Platter, scherper, prettiger
<p>Uit de verhoren van de betrokken werknemers wordt duidelijk waardoor het arbeidsongeval plaa t vond. Het slachtoffer had samen met zijn collega's een shovel ingezet om de pontons uit de afzetcontainer te tillen. Aanvankelijk leek dat een eenvoudige klus. Al gauw ontdekten de werknemers echter dat de lepels van de shovel niet tussen de pontons en de zijkant van de container pasten. Daarop besloten de mannen om de bovenste ponton wat op te tillen aan de voorzijde van de container. Als ze daar dan een stuk stophout onder zouden leggen, zouden de lepels van de shovel wel tussen de onderste en de bovenste ponton passen. Toen de werknemers de bovenste ponton optilden, begon de ponton te schuiven en gleed hij van de lepels af. De werknemer met het stophout voor tussen de pontons in zijn hand kon niet meer op tijd wegkomen. Zijn hand raakte bekneld en rechterwijs- en middelvinger werden geamputeerd.</p>
<p>In de bouw geldt pas sinds 2001 dezelfde maximale aanvaarde concentratie (MAC-waarde) voor het werken met kwarts als in de overige bedrijfstakken. Daarvoor was sprake van een soepeler norm voor de bouw, omdat bouwbedrijven het als een onmogelijke opgave zagen aan de grenswaarde te voldoen. Onder druk van werkgeversorganisaties in de bouw werd voor bouwbedrijven een lagere grenswaarde vastgesteld. Tegenwoordig mogen ook bouwvakkers gedurende acht uur maximaal aan 0,075 milligram kwartsstof per kubieke meter lucht worden blootgesteld. Uit Arbouw-onderzoek blijkt dat ongeveer achtduizend werknemers aan kwartsstofconcentraties worden blootgesteld die ver boven deze MAC-waarde liggen. Heederik denkt dat het aantal nog hoger kan zijn. 'Arbouw kijkt met name naar de zogenoemde hoogrisicogroepen, zoals koppensnellers en sleuvenfrezers. Maar een gewone metselaar die dagelijks een half uur tot een uur wordt blootgesteld aan kwartsconcentraties rond de MAC-waarde, loopt waarschijnlijk ook te veel risico. Ik vind dan ook dat er een breder blootstellingsonderzoek nodig is. Er is in de bouw vrij weinig op werkplekken gemeten. Zeker als je het aantal metingen afzet tegen de omvang van het probleem. Wij hebben in opdracht van Arbouw slechts 80 tot 100 metingen uitgevoerd, terwijl wij voor de agrarische sector in de afgelopen twee jaar 750 tot 1000 metingen hebben gedaan naar biologisch stof. Een wat sterker gevoel van urgentie vind ik wel op zijn plaats.' Op dit moment werkt de Universiteit Utrecht op verzoek van Arbouw aan een protocol voor de periodieke keuringen van werknemers door de arbodiensten. Dit protocol wordt in het bestaande PAGO ingebouwd en moet het mogelijk maken dat bouwvakkers die een verhoogd risico lopen, zo goed mogelijk uit de totale populatie worden geselecteerd. Door hen periodiek een longonderzoek te laten ondergaan, moeten silicose en andere longafwijkingen eerder worden ontdekt. Want silicose is een sluipende ziekte die geleidelijk aan erger wordt. Het ziektebeeld gaat lange tijd met weinig klachten gepaard. Hierdoor blijft ook de omvang van het probleem voor een deel buiten beeld. Het kan verklaren waarom het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten via de bedrijfsartsen bij arbodiensten jaarlijks slechts een handjevol - minder dan tien - meldingen krijgt van bouwvakkers met silicose.</p>
<p>Eczeem mag dan veel voorkomen, het is een onopvallende beroepsziekte. Bedrijfsartsen zien relatief weinig werknemers met huidaandoeningen. Dat komt omdat werknemers met eczeem meestal naar hun huisarts en/of een dermatoloog stappen. Deze behandelen het eczeem met hormoonpreparaten, veelal zonder aandacht te besteden aan de oorzakelijke factoren op het werk. Zodoende krijgen bedrijfsartsen meestal pas met eczeem te maken als de aandoening in een vergevorderd, therapieresistent stadium is beland. Wat ook meespeelt is dat werknemers en werkgevers zich onvoldoende bewust zijn van de arbeidsrelevantie van eczeemklachten, huidrisico's op de werkplek en noodzakelijke preventiemaatregelen. Bovendien wordt te vaak naar een allergische oorzaak gezocht, terwijl chronische huidirritatie door nat werk de boosdoener is. In dit artikel verstaan we onder nat werk: 'werk waarbij de handen worden blootgesteld aan water en waterige zeepoplossingen en/of occlusie door het dragen van waterdichte handschoenen'.</p>
<p>De adviesaanvraag spitste zich toe op drie concrete vragen over de onafhankelijke commissie:</p>
<p>Een straf rokende scheepsbeschieter werkt van 1946 tot 1989 op een scheepswerf, waar hij wordt blootgesteld aan asbest. In oktober 1996 blijkt hij longkanker te hebben; krap een jaar later overlijdt hij. Zijn erven stellen de werkgever voor de schade aansprakelijk op grond van artikel 7:658 BW. De kantonrechter oordeelt op basis van de inbreng van een medisch deskundige dat de kans dat de longkanker is veroorzaakt door blootstelling aan asbest ongeveer 39 procent bedraagt. Daarom wijst hij 39 procent van de gevorderde schadevergoeding toe.</p>
<p>Bij het onderzoek is ernaar gestreefd om 500 medewerkers uit de paprikateelt te betrekken. In totaal zijn 110 kassen telefonisch benaderd en werkten 85 bedrijven met een totale oppervlakte van 188 hectare aan het onderzoek mee. Dit komt neer op circa 16 procent van de totale Nederlandse paprikateelt. In vier testblokken zijn 472 personen (97 procent van de benaderde medewerkers) onderzocht.</p>
<p>De Centrale Raad overweegt in hoger beroep dat de werkgever heeft voldaan aan zijn zorgplicht als werkgever. Daarbij wordt de voor ambtenaren geldende zorgplicht naar analogie van Artikel 7:658 BW toegepast. De feiten wijzen uit dat de werkgever een orderboek hanteert, waarin duidelijk en voor iedereen begrijpelijk staat omschreven wanneer gebruik moet worden gemaakt van optische en geluidssignalen en waarin aanwijzingen worden gegeven voor het rijden met deze signalen. Daarnaast is de werknemer van mening dat de werkgever verantwoordelijk is voor de fout van de collega-agent. Deze collega zou, door met onverantwoord hoge snelheid te rijden, de botsing hebben veroorzaakt. Omdat de Raad geen overtreding van deze collega constateert, wordt ook deze stelling van de werknemer verworpen. De werknemer stelt zich tot slot op het standpunt dat de werkgever in het kader van het goed werkgeverschap op billijkheidsgronden de schade moet vergoeden. Ook deze grond wordt door de Raad verworpen. De Raad vreest dat er anders een stelsel van risicoaansprakelijkheid zou kunnen ontstaan. De werknemer blijft dus, jammer maar helaas, met zijn eigen schade zitten.</p>
<p>Nee, de truc die bij uw fietsband nog wel werkt, heeft hier weinig effect. Persluchtlekken zijn niet altijd hoorbaar voor het menselijk oor, dus heeft het weinig zin om met gespitste oren alle machines af te gaan in te hoop gesis op te vangen. Dat is vervelend als uw machines door die perslucht worden aangestuurd. Want door de lekken schiet soms 25 procent van de lucht ongebruikt de fabriekshallen in. En dat drukt het rendement aanzienlijk.</p>
<p>Niet de wettelijke verplichtingen, maar de gezondheid van hun werknemers noemen de respondenten de belangrijkste reden voor het voeren van een arbobeleid. Dat wil overigens niet zeggen dat wet- en regelgeving geen overweging vormt. Slechts 36 procent van de ondervraagden noemt de wet spontaan als motief. Dat wil echter niet zeggen dat wettelijke verplichtingen geen stok achter de deur vormen voor deze organisaties: bijna de helft van de organisaties - 44 procent - stelt desgevraagd dat ze zonder wet- en regelgeving minder aandacht zou besteden aan arbeidsomstandigheden. Opmerkelijk: organisaties in de bouw en de industrie noemen de wet minder vaak als reden dan organisaties uit de publieke sector en de dienstverlening. Uit de casestudies bij het onderzoek blijkt dat voor bouw- en industriele bedrijven andere factoren een zwaardere rol spelen, zoals de vereisten van opdrachtgevers.</p>
<p>Eind 2003 vond een tussenmeting plaats, waarvan de resultaten eind vorig jaar bekend werden. Deze eerste cijfers zijn bemoedigend. Zij tonen een grote daling van het ziekteverzuim en de WAO-instroom (zie tabel 1). In hoeverre dit het gevolg is van vermindering van de risicofactoren, is nog niet duidelijk. In 2003 hadden de instellingen slechts in beperkte mate de beschikking over adequate instrumenten die ontwikkeld waren vanuit het arboconvenant. Bovendien kunnen ook andere factoren hun invloed op het arbobeleid van de instellingen hebben gehad, zoals bijvoorbeeld de Wet Verbetering Poortwachter, de inspanning om meer handen aan het bed te creeren, imagoverbeteringen en kostenbesparingen.</p>
<p>De Arbeidsinspectie tilt zwaar aan de eerder genoemde opmerking van de bedrijfsleider over het bellen van de leverancier. Uit verklaringen blijkt dat de magazijnchef en de monteur dit helemaal niet als een verbod hebben gezien. Het was ook niet duidelijk wie de leverancier zou gaan bellen. De Arbeidsinspectie legt daarom een boete op van ruim 4000 euro wegens overtreding van artikel 7.5 tweede lid van het Arbeidsomstandighedenbesluit. Daarin staat dat reinigingswerkzaamheden pas mogen worden uitgevoerd als het arbeidsmiddel is uitgeschakeld.</p>
<p>Stel: u hebt vijftig LCD-schermen laten aanrukken en ze allemaal laten voorzien van een ergonomische monitorstandaard. Dan bent u er nog niet. Want weliswaar kunnen uw medewerkers hun beeldscherm nu instellen op de hoogte die voor hen ideaal is, maar wat is ideaal? En nu we toch problemen opwerpen: hoe zit het eigenlijk met de afstand tot de monitor? En wat voor gevolgen heeft dat weer voor het bureau waar de mensen aan werken? In de Arbowet zal een werkgever hierop geen antwoord vinden. Daarin staan alleen algemene voorschriften. Met de Arbobeleidsregels komt hij dichter in de buurt, maar als hij echt gedetailleerde informatie wil, ontkomt hij er niet aan: hij moet zich verdiepen in de arbonormen.</p>
<p>Na een reorganisatie krijgt een vertegenwoordiger een nieuwe chef, met wie hij al gauw een conflict krijgt. In overleg met de arbodienst stelt de werkgever een plan van aanpak op, met volgens de werknemer niet-passende voorgestelde werkzaamheden. Na diverse andere voorstellen wordt een extern traject opgestart bij een reintegratiebureau. De werknemer werkt hieraan onvoldoende mee, waarop de werkgever dreigt de betaling van het ziekengeld te stoppen. Later krijgt de werknemer elders in het bedrijf een functie aangeboden plus de mogelijkheid om begeleid ander werk te zoeken. Na een jaar verzuim vraagt de werkgever een 'second opinion' aan en wordt de werknemer volledig arbeidsgeschikt geacht. De man gaat weer aan het werk; na twee dagen meldt hij zich opnieuw ziek. De werkgever acht dit werkweigering en verzoekt om ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De werknemer bestrijdt dat hij niet heeft willen meewerken aan zijn reintegratie en is het niet eens met het ontbindingsverzoek. Mocht dit toch worden toegewezen, dan claimt hij een ontslagvergoeding van ruim 110.000 euro. Volgens de kantonrechter hebben bedrijfsartsen wisselend geoordeeld over de arbeidsongeschiktheid van de werknemer, maar werd hij al na enkele maanden verzuim volledig ongeschikt geacht. Omdat de reintegratiepogingen geen effect hebben gehad, is ontbinding onontkoombaar. Daarbij heeft de werknemer recht op een vergoeding, omdat hij ziek is geworden door een conflict met zijn leidinggevende en hij vijftien jaar goed heeft gefunctioneerd. Wel is de werknemer niet ingegaan op verschilende reintegratievoorstellen van zijn werkgever. Na zijn ongeschiktverklaring hoefde hij dat strikt juridisch gezien ook niet, maar de werknemer had er wel goed aan gedaan om met enig voorstel in te stemmen of tegenvoorstellen te doen. Dit omdat het oordeel van de bedrijfsarts op zijn minst opmerkelijk was, gezien eerdere oordelen, en er bovendien sprake was van situationele arbeidsongeschiktheid (namelijk veroorzaakt door het conflict met de leidinggevende). Vanwege zijn nalatigheid heeft hij zelf aan de ontstane situatie bijgedragen. Daarom is er onvoldoende grond voor toekenning van een hogere vergoeding dan op basis van een factor C van 0,3. Dit komt neer op een bedrag van ruim 16.500 euro. (Kantonrechter Enschede, 24 juni 2004, JAR 2004, 173)</p>