Shop
<p>Een arbocatalogus kan afspraken bevatten tussen de partners, maar ook keuzemogelijkheden bieden uit oplossingen of handleidingen, ontwerprichtlijnen en allerlei 'tools'. (Grote) bedrijven of sectoren kunnen hieruit kiezen om het door de wet gestelde arbodoel te bereiken. Goede arbeidsomstandigheden zijn in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de werkgever. Daarom moet gedetailleerd arbobeleid zoveel mogelijk tot stand komen binnen bedrijven en sectoren zelf. Zo kunnen deze partijen meer specifiek vorm geven aan onderdelen van het arbobeleid.</p>
Volgens de kantonrechter is uit rapporten van deskundigen voldoende komen vast te staan dat het eczeem is veroorzaakt door het werken met de producten die PPD (p-phenyleen diamine) en mercapto bevatten. Ruim voor 1999 was uit de wetenschappelijke literatuur bekend dat PPD dermatitis kan veroorzaken. De stof werd in Finland al in 1998 verboden voor toepassing in haarverf. Tussen 1987 en 1999 heeft de Kappersbond FNV vijf folders uitgegeven over kapperseczeem. Ook over mercapto (latexallergie) in handschoenen was voor 1999 al het nodige bekend. Uit dit alles concludeert de kantonrechter dat ten tijde van de blootstelling aan PPD en mercapto de gezondheidseffecten van het gebruik van producten waarin deze stoffen zaten, in de kappersbranche voldoende bekend waren of dat in elk geval konden zijn. Volgens de deskundige zijn er geen vervangingsmiddelen voor permanente haarkleuring die geen PPD bevatten. Er waren in die periode wel andere handschoenen verkrijgbaar, maar het is niet duidelijk welke handschoenen volledig vrij waren van mercapto. In de rapportage staat dat er vaak vervuilde tubes met haarkleurproducten lagen. Er was maar een handdoek voor alle medewerkers. De kapsalon werd matig schoongemaakt en er lagen alleen dunne, slecht passende en snel kapotte handschoenen. Maar de werkgever betwist dit. De rechter vindt de bevindingen ook onvoldoende onderbouwd, zodat hij niet kan aannemen dat de werkgever in zijn zorgplicht tekort is geschoten. Het was destijds in de kappersbranche gangbaar om de haren eerst te kleuren en dan pas te knippen. Dat laatste gebeurde zonder handschoenen, waardoor huidcontact met de net aangebrachte verfstoffen groot was. Pas nadat in 2001 de dermatoloog de kapster had geadviseerd de volgorde te veranderen - eerst knippen, dan verven - is dat na overleg met de werkgever gebeurd. De kantonrechter is van oordeel dat de zorgplicht mede inhield dat de werkgever al vanaf 1999 erop toe had moeten zien dat de haren eerst werden geknipt om ze pas daarna te kleuren. Omdat hij dit heeft nagelaten, is hij in zijn zorgplicht tekortgeschoten. Daarom is hij aansprakelijk voor de schade als gevolg van de blootstelling aan PPD. Ook is hij aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door mercapto. Weliswaar was niet duidelijk welke handschoenen daar volledig vrij van waren, maar de werkgever heeft onvoldoende maatregelen getroffen om de kans op blootstelling tegen te gaan. De vordering van de kapster wordt toegewezen.
Zij gebruiken daarbij aluminium trappen. De wandhoogte is ca 2,60 m. De timmerman probeert een raam, glas met een aluminium profiel van 50 x 90 cm, boven een deur te monteren. Hij staat daarbij op de derde of vierde tree van een trapje en moet wat kracht zetten om het raam in het kozijn te krijgen. Daardoor glijdt hij van het trapje, stuitert daarlangs naar beneden, glijdt weg op de vloer en valt. Hij voelt een hevige pijn in rug en been. Zijn collega brengt hem naar het ziekenhuis. Na het maken van foto's krijgt hij enige injecties tegen de pijn en wordt naar huis gestuurd. De volgende dag meldt hij zich ziek. Sinds het ongeval is hij arbeidsongeschikt voor zijn eigen werk. Re-integratie blijkt niet mogelijk en omscholing heeft niet het gewenste resultaat. Zijn loon wordt twee jaar volledig doorbetaald. De timmerman lijdt al sinds 1991 aan lage rugklachten. Tot het ongeval heeft hij zijn beroep steeds normaal uitgeoefend. De kantonrechter wijst de eis tot schadevergoeding af en de timmerman gaat in beroep. Hij vindt dat de werkgever niet heeft voldaan aan zijn zorgverplichting op grond van artikel 7:658 BW. De werkgever wijt de klachten van de werknemer aan de rugproblemen die hij daarvoor al had. Het gerechtshof vindt dat het feit dat de timmerman van een trapje is gevallen tijdens het werk, vervolgens naar het ziekenhuis is gebracht en zijn werkzaamheden niet de volgende dag en ook niet kort daarna heeft hervat, voldoende aanleiding is om de val te zien als een arbeidsongeval. Of dit nu al dan niet kwam door een scheut in de rug, zoals de werkgever heeft aangevoerd, doet daar niet aan af. Volgens de timmerman was het trapje geen professionele trap, maar een voor consumentengebruik. De treden waren te smal en gaven geen stabiele ondergrond. Ook was de trap glad door stucresten. De werkgever stelt echter dat sinds de VCA-certificering in 2000 uitsluitend goedgekeurde materialen worden gebruikt. De rechter wil verdere beslissingen aanhouden, totdat de werknemer heeft bewezen dat hij gebruikmaakte van een niet-goedgekeurd huishoudtrapje en de werkgever heeft bewezen dat hij met een trap aan zijn zorgplicht volgens 7:658 BW voldeed en dat een rolsteiger niet nodig was.
In mei 2008 legt de Arbeidsinspectie voor de overtreding een boete op van 6.750 euro. Ook hiertegen maakt de werkgever bezwaar en hij schakelt tevens de voorzieningenrechter in. Zeker gezien de benodigde investeringen vindt hij de eis van de inspectie niet rechtmatig. De rechter stelt vast dat DME sinds maart 2006 is geclassificeerd als kankerverwekkende stof. Volgens artikel 4.1b Arbobesluit moet een werkgever zijn werknemers daar doeltreffend tegen beschermen. Maar een eis van de Arbeidsinspectie moet wel technisch uitvoerbaar zijn, zonder dat bedrijfseconomische overwegingen daarbij een rol spelen. Onder 'technisch uitvoerbaar' wordt verstaan: met de inzet van de geschikte technieken. Het gaat dan om technieken die operationeel verkrijgbaar zijn en tot een betere bescherming van de werknemers leiden. De rechter stelt vast dat het gestelde in de eis technisch uitvoerbaar is. Volgens de minister zou de verlengde termijn voor de nodige aanpassingen redelijk zijn, omdat al sinds 1995 bekend is dat DME kankerverwekkend is en de werkgever in elk geval sinds mei 2006 weet dat maatregelen noodzakelijk zijn. Als de vertraging het gevolg is van technische belemmeringen, kan de werkgever intussen andere maatregelen nemen. Maar de rechter is van mening dat de bekendheid niet mede van belang is voor het bepalen van de lengte van de begunstigingstermijn. Pas met het opleggen van een eis is er sprake van een overtreding die door het treffen van maatregelen moet worden opgeheven. En ook pas dan gaat de termijn lopen die gelet op de omstandigheden van het geval redelijk moet zijn. De minister is daarbij in de onderbouwing van zijn standpunt voorbijgegaan aan de bezwaren van de werkgever dat het onmogelijk is om binnen de gestelde tijd laad- en losperrons aan te brengen of de wagens binnen te verplaatsen door voertuigen met alternatieve energie. Hij is ook niet ingegaan op de moeilijke verkrijgbaarheid van roetfilters voor de Euronorm 2 en 3 bedrijfswagens. Er is slechts overwogen dat voor zover vertraging het gevolg is van technische belemmeringen er nog andere maatregelen mogelijk zijn. Maar de minister heeft niet aangegeven wat voor maatregelen dat konden zijn. Het beroep wordt gegrond verklaard. De minister zal een nieuw besluit moeten nemen.
<p>In januari 2008 neemt de werkgever die collega opnieuw in dienst. De werknemer meldt zich vervolgens ziek. De bedrijfsarts adviseert gesprekken met de werkgever. Dat is ook de mening van het UWV. De instelling voor geestelijke gezondheidszorg waar de werknemer onder behandeling komt, geeft als diagnose 'depressieve klachten en gevoelens van uitputting naar aanleiding van een conflict op zijn werk'. Of er sprake is van een posttraumatische stressstoornis moet nog worden uitgezocht. Een gesprek tussen partijen leidt niet tot een oplossing. De werkgever verzoekt nu ontbinding van de arbeidsovereenkomst.</p>
<p>De druppel die de emmer doet overlopen is het feit dat hij twee dagen eerder de laadklep van een vrachtwagen zo had vastgezet dat het vlees over de laadklep sleepte. Het vlees wordt aan trossen van 100 kilo aan een rail verplaatst. De vrachtwagens worden tegen een laaddock aangereden en de laadklep wordt op de vloer van het dock neergelaten. Dan is ook de rail van de vrachtwagen gelijk met de rail van het bedrijf.</p>