Zorg
<p>Een gasmonitor voor persoonlijke veiligheid dient bij voorkeur klein, lichtgewicht, betrouwbaar, bestand tegen barre omstandigheden, ATEX-gecertificeerd en vooral onderhoudsarm te zijn. De nieuwe Toxi3Ltd van Biosystems voldoet aan alle voornoemde criteria, claimt leverancier Euro-Index. Het toestel meet slechts 8,4 bij 5,5 cm, weegt 105 gram en is water- en stofdicht (IP65/IP67). Na inschakeling werkt het apparaat drie jaar onafgebroken op een batterij. In een alarmsituatie geeft de Toxi3Ltd een duidelijk visueel en akoestisch alarm en toont ze de gasconcentratie op de display. Een vibratiealarm is optioneel. Met slechts een toets is de bediening eenvoudig. Naar keuze is de Toxi3Ltd verkrijgbaar met een sensor voor koolmonoxide (CO) of zwavelwaterstof (H<sub>2</sub>S).</p>
<p>De rechtbank en - in hoger beroep - het Gerechtshof wijzen de claim van de werknemer af. Het hof oordeelt dat de klachten van de werknemer zijn veroorzaakt door stress. Stress kan door vele omstandigheden ontstaan en is sterk individueel bepaald. Onder gelijke omstandigheden zal de ene persoon geen stressklachten krijgen en de andere wel. Bovendien kan stress ook worden veroorzaakt door persoonlijke omstandigheden en kan bijvoorbeeld een minder goede conditie maken dat iemand minder goed bestand is dan normaal tegen de eisen die zijn werkzaamheden aan hem stellen, zodat de werkdruk als te zwaar - als stress - wordt ervaren.</p>
<p>Het is belangrijk om eens stil te staan bij de functie van de voet. Daarom zoomen we daarop in. Onze voeten vormen een heel mooi functionerend geheel. Elke voet telt 28 voetbeentjes, 33 gewrichtjes en heel veel pezen, banden en spieren. Tezamen dragen ze ons gewicht, zorgen ze voor het evenwicht en maken ze dat we ons comfortabel kunnen voortbewegen. Dankzij de bogenstructuur van de voet is een enorme demping mogelijk. Testen laten zien dat tijdens het sporten wel tot acht maal het lichaamsgewicht op de voeten komt. Bij iemand van bijvoorbeeld 80 kilo geeft dat een belasting van 640 kilo. Alle gewrichtjes zorgen er ook voor dat de voet goed kan afwikkelen.</p>
<p>Terwijl de grote vier in mineur waren, wonnen kleine en middelgrote arbodiensten marktaandeel. Eind 2005 waren er 59 externe diensten. In februari 2007 stond de teller op 68 externe arbodiensten. Flinke stijger is arbodienst VerzuimVitaal. De regionale arbodienst groeide de afgelopen twee jaar uit tot een landelijke arbodienst met inmiddels 45.000 werknemers 'onder zorg'. In de <span class="NADRUK">Arbodienstenmonitor </span>2007 van MarketConcern scoort VerzuimVitaal ook de hoogste waardering voor de kwaliteit van arbodienstverlening: een 7,4. Directeur Ad Smit over het succes: 'Wij zijn altijd telefonisch bereikbaar en denken direct en effectief mee. Vaste verzuimcoaches onderhouden het contact met bedrijven. Zonodig organiseren onze kleine zelfstandige teams gelijk actie. Zij kunnen daarbij gebruikmaken van centrale ondersteuning.'</p>
<p>Werkgevers die hun knopen tellen, gedragen zich dan ook als verzekeraars. De leidinggevenden zijn claimbeoordelaar en moeten kennis hebben van de 'polisvoorwaarden': de rechten, plichten en sancties voor werknemers en werkgevers uit het Burgerlijk Wetboek boek 7 artikel 629 en 658a. Ziekmeldingen beschouwen ze als een claim op betaald verzuim, die ze niet automatisch inwilligen maar eerst beoordelen. Die beoordeling gaat verder dan de traditionele verzuimbegeleiding. Organisaties werken met een re-integratieprotocol gericht op activeringsbevordering, in plaats van een verzuimreglement. Een leidinggevende en zijn zieke werknemer bespreken wat de laatste nog wel kan doen, in plaats van alleen maar te vragen wanneer hij weer aan het werk denkt te gaan. Iedereen in de organisatie weet inmiddels dat er een verschil bestaat tussen ziek zijn en arbeidsongeschikt zijn. Meer dan zeventig procent van de zieke medewerkers is ook gedeeltelijk belastbaar. Organisaties betalen voor deze belastbaarheid en willen er dus ook gebruik van maken. Daartoe kunnen zij ongeveer twee a drie procent van alle werkplekken geschikt maken voor mensen die tijdelijk hun eigen werk niet kunnen verrichten. Door systematisch de belangrijkste aspecten van de verzuimgevallen te behandelen, valt er veel te besparen (zie tabel 1).</p>
<p>In de jaren zeventig van de vorige eeuw was ethiek 'hot' in arboland en passend in de geest van die tijd. Vooral veiligheidskundigen voerden in dat decennium verhitte discussies over de ethische aspecten van hun vak. In de zakelijke jaren tachtig verdween ethiek van de agenda en daarna is het lange tijd stil geweest rond het onderwerp. Ethische thema's komen de laatste tijd opnieuw aan de orde op congressen, zij zijn onderwerp van studiedagen en krijgen aandacht binnen de diverse beroepsopleidingen. Geen wonder: in de samenleving bestaat (opnieuw) aandacht voor allerlei ethische dilemma's en de arbodeskundige is bij uitstek een professional voor wie ethiek van belang is. Daarbij gaat het van oudsher om het spanningsveld tussen werknemersbelangen en de belangen van de organisatie of opdrachtgever. Maar ethiek is breder: het gaat om de botsing van waarden, niet alleen om de botsing van belangen. De meeste (maar niet alle) arbodeskundigen hanteren tegenwoordig een ethische code die daar recht aan doet. Binnen het brede thema 'veiligheid' hebben veiligheidskundigen de laatste tijd bovendien veel belangstelling voor aandachtsgebieden <span class="NADRUK">buiten </span>arbeidsveiligheid en arbeidsomstandigheden. Voor externe veiligheid, consumentenveiligheid en patientveiligheid, om maar eens wat voorbeelden te noemen. Daarmee doemen nieuwe ethische vraagstukken op.</p>
<p>Een werkgever mag een agressieve werknemer ontslaan zonder ontslagvergoeding, als de werknemer het ontslag met zijn gedrag over zichzelf heeft afgeroepen.</p>
<p>De bovengrens van de NIOSH-methode is dus duidelijk omstreden. Rijst de vraag of er geen andere normen in wet- en regelgeving zijn opgenomen. Bestaat er bijvoorbeeld een wettelijk maximum tilgewicht? 'Nee, in algemene zin bestaat dat niet', beantwoordt Marjolein Douwes van TNO de vraag. Douwes verricht al jarenlang onderzoek naar fysieke belasting en een mogelijke normering daarvoor. 'We moeten het doen met een aantal normen op het gebied van fysieke belasting. Op dit moment hebben maar een paar sectoren in de Arbobeleidsregels vastgelegd hoe er concreet moet worden omgegaan met tillen. Voor de bouw staat bijvoorbeeld precies omschreven aan welke maxima het tillen van bouwmaterialen op bouwplaatsen moet voldoen. Een andere sector is de kinderopvang. Verder heeft Nederland te maken met internationale normen. Als lid van de Europese Gemeenschap dienen ontwerpers in Nederland zich te houden aan de EN 1005-2, die gaat over het handmatig bedienen van machines en waarin normen voor tilbelasting worden gegeven. Tot slot bestaat er nog de wereldwijde ISO-norm 11228-1 over tillen en dragen. Zowel de Europese als de ISO-norm is gebaseerd op de NIOSH-methode. Ze zijn echter beide niet erg bekend en worden niet breed nageleefd.'</p>
<p>Dat komt allemaal uitgebreid aan de orde in de opleidingen die PIT voor zijn klanten verzorgt. Want veiligheid zit in de genen bij het Brabantse bedrijf. Niet gehinderd door een veiligheidskundige opleiding, maar gezegend met gezond verstand en een analytische blik kiest PIT voor een procesmatige aanpak van veiligheid. In contractbesprekingen met de klant wijst PIT op schade aan materieel bij ongelukken. 'Voor je een deuk in een heftruck hebt, moet er heel wat gebeurd zijn. Dan heeft de klant een veelvoud aan schade. Schade aan stellingen, het gebouw, de lading en natuurlijk het ergste: de medewerkers. Door de klant een opleiding voor zijn werknemers aan te bieden, verlengen wij de levensduur van de heftrucks en reduceert de klant zijn schade. Zo hebben we voor een bedrijf de schade op jaarbasis door ongelukken met heftrucks van € 90.000 tot nihil teruggebracht.'</p>
<p>De deelneemsters aan het onderzoek hielden in een dagboek bij wat en hoeveel ze aten en dronken en waar ze het voedsel hadden gekocht. De verpleegkundigen uit de onderzoeksgroep noteerden hun voedingsgedrag gedurende twee aaneengesloten dagen met een dagdienst, twee aaneengesloten dagen met een avonddienst en twee aaneengesloten dagen met een nachtdienst. De vrouwen in de referentiegroep vulden het dagboek in voor twee aaneengesloten dagen met een dagdienst. Nadat dit deel van het onderzoek was afgerond, vulden de deelneemsters een algemene vragenlijst in met vragen over hoe ze dachten over hun eigen voedingsgedrag en in hoeverre ze bereid waren en het gewenst vonden om hun voedingsgedrag te veranderen.</p>