nummer 9
<p>De toon is gezet. Geers is uitgesproken en zal zich ook uitspreken. Bijvoorbeeld over de adviesaanvraag voor een nieuwe Arbowet die staatssecretaris Van Hoof voorlegde aan de SER. De adviesaanvraag, waarin onderscheid werd gemaakt tussen hoge risico's die door de overheid gecontroleerd worden en lage risico's waar de overheid zich niet mee bemoeit, werd door de SER verworpen. De SER wil doelvoorschriften met grenswaarden en middelvoorschriften die door de branches en sociale partners in een arbocatologus worden vastgelegd. Van Hoof krijgt de volle laag van Geers. Een poging van de journalist niet alle kritiek op het hoofd van Van Hoof te doen neerdalen omdat hij toch ook een staf heeft die de adviesaanvraag voorbereidde, stuit op onbegrip. 'Nee, nee, nee. Natuurlijk moet hij de kritiek ontvangen. Hij laat toe dat ambtenaren deze onzin met hoog en laag risico opschrijven. Absurd. Een laag risico is in de definitie van Van Hoof een risico dat niet leidt tot de dood of blijvend letsel. Een ernstig letsel is dus een laag risico. Dat is toch een dwaas onderscheid? Er was absoluut geen draagvlak voor en het onderscheid hoog/laagrisico's werd al eerder verworpen. Het onderscheid is moeilijk handhaafbaar en stelt rechters voor grote problemen. En toch gingen Van Hoofs ambtenaren ermee door. De Staatssecretaris lijdt dan waarschijnlijk niet aan autisme, maar dan toch aan een lichte vorm van autisme.'</p>
<p>Het blijkt al uit vraag 2 van dit boekje (Wanneer is iemand ergonoom?): iedereen mag zich zo noemen. Natuurlijk is het wel handig om je even in te lezen. En wie de honderd vragen op evenzoveel pagina's heeft doorgenomen, bezit in ieder geval de noodzakelijke basiskennis. De ergonoom in spe kan bijvoorbeeld vertellen hoe lang iemand mag staan (maximaal een uur achter elkaar en vier uur per dag) en hoe lang hij mag zitten (maximaal twee uur achter elkaar en zeven uur per dag). En in het verlengde hiervan weet hij ook dat er geen verplichte normen zijn voor een bureaustoel, maar dat hij er goed aan doet om bij de aanschaf de NPR 1813 in zijn achterhoofd te houden.</p>
<p>De CPR-richtlijnen verdwijnen omdat de CPR (Commissie Preventie van Rampen door gevaarlijke stoffen) intussen is opgeheven. In de jaren zestig begon deze commissie als een overlegorgaan van hoge ambtenaren uit verschillende ministeries. Aan gevaarlijke stoffen kleven aspecten die onder verschillende ministeries vallen en dat vraagt om afstemming. De risico's van gevaarlijke stoffen zijn immers niet beperkt tot het werken ermee. Stoffen worden ook vervoerd, opgeslagen en als afvalstoffen verwerkt. En als er iets mee misgaat, hebben hulpverleningsorganisaties ermee te maken.</p>
<p>De Vereniging van Nederlandse Chemische Industrie (VNCI) herkent zich nauwelijks in het rapport. Joop Verhoef, beleidsmedewerker veiligheid van de VNCI, vindt de conclusies onbegrijpelijk. Ze worden volgens hem nergens in het rapport onderbouwd. Verhoef: 'De conclusies zijn allemaal eigen interpretaties van de onderzoekers.</p>
<p>Staatssecretaris Van Hoof van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft op 8 juli ingestemd met het SER-advies over het arbeidsomstandighedenbeleid voor de komende jaren. In een brief aan de Tweede Kamer schrijft de staatssecretaris vast te stellen dat de SER de inzet van zijn adviesaanvraag volgt, al voegt hij er aan toe dat de raad een duidelijk andere aanvliegroute volgt door zijn voorstel voor een indeling in hoge en lage risico's af te wijzen. De SER kiest voor een onderverdeling in doel- en middelvoorschriften en een Europees perspectief.</p>
<p>Nieuwenhuijzen, inmiddels werkzaam op de afdeling revalidatiegeneeskunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen, kent de Biomex-schoen. 'Voorzover ik het goed begrijp, is het unieke van dit systeem dat het een plastic manchet bevat die om de schoen heen zit. Deze manchet bestaat uit twee onderdelen met een scharnier ertussen. Zo wordt een hoge schoen als het ware gecombineerd met een brace. Op zich is dit niets nieuws, aangezien het principe al jaren eerder in de skate-wereld is ontwikkeld.' Volgens de wetenschapper voorkomt de constructie dat de voet naar binnen of buiten kantelt. Daarnaast denkt hij dat er tussen de hak en de plastic schacht weinig ruimte zit, wat het naar beneden wijzen van de voet kan voorkomen. Uit literatuur blijkt dat de kans op verzwikken duidelijk wordt vergroot als de voet naar beneden wijst en naar binnen buigt. Wilfried Verstraeten werkt als veiligheidskundige en arbeidshygienist bij PBM-groothandelaar Vandeputte Safety. Hij kent de Biomex-schoen, maar volgens hem wordt deze voor de grotere industrieen waar zwikproblemen spelen te licht bevonden. 'De schoen is prachtig - een mooi sportmodel - en helpt ongetwijfeld om zwikongevallen te voorkomen, maar het materiaal van de schacht maakt hem ongeschikt in een omgeving met chemicalien of bijvoorbeeld metaalspatten. Een leren schacht biedt daar meer bescherming.'</p>
<p>Voor het project werden acht afdelingen binnen PWG geselecteerd die veel te maken hadden met agressie en geweld. Vervolgens werden er interviews gehouden met managers, teamleiders en het hoofd P&O. Die dienden om meningen over het onderwerp te peilen en de betrokkenheid bij het project te vergroten.</p>
<p>Een leerling-verpleegkundige die sinds 1 juli 2004 in dienst is, wordt in augustus weer ontslagen. Zij heeft namelijk opgebiecht dat zij lijdt aan narcolepsie, een chronische slaapstoornis, een diagnose die al in april is gesteld. De werkgever wil haar weer in dienst nemen als zij een medische verklaring overlegt waarin risico's van de aandoening voor de functie van verpleegkundige worden uitgesloten. Haar neuroloog heeft vervolgens aangegeven dat de werkneemster overdag in staat is om haar normale bezigheden te doen en dat er geen duidelijke kataplexieaanvallen (aanvallen van plotselinge verstijving) zijn. Maar de werkgever vindt die verklaring onvoldoende.</p>
<p>De Boer werkt wekelijks een dagdeel in het ziekenhuis. 'Ik wil direct communiceren met de leidinggevenden. Dat is erg belangrijk, want juist daar gaat het vaak mis', weet hij. 'Is er op de operatiekamer een probleem, dan loop ik even langs. Maar meestal komen leidinggevenden uit zichzelf naar mij toe.'</p>
<p>Wat zijn de belangrijkste verschillen tussen de PGS 15 en haar voorgangers? Een eerste verschil is dat de PGS 15 een grotere reikwijdte heeft. Zo vallen carcinogene, mutagene en reprotoxische stoffen (CMR-stoffen) wel onder het PGS- maar niet onder het CPR-regime. Hetzelfde geldt voor bepaalde organische peroxiden tot 1000 kilogram, zeer licht ontvlambare stoffen, brandgevaarlijke vaste stoffen en voor zelfontbranding vatbare stoffen. En ook voor stoffen die brandbare gassen ontwikkelen zodra zij in contact komen met water en infectueuze stoffen, zoals ziekenhuisafval en diagnostische monsters. Gasflessen en spuitbussen vallen eveneens wel onder de PGS 15 maar niet onder de CPR-richtlijnen. Hierdoor geeft de PGS 15 regels voor vrijwel alle regulier voorkomende verpakte gevaarlijke stoffen.</p>
<p>Het is in ARBO 2005, nr. 7 al uitvoerig besproken: de SER heeft gelukkig een streep gehaald door de hoge en lage risico's die de overheid wilde invoeren. Daarmee verwarde men immers de begrippen gevaar en risico, zoals een van de schrijvers van dit artikel in het februarinummer van ARBO benadrukte. De SER wil dat de Arbocatalogus de middelen aanreikt om de doelvoorschriften uit de Arbowet en het Arbobesluit te realiseren. Werkgever en werknemers kunnen die middelen uitzoeken die passen binnen hun bedrijf of branche. Wel blijft hun keuzevrijheid binnen bepaalde marges: de overheid zal immers de minimale veiligheids- en gezondheidsgrenzen moeten aangeven waar iedereen, en dus ook de branche, aan moet voldoen.</p>
<p>Figuur 1 laat zien dat er aanzienlijke en vrij stabiele verschillen zijn tussen de landen. Nederland kent het hoogste aantal arbeidsongeschikten per 1000 verzekerden: in 2002 lag dit aantal op 116. In de andere landen was dit een stuk lager (Zweden 86, Duitsland 60, Belgie 52, Zwitserland 44, Canada 25). Hoewel de Nederlandse cijfers na 2002 zijn gedaald, is nog niet het niveau van de andere landen bereikt. Ook blijkt over de onderzochte periode van tien jaar de trend te verschillen: deze is in Canada, Duitsland en Nederland dalend, in Belgie stabiel en in Zweden en Zwitserland stijgend. De hogere cijfers in Nederland hangen onder andere samen met de sterkere instroom. In 2002 waren er dertien instromers per 1000 verzekerden. De andere landen telden er elf (Zweden), acht (Belgie), zes (Duitsland en Zwitserland) en twee (Canada) per duizend. De trend in de WAO-instroom is in Nederland sinds 2001 dalend, terwijl deze in Belgie, Zwitserland en Zweden blijft stijgen.</p>
<p>Bij een groot bedrijf waar jaarlijks honderden investerings- en onderhoudsprojecten worden uitgevoerd, onderzocht Zanders Consulting & Training de effectiviteit van de procedure om veiligheids-, gezondheids- en milieuaspecten te beheersen. Het betrof een bedrijf in de industrie met ongeveer 3500 werknemers, dat onderdeel uitmaakt van een grote multinational. De onderneming omvat laboratoria, kantoren en productiefabrieken en er wordt met gevaarlijke stoffen gewerkt.</p>