In 2024 had 2,4% van de werknemers (van 15 tot 75 jaar) een arbeidsongeval. In 2023 was dat nog 2,7%. Dit blijkt uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) van het CBS en TNO. Het gaat daarbij vooral om minder arbeidsongevallen zonder uitval of met minder dan 4 dagen verzuim.
1,5% van alle werknemers ging in 2024 na een arbeidsongeval meteen weer aan het werk of verzuimde maximaal 3 dagen. Daar staat tegenover dat bijna 1% minstens 4 dagen verzuimde door een ongeval op de werkvloer. Dit percentage bleef de laatste jaren ongeveer gelijk, maar ligt nog wel iets onder het niveau van 2019 (vóór de coronacrisis).
Ongevallen met minstens 4 dagen verzuim
In 2024 ging het om 85.000 arbeidsongevallen waarbij de werknemer minstens 4 dagen verzuimde. Bij 30% van deze ongevallen liep de werknemer psychische schade op als meest ernstig letsel. Bijna even vaak noemden werknemers een ontwrichting, verstuiking of verrekking als meest ernstig letsel. Bij 10% van deze ongevallen ging het om verwondingen als botbreuken, wonden en oppervlakkige letsels.

Bij de meeste ongevallen als gevolg waarvan werknemers minstens 4 dagen niet kunnen werken, vindt medische hulp plaats: 87%. Bij 44% van de ongevallen gaat de werknemer naar de huisarts of praktijkondersteuner, 19% bezoekt de spoedeisende hulp in het ziekenhuis. Bij 56% van de ongevallen met minstens 4 dagen verzuim is de werknemer binnen een maand weer aan het werk. Bij 20% duurt dit verzuim tussen de 1 en 3 maanden en bij 22% duurt dit 3 maanden of langer.
Benieuwd naar meer cijfers? Kijk op monitorarbeid.nl of cbs.nl














