegen het eventueel schrappen van de Informatiebepalingen. Woltmeijer: ‘Wij vinden dat een ondernemingsraad een afschrift moet krijgen van een advies van de arbodienst. Daar moeten ze niet om hoeven vragen.’ Ook het afschaffen van het arbospreekuur vindt het CNV geen goed idee. Als het wetsvoorstel helemaal op tafel ligt, zal de vakbond pas beoordelen of hij daar in hoofdlijnen mee kan instemmen. ‘We gaan straks niet meer over komma’s praten’, zegt Woltmeijer. Maar hij laat weten dat het ontbreken van doelvoorschriften voor een tilnorm zeker geen komma is. ‘Het beschermingsniveau moet het uitgangspunt zijn. Als dat gewaarborgd is, moeten we snel in de branches aan de slag. Uiteindelijk moet het wel komen van de verantwoordelijkheid die bedrijven en medewerkers voelen voor goede arbeidsomstandigheden. Die kennen de situatie op de werkplek. Er zijn wel doelvoorschriften voor nodig in de wet. Vervolgens kunnen we samen bekijken welke middelen we daarvoor kunnen inzetten.’

 

Reageer op dit artikel