Dat blijkt uit nieuwe cijfers uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en TNO.
In 2025 werkte 30% van de werknemers in de zomer weleens buiten. Hoe vaak dat is, verschilt: 13,5% werkt soms buiten, 7,3% vaak en 9,2% (bijna) altijd. Ruim de helft van de werknemers die weleens buiten werken in de zomer, zegt dat maatregelen tegen UV-straling niet nodig zijn omdat die in hun situatie niet van toepassing zijn.
Van de buitenwerkers in de zomer voor wie maatregelen wél nodig zijn, geeft 82,6% aan dat die voldoende zijn. Bij 12,5% zijn er onvoldoende maatregelen en bij 4,9% geen maatregelen getroffen ter bescherming tegen de zon.

Zijn er wel maatregelen tegen UV-straling getroffen? Dan komen het gebruik van zonnebrandcrème (61%) en het zorgen voor schaduwplekken (52%) tijdens werk en pauze het meest voor. Ook al bieden werkgevers maatregelen aan, 18% van de werknemers zegt dat ze hier (bijna) nooit gebruik van maken, 30% alleen soms.
Bron: Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2025 (TNO/CBS)
Tip: Meer weten over hoe je de houding van mensen met betrekking tot UV-straling aanpakt? Lees Toename huidkanker bij buitenwerkers: 'Voorlichting en gedragsverandering voorkomen veel ellende'.












