Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers
Vals beschuldigd
<p>De docent informeert daarop het bestuur. Die stelt een onderzoek in naar de aard en herkomst van het gerucht. Daarbij wordt ook de leerlingencounselor ingeschakeld maar de herkomst van het gerucht wordt niet achterhaald. </p>
Hij zou hebben geprobeerd het omvallen tegen te gaan. Hij heeft aan de container getrokken, terwijl hij er tegelijkertijd met zijn voet tegenaan duwde. Door die manoeuvre zou hij zijn schouders, armen en rug overbelast hebben, met de arbeidsongeschiktheid als gevolg. De werkgever betwist dat de klachten het gevolg zijn van het omvallen van de container. De kantonrechter wijst de vordering van de werknemer af en de man gaat in beroep. Het hof overweegt dat vaststaat dat de werknemer arbeidsongeschikt is geraakt wegens rugklachten. Ook staat vast dat in er november 2000 een rolcontainer is omgevallen op de wijze die de werknemer heeft beschreven. Hieruit kan echter niet worden geconcludeerd dat de man schade heeft geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden. Hij heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zijn arbeidsongeschiktheid in causaal verband staat met het omvallen van de container. Het is niet duidelijk geworden wanneer dit omvallen precies heeft plaatsgevonden. Vast staat ook dat de werknemer na het voorval nog enige weken heeft doorgewerkt voor hij zich ziek heeft gemeld. In die weken kunnen zich tal van andere oorzaken voor de arbeidsongeschiktheid hebben voorgedaan. Daar komt nog bij dat zonder nadere toelichting niet valt in te zien dat het trekken aan de container, die niet op hem viel maar de andere kant op, zijn rugklachten tot gevolg kan hebben. De fysiotherapeut heeft wel gesteld dat de klachten duidelijk te maken hebben met het bewuste voorval, maar dat wordt verder niet gemotiveerd. Het hoger beroep wordt verworpen.
Hij stelt de gemeente aansprakelijk voor de schade. Hij vindt dat zij als wegbeheerder verzuimd heeft ervoor te zorgen dat het fietspad in goede staat verkeerde en dat de veiligheid niet in gevaar werd gebracht. De wegbeheerder is volgens hem tekortgeschoten in zijn zorgplicht. Het verbod om de weg in te rijden was niet absoluut, omdat voor ongemotoriseerde voertuigen een uitzondering was gemaakt. Behalve de schrikhekken was er geen afzetlint aangebracht. De kantonrechter stelt voorop dat een wegbeheerder de plicht heeft om zijn wegen goed te onderhouden. Hij is daarmee ook verantwoordelijk voor een deugdelijke afzetting van gevaarzettende situaties. Maar toen de man in het gat fietste, was er geen sprake van ondeugdelijk wegbeheer. Het ontstane gat was een direct gevolg van een derde lekkage in de hoofdwaterleiding. Dat kan de wegbeheerder niet worden verweten. De kantonrechter is van oordeel dat het hier gaat om een incident, een plotseling en onvoorzien van buiten komend gebrek in de weg. Maar ook dan moet de wegbeheerder in actie komen. In dit geval fietste het slachtoffer echter kort (enkele minuten) na de leidingbreuk in het gat. Het gaat hier om een omstandigheid waarbij het voor de wegbeheerder onmogelijk was om preventieve maatregelen te nemen. De vordering wordt afgewezen.
<p>Hij krijgt 75 procent van zijn schade vergoed van de aansprakelijke bestuurder en diens WAM-verzekeraar. Maar de overige 25 procent blijft voor eigen rekening, omdat hij tijdens de aanrijding geen gordel droeg. De werknemer vordert van zijn werkgever vergoeding van deze resterende 25 procent op grond van art. 7:658 Boek 7 Burgerlijk Wetboek (zorgverplichting van de werkgever) en art. 7:611 Boek BW (goed werkgeverschap). </p>