PBMwijzer / ademhalingsbescherming / algemeen

ademhalingsbeschermingEen op de vijf werknemers in Nederland wordt op de werkplek blootgesteld aan gevaarlijke stoffen of verontreiniging in de lucht. De verschijningsvormen zijn dampen, gassen, fijnstof, ultra fijnstof, vezels, micro-organismen en radioactieve deeltjes. Ademhalingsbescherming maakt het mogelijk lucht in te ademen die vrij is van gevaarlijke stoffen of verontreinigingen en beperkt zo de risico’s.

Een mens kan niet zonder zuurstof uit de lucht. Schone lucht bestaat uit 21 procent zuurstof, 78 procent stikstof en 1 procent andere gassen. Op de werkplek kan de lucht gevaarlijke stoffen, te weinig of te veel zuurstof, of een explosief mengsel bevatten. Ademhalingsbeschermingsmiddelen (ABM) zorgen ervoor dat de in te ademen lucht vrij is van gevaarlijke stoffen.

Het kiezen van de juiste bescherming vereist specialistische kennis van luchtkwaliteit en de bedreigende risicostoffen, maar ook van de verschillende mogelijkheden van ademhalingsbescherming.

  • ABM worden in twee hoofdgroepen onderverdeeld:
    • Van de omgevingslucht afhankelijke ABM: deze categorie filtert eventuele schadelijke gassen, dampen en/of stof uit de omgevingslucht tot een concentratie beneden de grenswaarde. De gefilterde lucht wordt door de gebruiker via een masker, helm of kap ingeademd.
    • Van de omgevingslucht onafhankelijke ABM: hierbij wordt de ademlucht van buiten de werkplek aangevoerd of aangeboden via een autonoom toestel. Deze zuivere lucht wordt door de gebruiker via een masker, helm, kap of pak ingeademd.
  • ABM die gebruikmaken van en dus afhankelijk zijn van de omgevingslucht, bestaan altijd uit (1) een masker dat de neus en mond omsluit en (2) een filter dat de aangezogen lucht zuivert.
  • We onderscheiden de volgende maskers:
    • kwartmaskers
    • filtrerende gelaatststukken
    • halfgelaatsmaskers
    • volgelaatsmaskers
    • aanblaasfiltersystemen.
  • We onderscheiden drie soorten filters:
    • 1. Deeltjesfilters: deze filters bestaan uit polypropyleen vezels en geven bescherming tegen zowel stuivende producten (vaste stofdeeltjes) als nevel en mist (vloeibare deeltjes). Deeltjesfilters bieden geen bescherming tegen gassen of dampen.
    • 2. Gas- en dampfilters: deze filters bestaan uit actieve kool (een speciaal behandelde koolstof), die organische dampen en gassen adsorbeert. De actieve kool kan op verschillende wijzen behandeld zijn om anorganische gassen en dampen te vangen.
    • 3. Combinatiefilters: een combinatiefilter is een combinatie van een gas- en een stoffilter.
  • Voor zowel gas- en dampfilters als deeltjesfilters bestaan drie verschillende concepten voor de masker- en filterkeuzemogelijkheden:
    • 1. het onderhoudsvrije masker-concept;
    • 2. het onderhoudsarme masker-concept;
    • 3. het verwisselbare filter-concept (duurzame maskers).
  • Over de grenswaarden:
    • De grenswaarde is de maximaal toegestane concentratie van een (gevaarlijke) stof in de individuele ademhalingszone van een werknemer. De stof kan voorkomen als gas, damp, deeltje, aerosol of vezel.
    • De grenswaarde geldt voor een gedefinieerde referentieperiode, meestal 15 minuten en 8 uur. Uitgangspunt bij de vaststelling van de waarde is dat de gezondheid van de werknemers én hun nageslacht niet wordt benadeeld. Ook niet bij herhaalde blootstelling aan die concentratie voor langere tijd.
    • De grenswaarden maken duidelijk wat toelaatbare blootstelling is. Bij concentraties lager dan de grenswaarden zijn geen nadelige effecten op de gezondheid te verwachten. Dat geldt niet voor de grenswaarden voor kankerverwekkende en mutagene stoffen (stoffen die het erfelijk materiaal kunnen beschadigen en in combinatie met andere stoffen kanker kunnen veroorzaken). Daarvoor is geen veilige grenswaarde vast te stellen.
    • Grenswaarden zijn geen absolute blootstellingsgrenzen, maar tijdgewogen gemiddelden over acht uur, aangeduid met TGG-8u. Binnen deze periode van acht uur mogen concentratieniveaus voorkomen die hoger zijn dan de grenswaarde als absoluut getal, maar dan moeten deze hogere waarden wel worden gecompenseerd door lagere waarden om het acht-uur-gemiddelde niet te overschrijden.
    • In een aantal gevallen wordt een grenswaarde als tijdgewogen gemiddelde over 15 minuten vastgesteld (TGG-15min). Dit gebeurt om hoge blootstellingsniveaus gedurende korte tijd te voorkomen (piekblootstellingen).
  • Of een ABM geschikt is om een gebruiker tegen een schadelijke stof te beschermen, wordt medebepaald door de protectiefactor. Er zijn drie protectiefactoren:
    • 1. Nominale protectiefactor (NPF): geeft de verhouding weer tussen concentratie buiten het masker (op de werkplek) en in het masker zelf.
    • 2. Toegekende protectiefactor (TPF): de TPF – ook wel Assigned Protection Factor (APF) – is ingevoerd omdat ervan uit wordt gegaan dat de drager in de praktijk fouten kan maken bij het gebruik van ABM.
    • 3. Werkplekprotectiefactor (WPF): wordt proefondervindelijk op de werkplek vastgesteld.
  • Vluchtmiddelen zijn een speciale vorm van adembescherming. Hiermee kan de gebruiker uit noodsituaties ontsnappen. Ze mogen ook echt alleen worden gebruikt als mensen moeten vluchten, nooit voor reddende acties of als maatregel in dagelijkse situaties.

Meer weten over het juiste type adembeschermingsmiddel en het gebruik daarvan? De PBMwijzer helpt u met onafhankelijke informatie, gebaseerd op de PBMgids, hét standaardwerk voor PBM.
Vanwege de complexiteit van onafhankelijke ademhalingsbeschermingsmiddelen is hiervoor altijd specialistische kennis noodzakelijk. Deze worden in de PBMwijzer niet behandeld. Schakel een expert in.

PBMwijzer goed beschermd aan het werk