Boekhouden
<p>Voor het project werden ruim tweehonderd MKB-bedrijven benaderd. Deze bedrijven waren geselecteerd omdat zij op hetzelfde bedrijventerrein in de Drentse gemeente Noordenveld waren gevestigd. In totaal werkten er tweeduizend werknemers bij de ondernemingen. Via een collectieve aanpak moesten zoveel mogelijk werknemers worden bereikt. Het project liep in 2004 en 2005. Bij het project waren SportDrenthe, TNO, NIGZ, NOC*NSF, het parkmanagement van het bedrijventerrein en de gemeente Noordenveld betrokken.</p>
<p>Om in een oogopslag duidelijk te maken hoe het er met een werkplek voorstaat, maakt NedCar gebruik van het stoplichtmodel. Hiermee kan het bedrijf zien waar knelpunten liggen (rood), waar verbeterpotentieel ligt (geel) of waar de situatie in orde is (groen). Het model heeft zichzelf al bewezen in Zweedse Arbowetgeving, maar ook in Nederland, bijvoorbeeld bij de Stichting Arbouw en in het <span class="NADRUK">Handboek fysieke belasting. </span>Ook in de auto-industrie bestond het model als tool voor managers en engineers ter visualisatie van de zwaarte van werkplekken.</p>
<p>De centrale vraag in deze zaak is of de werkgever aan zijn zorgplicht heeft voldaan. Er bestaan geen arbovoorschriften voor het openen van emmertjes saus. Op het emmertje staat evenmin een instructie. Wel adviseert de fabrikant om bij problemen met het openen van de emmer een tangetje te gebruiken. Volgens de kantinemedewerkster had de werkgever het advies van de fabrikant moeten opvolgen. Hij had haar dus precies moeten instrueren met behulp van een tang een sausemmertje te openen. Daarnaast vindt de kantinemedewerkster het openen van de emmertjes te zwaar werk, terwijl er op het moment van het ongeval geen mannelijke collega aanwezig was om haar te helpen.</p>
<p>Onderzoek van de Arbeidsinspectie leert dat het arbeidsmiddel - de laadklep - prima in orde was. Het was zelfs recent nog onderzocht en gekeurd. Op de laadklep was een goed functionerende tweevoetenbediening aanwezig. Het ongeval was dan ook ontstaan door verkeerd gebruik van de laadklep. Het slachtoffer en de bijrijder stonden beiden op de laadklep. Dat deden ze vaker, terwijl dat volgens de gebruiksaanwijzing verboden was. De laadklep was ontworpen voor het gebruik door een persoon. Verder had de chauffeur zijn voet niet op de vereiste driehonderd millimeter van de rand van de laadklep gehouden. Deze afstand was in de gebruiksaanwijzing met kleurentekeningen duidelijk aangegeven. Bovendien stond de chauffeur niet op de in de handleiding aangegeven plek toen de laadklep in beweging kwam. Hij had bij de tweevoetenbediening moeten staan. De aanwezigheid daarvan moest ervoor zorgen dat de bediener niet met zijn voeten binnen de knelzone van de laadklep kon staan wanneer die in beweging kwam. Ook dit stond uitgebreid in de gebruiksaanwijzing van de laadklep. Noch de chauffeur, noch de bijrijder wist echter van het bestaan daarvan af. Beiden hadden slechts een korte instructie gekregen over de werking van de laadklep, waarbij er geen aandacht was besteed aan de veiligheidsaspecten. Daarnaast bleek dat de werkgever onvoldoende toezicht had gehouden op de manier waarop de laadklep werd bediend.</p>
<p>Erg zuur voor de werkgever die net een paar oranje veiligheidsvestjes heeft aangeschaft. Ze zijn duur, niet erg populair en... brengen de medewerkers in acuut gevaar. Want bij iedere beweging van de gebruiker wrijven ze tegen de kleding daaronder. Dat zorgt voor een elektrische oplading en uiteindelijk voor een ontlading: een vonk. Geen probleem als de man in kwestie met bakstenen sjouwt, maar wel als hij in een omgeving staat waar explosieve gassen of dampen rondzweven. De oplossing: antistatische kleding. Deze zorgt ervoor dat er geen elektrische oplading kan plaatsvinden. Belangrijk daarbij is dat de kleding het gehele lichaam omhult en dat alle niet-antistatische kleding is bedekt. In het geval er toch een oplading plaatsvindt, is het belangrijk dat deze elektrische lading zo snel mogelijk uit de kleding verdwijnt. Ha Vep heeft daarom twee ontladingsmethoden ontwikkeld die onverwachte explosies moeten voorkomen. De ene gaat via geleiding. Kenners zullen dan onmiddellijk aan norm EN 1149-1 denken, en zij realiseren zich dat het weefsel een lage elektrische weerstand moet hebben en dat geleidende garens in ruitstructuur (max. 10x10 mm) in het doek worden verweven.</p>
<p>Een van de succesfactoren is de beperking van de maximumsnelheid, die Corus vijf jaar geleden voor heftrucks invoerde. 'Op de locatie Cold Mill II was die ooit veertien, daarna tien en is die nu zes kilometer per uur', vertelt Ohm. Er is overigens heel wat gediscussieerd voor het zover was. Zowel de bedrijfsleiding als de medewerkers dachten namelijk dat ze met een snelheidsbeperking de productie niet meer zouden halen. 'Dat bleek echt onzin', vertelt De Ridder. 'Ga je in de praktijk klokken, dan blijkt daar geen donder van te kloppen.' En inderdaad, ook met een maximumsnelheid van zes kilometer per uur kan men de productie aan. Ohm: 'Op veel heftrucks zit een snelheidsbegrenzer, bij andere is er een versnelling uitgehaald. En bij enkele hydrostatische voertuigen is de oliestroom, de flow, zo afgeregeld dat ze niet harder kunnen dan zes kilometer per uur.'</p>
<p>Een lastig dilemma dus voor eerdergenoemde werkgever die net een goede prijs heeft bedongen voor een gros zwarte zichtbaarheidsvesten. Zijn twijfel maakt plaats voor wantrouwen. Toch maar niet doen dus?</p>
<p>FNV Bouw heeft grondwerkers die ziek zijn door het werken met asbest opgeroepen zich te melden. De oproep volgt op het toekennen van een schadevergoeding van 60.000 euro door de Heerlense kantonrechter aan de familie van een overleden grondwerker.</p>
<p>Als een machine trilt, trillen medewerkers mee. Na een paar uur bosmaaien of kettingzagen, klagen velen dan ook over dove vingers. Helaas is dit slechts een vooraankondiging van grotere rampspoed, want deze werknemers plegen een zware aanslag op bloedvaten, kraakbeen en zenuwstelsel.</p>