Steeds meer thuiswerkers en meer klachten

Het aantal werkenden dat deels of volledig thuiswerkt neemt weer toe. Ook verwachten steeds meer mensen dat zij na de coronacrisis thuis blijven werken. Toch hebben veel thuiswerkers ook meer mentale en fysieke klachten.

Steeds meer mensen werken thuis. En een groeiend deel van de werkenden in ons land verwacht dat ook na de coronacrisis te blijven doen. Dit blijkt uit onderzoek van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM), een onderdeel van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

>LEES OOK: Werkgever betaalt de thuiswerkplek: zo zit dat

Het dringende advies om thuis te werken geldt vanaf het begin van de coronacrisis en geldt nog steeds. Het KiM bevraagt in het onderzoek ‘Thuiswerken tijdens en na de coronacrisis’ op meerdere momenten groepen Nederlanders en vergelijkt die met elkaar. De laatste keer was dat in januari van dit jaar. De vraag is hoe de omvang, de beleving en de toekomstverwachting van het thuiswerken zich gedurende de coronatijd ontwikkelt. Ook maken zijn een vergelijking met het thuiswerkgedrag van dezelfde groep respondenten vóór de coronacrisis.

> LEES OOK: Arbo en thuiswerken: alles wat je moet weten als arboprofessional

Het aandeel thuiswerkers was in april vorig jaar hoger

In januari 2021 werkte 48 procent van de werkende Nederlanders minstens een uur per week thuis. In april vorig jaar lag dat percentage op 51 procent, waarna het in oktober terugliep tot 42 procent. Het aandeel dat vrijwel volledig thuiswerkt ligt wel lager dan in maart/april. In januari werkte 29% van de werkenden meer dan 75% van de werktijd thuis. Dit was in het najaar 17% en aan het begin van de coronacrisis 38%. In januari van dit jaar werkt dus ca 60% van de thuiswerkers vrijwel volledig thuis; dit was in maart/april 75%.

> DOWNLOAD de gratis whitepaper Thuiswerken & Arbo

Wie werken er vooral thuis?

Het aandeel thuiswerkers onder werkenden met een kantoor- en onderwijsfunctie ligt rond het niveau van het begin van de crisis. Het aandeel thuiswerkers was in januari het hoogste onder personen met een onderwijsfunctie (83%). Dit aandeel ligt nagenoeg gelijk aan het aandeel aan het begin van de crisis (maart/april), toen net als in januari de scholen ook dicht waren.

Van degenen met een kantoorfunctie werkte in januari 76% minstens een uur per week thuis; dat is iets meer dan in maart/april. Het aandeel dat (bijna) volledig thuiswerkt ligt wel iets lager dan aan het begin van de crisis (toen: 61%, nu: 55%).

Deels op het werk en deels thuis

Ongeveer 30% van de werkenden kan deels op de werklocatie en deels thuiswerken Van de werkenden geeft ca. 43% aan niet thuis te werken omdat het werk zich niet leent voor thuiswerken. Ca. 20% van de werkenden geeft aan momenteel thuis te moeten werken van de werkgever. Ongeveer 30% van de werkenden heeft mogelijkheden om zowel thuis als op de werklocatie te werken. Mogelijk kan een deel van deze groep het werk ook niet volledig thuis uitvoeren.

> LEES OOK: Werkgever moet thuiswerken verplicht stellen

Minder positief en minder ondersteuning door werkgevers

De thuiswerkers zijn iets minder positief in januari dan vorig jaar. Het thuiswerken gaat de respondenten wat minder makkelijk af. Zij ervaren ook minder ondersteuning door de werkgever. Het aandeel thuiswerkers dat collega’s mist ligt in januari hoger dan in de vorige meting (toen: 50%, nu: 60%). Het oordeel over de werkplek voor thuiswerken is sinds de afgelopen meting vrijwel ongewijzigd.

Meer mentale en fysieke klachten over thuiswerken

En dan is er nog de lichamelijke en mentale situatie. Thuiswerkers ervaren in januari meer fysieke en psychische klachten dan in eerdere metingen. 14% heeft psychische problemen en 24% heeft fysieke klachten.

Verwachtingen over thuiswerken na corona gestabiliseerd

Het aandeel thuiswerkers dat verwacht na corona vaker thuis te werken dan vóór de coronacrisis ligt nagenoeg gelijk aan de vorige meting (op ca. 48%). 70% van de thuiswerkers geeft in januari aan te verwachten ook de komende maanden vaker thuis te werken dan zij vóór corona deden. Ook dit aandeel is vrijwel gelijk aan dat van de vorige meting.

In januari is het aandeel werkenden dat verwacht na corona minstens een uur per week te gaan thuiswerken iets toegenomen ten opzichte van de vorige meting, van 43% naar 45%. Vóór corona werd door respondenten gemiddeld 3,2u per week thuisgewerkt. Na corona verwacht men dat gemiddeld 6,9u te doen.

Bron: Ministerie van I&W