artikel

Fatale explosie

Wetgeving

Uit onderzoek blijkt dat de voorpiek werd verlicht met een niet-explosieveilige bouwlamp, aangesloten op een kabelhaspel van 220 volt. De lamp was met een magneet aan de zijwand van de voorpiek bevestigd. De Poolse werknemer had na ongeveer een half uur spuiten de voorpiek verlaten om de filters en het (plastic) glas van het gelaatsmasker te verwisselen. Na ongeveer 10 minuten kwam hij terug om verder te gaan met de spuitwerkzaamheden. Meteen daarna ontstond over de hele vloer een grote (steek)vlam gevolgd door een explosie.

 

Voordat de brandweer na het ongeval het ruim binnenging, is gemeten of er een explosief mengsel aanwezig was. Er is toen in het mangat 15 procent LEL en in het ruim 48 procent LEL gemeten. Getuigen hebben verklaard dat er voorafgaand aan het werk geen metingen zijn gedaan naar zuurstofgebrek of explosiegevaar. Ook was er geen voorlichting gegeven over de risico’s van het spuiten van verf met thinner als oplosmiddel.

 

Het Openbaar Ministerie vervolgt de werkgever wegens overtreding van artikel 3.5g Arbobesluit, (onderzoek vooraf naar schadelijke atmosfeer), terwijl de werkgever wist of redelijkerwijs had moeten weten dat er voor de werknemers levensgevaar en/of ernstige schade aan de gezondheid was te verwachten (art. 32 Arbowet).

 

Volgens de rechtbank is het algemeen bekend dat bij het werken met verf, vermengd met thinner, in een besloten ruimte de atmosfeer in die ruimte explosief kan worden. Dit temeer omdat in de gebruiksaanwijzing en op de veiligheidsinformatiebladen wordt gewaarschuwd voor het risico van een explosie en ook de benodigde voorzorgsmaatregelen staan vermeld. Dit wordt bovendien op simpele wijze duidelijk gemaakt door een icoontje met de afbeelding van een vlammetje op de verpakking.

 

Voorafgaand aan het werk is er geen onderzoek gedaan naar de risico’s en de te nemen veiligheidsmaatregelen. Daarmee acht de rechtbank overtreding van artikel 3.5g Arbobesluit bewezen. Zowel de werknemers als de leidinggevende waren zich niet bewust van de gevaren en wisten ook niet welke voorzorgsmaatregelen zij in acht moesten nemen. Het bedrijf wordt veroordeeld – conform de eis van de officier van justitie – tot een boete van 20.000 euro, waarvan 10.000 voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

 

Wilt u meer jurisprudentie? Lees Vakblad Arbo>>

 

Ook interessant voor u:

 

Reageer op dit artikel