Preventiemedewerker en bhv

Bedrijfshulpverlening (BHV) is onderdeel van het arbobeleid. Dus heeft een preventiemedewerker er ook mee te maken. Hoe organiseert u BHV en wat is de relatie tussen de preventiemedewerker en BHV?

De laatste jaren gebeurden een aantal incidenten en rampen waardoor het onderwerp bedrijfshulpverlening (BHV) nadrukkelijk in de belangstelling staat. Het is een onderdeel van het arbobeleid. Alle organisaties moeten vooraf nadenken over dingen die kunnen gebeuren en welke acties nodig zijn om de gevolgen daarvan te beperken. Het gaat om gebeurtenissen van binnenuit maar ook van buitenaf. Wat moet er geregeld worden? Daarvoor duiken we in het boekje Preventiemedewerker in 100 vragen.

Wat doet een BHV-er?

Een bedrijfshulpverlener (BHV’er) heeft dus een belangrijke taak. Hij helpt om de veiligheid in het bedrijf te vergroten. Een BHV’er is een werknemer die is opgeleid om bij gevaarlijke situaties medewerkers en gasten hulp te verlenen.

Wat is het doel van BHV?

Bedrijfshulpverlening heeft tot doel een incident of calamiteit te beheersen tot het moment dat er externe hulpverlening is. Hij moet er bijvoorbeeld voor zorgen dat bij een calamiteit de medewerkers het bedrijfspand zo snel mogelijk verlaten door dit op een snelle manier te ontruimen. Bedrijfshulpverlening speelt zich dus gemiddeld af in de eerste vijftien minuten van een calamiteit. Daarna nemen externe hulpverleners, zoals brandweer en ambulance, het over. Bedrijfshulpverleners verlenen dan hooguit nog een ondersteunende rol voor deze externen.

Hoeveel bedrijfshulpverleners?

Maar hoeveel BHV’ers heeft u dan nodig? Hierop is geen exact antwoord te geven. Bedrijven zijn verplicht om maatregelen te treffen op het gebied van BHV. Iedere werkgever is verplicht adequate bedrijfshulpverlening te organiseren en in dit kader één of meer BHV’ers aan te wijzen. Het aantal en de soort bedrijfshulpverleners verschilt per organisatie. In ieder geval moeten het er genoeg zijn. Zodat onder alle omstandigheden de vervulling van de taken op het gebied van de BHV gewaarborgd zijn.

De organisatie van de BHV hangt af van de omstandigheden

Bij het bepalen van de manier van organiseren van de BHV of het aantal BHV ’ers moet u wel rekening houden met de grootte van het bedrijf en de risico’s die er spelen. De directeur/eigenaar van een bedrijf mag zelf ook als BHV’er optreden. Wel is het van belang dat iemand anders de taken over kan nemen als de directeur afwezig is.

Maatgevende factoren voor het aantal BHV’ers

Minimaal moeten er twee BHV’ers aangesteld worden. De maatgevende factoren voor de organisatie van de BHV en het aantal BHV’ers  kunnen zijn:

  • De aard, de grootte en de ligging van het bedrijf
  • De in het bedrijf aanwezige gevaren.
  • Het redelijkerwijs te verwachten aantal personen (werknemers en derden) dat op een bepaald tijdstip aanwezig is.
  • Het aantal personen dat zich redelijkerwijs bij een calamiteit niet zelf kan redden.
  • De opkomsttijd en mogelijkheden van externe hulpverleners.
  • De mogelijkheid om met andere organisaties samen te werken.

Door scenario’s te maken moet u nagaan hoeveel bedrijfshulpverleners er nodig zijn om op een adequate manier hulp te verlenen. Daarbij moet u ook rekening houden met verlof van medewerkers. U zal dus altijd meer bedrijfshulpverleners moeten hebben dan op basis van de hiervóór genoemde criteria is vastgesteld.

Wat zijn de opleidingseisen voor een bedrijfshulpverlener?

Uit de risico-inventarisatie en -evaluatie moet blijken welk opleidingsniveau de BHV’ers moeten hebben voor uw organisatie. Als er in het bedrijf bijzondere risico’s zijn, dan moeten één of meer van hen aanvullende opleidingen volgen. Dat zal vooral het geval zijn voor specialisaties als eerste hulp en brandbestrijding. De werkgever moet zorgen voor voldoende uitrusting en middelen om deze taak goed te kunnen uitvoeren. De werkgever is en blijft eindverantwoordelijk voor de BHV-organisatie.

De BHV’ers in een organisatie moeten een goede opleiding hebben en een passende uitrusting om hun taken goed uit te voeren. Bedrijven moeten ook contacten onderhouden met de desbetreffende externe hulpverleningsorganisaties.

Er moet ook geoefend worden

Maar hoe vaak wordt een ontruiming geoefend? Dat is afhankelijk van de soort organisatie en de calamiteiten die zich voor kunnen doen. In een kantoororganisatie met weinig mensen kunnen één of twee oefeningen per jaar voldoende zijn. In een grote organisatie met veel eventuele calamiteiten zal men wat vaker moeten oefenen.

Het is van belang dat u realistische oefeningen uitvoert. Dat wil zeggen dat u kijkt naar de calamiteiten die zich voor zouden kunnen doen. We noemen dat scenariodenken. Deze scenario’s probeert u zo realistisch mogelijk in scène te zetten. Zo is het voor scholen handig om elk jaar een ontruimingsoefening te doen aan het begin van het schooljaar. Liefst voor het begin van de herfstvakantie. Studenten hebben in dan inmiddels het gebouw leren kennen en weten bij een oefening de juiste vluchtroute te nemen. Nog beter is het de oefeningen samen met derden te doen. Zij kunnen op basis van de mogelijke scenario’s een realistische oefening in elkaar zetten.

Preventiemedewerker en BHV

Kan de preventiemedewerker ook hoofd BHV zijn? Dat is niet onmogelijk, maar vaak zal het niet wenselijk zijn. Zeker in een iets grotere organisatie is de functie van hoofd BHV een functie die veel tijd kost. Hetzelfde geldt voor de functie van preventiemedewerker. In die situaties zal het niet goed mogelijk zijn deze functies te combineren. Maar in een kleinere organisatie, met weinig grote risico’s, is het zeker wel denkbaar dat beide functies gecombineerd worden.
Het is als preventiemedewerker wel aan te raden om deel uit te maken van de BHV-organisatie.

Informatie
Arbeidsomstandighedenwet: art. 15 en 15a
NEN 8112 ‘Bedrijfsnoodorganisatie en bedrijfshulpverlening’
Gids BHV, Vakmedianet, Alphen aan den Rijn
www.ehbo.nl
www.nibhv.nl

Lees verder over de preventiemedewerker in het boekje Preventiemedewerker in 100 vragen.