De kracht van de eenvoud

Omdat ons leren niet ophoudt na school, maar een leven lang doorgaat, is de markt van leermiddelen eindeloos groot en zijn de opbrengsten navenant.
Delen:

Want er valt goed te verdienen aan boeken, cursusmateriaal, onderwijs- en trainingsconcepten, hulpmiddelen en instrumenten. En er gaat veel geld in zitten van overheden en bedrijven, en tijd en inzet van deelnemers aan cursussen, trainingen, om- en bijscholingen.

Je zou dus denken dat in de loop der tijd datgene komt bovendrijven dat z’n deugdelijkheid kan aantonen en dat een bewezen gunstige verhouding heeft van kosten en opbrengsten. En dat wat met recht en reden in twijfel is getrokken, wordt ingeruild voor iets beters.

Maar niets is minder waar.

Over jezelf praten in kleuren is heel gewoon

We kijken niet vreemd op als collega’s tegen ons zeggen dat ze in hun werk onvoldoende op hun blauwe kant worden aangesproken. Of dat ze “nu eenmaal hartstikke groen” zijn. Dan hebben ze recent Insights gedaan, of Spiral Dynamics, of Management Drives. Of een ander instrument waarmee ze hun gedragsvoorkeuren in kaart hebben gebracht waaraan, omwille van een vlotte duiding, kleuren zijn gehangen.

Over jezelf praten in kleuren is heel gewoon geworden. Ondanks dat de plausibiliteit en betrouwbaarheid van zulke instrumenten (denk ook aan de teamrollen van Belbin, de MBTI, het enneagram, …) al jaren met kracht van argumenten in twijfel wordt getrokken.

Concepten en instrumenten door de hakselaar

En niet alleen die instrumenten over gedragsvoorkeuren gaan met enige regelmaat door de hakselaar – om er betrekkelijk ongeschonden uit te komen. Het gebeurt met veel concepten en instrumenten die met leren en ontwikkelen te maken hebben.

Neem de 70-20-10-regel: van je inzichten en vaardigheden leer je 10 procent op cursus, 20 procent van je collega’s en 70 procent in de werkpraktijk. Al jaren geleden ontkracht, maar nog steeds een heel populair idee. Of de leerstijlen van Kolb, waarvoor het aan bewijs ontbreekt maar die nog graag worden gebruikt. En er wordt nog altijd gebrainstormd bij het leven, terwijl allang bekend is dat je in je eentje op meer en betere ideeën komt.

Al in 2013 demonteerden De Bruyckere, Kirschner en Hulshof in Jongens zijn slimmer dan meisjes tal van dit soort inzichten. Het hielp niet – in 2021 verscheen zelfs een nieuwe, uitgebreide druk.

Een eenvoudig verhaal over iets ingewikkelds

Waarom blijven we hardnekkig werken met concepten waar zoveel vraagtekens bij te plaatsen zijn? Niet alleen door slimme marketing van rechthebbenden, denk ik. Of uit gemakzucht of onwetendheid van managers en medewerkers.

Zulke ideeën en instrumenten hebben gemeenschappelijk dat ze een eenvoudig verhaal vertellen over iets dat ingewikkeld is (hoe leer ik, welke voorkeuren heb ik, waarom reageer ik zus of zo?). Daarin schuilt hun kracht. Ze reiken ons een overzichtelijk vocabulaire aan dat we eenvoudig kunnen delen.

Daardoor raken we gemakkelijker met elkaar in gesprek over wat moeilijk te verwoorden is: waarom we doen wat we doen, en wat we daaraan zouden willen en moeten veranderen. En zolang we er de disclaimer bij doen dat al die gewraakte concepten en instrumenten ons niet vertellen hoe het is maar hoe het zou kunnen zijn en worden, lijkt me dat winst.

Gert van der Kolk | Vennoot OIO (bureau voor Organisaties in Ontwikkeling), traint en adviseert en schrijft over samenwerkingsvragen

Lees ook andere blogs van Gert van der Kolk:

Dit vind je misschien ook interessant