artikel

Ongeval buitenlandse schepeling

Wetgeving

Op zeker moment raakt een schepeling bekneld tussen een al geplaatste container en een nieuw aangevoerde en overlijdt aan zijn verwondingen. De stuwadoor wordt vervolgd wegens overtreding van artikel 10 Arbowet.

 

Volgens de onderneming geldt de Arbowet niet aan boord van buitenlandse zeeschepen, omdat de wet is uitgesloten voor arbeid op een zeeschip dat onder buitenlandse vlag vaart. Immers, art. 1.19, tweede lid Arbobesluit sluit de Arbowet uit voor laad- en losarbeid verricht door een werknemer die behoort tot de bemanning van een zeeschip met buitenlandse vlag.

 

Dat was hier het geval en daarom wil het bedrijf ontslag van alle rechtsvervolging. De rechtbank volgt dit betoog niet en overweegt dat de Arbowet als doel heeft te zorgen voor een acceptabel niveau van veiligheid in en rond bedrijven. De wet richt zich tot werkgevers, zoals het stuwadoorsbedrijf en niet het aangemeerde buitenlandse schip of diens eigenaar. Daarom moet de stuwadoor – ongeacht de vraag of de wet van toepassing is op het schip of diens bemanning – op grond van art. 10 Arbowet doeltreffende maatregelen nemen ter voorkoming van gevaar, dat in het kader van de werkzaamheden voor derden kan ontstaan.

 

Daarbij moet ook in aanmerking worden genomen dat het beladen van schepen behoort tot de ‘core business’ van de vennootschap. De rechtbank is van oordeel dat het slachtoffer geldt als ‘een andere persoon dan de werknemer’ zoals in art. 10 Arbobesluit bedoeld. De omgeving van een containerschip is altijd gevaarlijk wegens laden, lossen en overige verkeersbewegingen in combinatie met de op de schepen werkzame bemanningsleden.

 

Er waren veiligheidsprocedures uitgereikt en er was ook een pinbox, een ruimte op het schip om tijdens het laden veilig te kunnen verblijven. Het slachtoffer was daaruit naar buiten gegaan, waarschijnlijk om de twistlocks (waarmee containers gestapeld en vastgezet kunnen worden) te plaatsen of te controleren. De container werd – over de pinbox heen – neergezet op het dak van de container waarop zich het slachtoffer bevond, met het noodlottige gevolg.

 

Door de hoogte van de lading (het betrof de vierde laag) hing de last op geringe afstand van de kraancabine waardoor het zicht van de kraanmachinist op de ruimte achter en onder de containerlast beperkt was. Getuigen hebben verklaard dat onervaren bemanningsleden soms onder de lading doorliepen. Er was  ook geen concrete instructie om ervoor te zorgen dat de pinbox zo geplaatst werd dat de machinist die goed kon zien. Juist omdat er altijd momenten zullen zijn waarop het zicht van de kraanmachinist beperkt is, moeten er duidelijke veiligheidsvoorschriften zijn waardoor de risico’s zo veel mogelijk worden ondervangen.

 

Kortom, het bedrijf heeft onvoldoende maatregelen genomen om de veiligheid van personen op en rond het bedrijfsterrein te waarborgen. Dat wordt de vennootschap zeer aangerekend, mede gezien eerdere ongevallen. Die waren kennelijk niet voldoende aanleiding om adequate maatregelen te nemen. Het bedrijf wordt, conform de eis van de officier van justitie, veroordeeld tot een geldboete van 15.000 euro.

 

Wilt u meer jurisprudentie? Lees Vakblad Arbo>>

Reageer op dit artikel