Ira Helsloot: ‘Advies Gezondheidsraad moet breder en kan beter’

Zeg je stoffenbeleid, dan zeg je Gezondheidsraad. Die adviseert immers over blootstellingsniveaus. Waarna de SER kijkt naar de kosten-batenanalyse voor het bedrijfsleven. Maar waarom, vragen Ira Helsloot en Jaap Hanekamp zich af, houdt de Gezondheidsraad zich in zijn adviezen niet aan de kwaliteitsnormen van zijn eigen leidraad? Zo verliest het advies aan maatschappelijke betekenis.

De Gezondheidsraad is de belangrijkste inhoudelijke adviseur van de regering waar het om stoffenbeleid gaat. De formeel gedachte structuur is dat de Gezondheidsraad adviseert over wat een veilig blootstellingsniveau is aan de Sociaal Economische Raad (SER) waarin werkgevers en werknemers zijn vertegenwoordigd. De SER weegt dat advies op de haalbaarheid in de praktijk. Dat wil zeggen: zijn de kosten van het halen van het aanbevolen blootstellingsniveau wel betaalbaar voor het bedrijfsleven?

In de praktijk worden de adviezen van de Gezondheidsraad bijna altijd gevolgd. Wat zouden we ook anders willen doen als samenleving? Als onze inhoudelijk adviseur zegt dat iets gevaarlijk is, dan willen we daar toch naar luisteren.

> LEES OOK: Normen voor gevaarlijke stoffen: wat niet weet, wat vaak wel deert

De Gezondheidsraad heeft een zware verantwoordelijkheid

De Gezondheidsraad heeft daarmee een zware verantwoordelijkheid, want voor veiligheidsbeleid geldt: ‘Baat het niet, dan schaadt het wel’. Veiligheidsmaatregelen die onvoldoende effect hebben zijn grosso modo schadelijk, want daardoor worden bijvoorbeeld Nederlandse banen bedreigd. En het hebben van een baan scheelt voor lager opgeleiden zomaar tien gezonde levensjaren. De Nederlandse regering heeft daarom in 2015 in het meest recente kabinetstandpunt over veiligheidsbeleid ‘Bestuurlijk balanceren met risico’s en verantwoordelijkheden’ vastgelegd dat veiligheidsbeleid altijd gebaseerd moet zijn op een kosten-batenanalyse.

Adviezen over asbest

Dat verstandige eisen aan de omgang met stoffen noodzakelijk zijn, laat natuurlijk de tot de jaren tachtig van de vorige eeuw zeer gevaarlijke omgang met asbest zien. De Gezondheidsraad heeft daar meerdere malen over geadviseerd op basis van de laatste inzichten. Het laatste advies daarover uit 2010 maakte gebruik van een risicoberekening. Daarbij werd de kans op omkomen aan asbestgerelateerde ziekten in essentie vergeleken met de in vele veiligheidsdomeinen geaccepteerde kans op omkomen van één op de honderdduizend blootgestelden per jaar. Dit werd al in de oeroude VROM-nota ‘Omgaan met risico’s’ uit 1989 beschreven. Dat de wetgever uit media-politieke overwegingen besloten heeft alleen voor asbest de normen in de Arbowet nog een factor 10 strenger te maken, is een ander, en bekend, verhaal.

De werkwijze van dat asbestadvies heeft de Gezondheidsraad ook opgeschreven in de ‘Leidraad classificatie carcinogene stoffen’ uit datzelfde jaar 2010. Het bevat cruciale, maar voor de hand liggende voorschriften. Zoals, in gewone mensentaal: ‘Zorg dat je zeker weet dat je data niet vertroebeld zijn door andere effecten op de gezondheid’ en ‘Klopt de statistische berekening wel?’

> LEES OOK: Hoe gevaarlijk is asbest nu echt?

Recente adviezen roepen vragen op: berekening en waarde

De meest recente adviezen van de Gezondheidsraad roepen echter vragen op. Over zowel de berekeningswijze als over de waarde van het advies voor de praktijk.

Als voorbeeld geven we het advies over de blootstelling aan dieselmotorenemissie. De Gezondheidsraad berekent dat het één op de honderdduizend niveau ongeveer 1 microgram per m3 is. Dit is een bijzonder advies, omdat daarmee het voorgestelde niveau in werkplaatsen onder de achtergrondblootstelling in Nederland ligt. Die bedraagt tussen de 2 en 20 microgram per m3. Dit bracht de SER tot het unieke (en onvermijdelijke) besluit om dan maar zelf te adviseren dat de norm gelijk moet worden aan 10 microgram/m3. Dat is ongeveer de achtergrondblootstelling.

> LEES OOK: Zo staat het gevaarlijke-stoffenbeleid ervoor

Een ander recent advies gaat over de blootstelling aan de stoffen die bij ijzer- en staalgieten vrijkomen. Over het conceptadvies hebben wij een kritische review geschreven. De reactie van de Gezondheidsraad daarop was niet inhoudelijk. Ook deelde de raad mee: “Er zal geen gedachtewisseling over standpunten plaatsvinden. De Gezondheidsraad wil elke schijn voorkomen dat belanghebbenden – op niet wetenschappelijke gronden – invloed kunnen uitoefenen op de totstandkoming van het advies.

Meta-review drie recentste stoffenadviezen in het kort

Voor ons was dat reden om de drie recentste stoffenadviezen op meer meta-niveau te reviewen en daarover te publiceren. Het gaat hierbij om de adviezen over chroom-6, dieselmotorenemissie en ijzer- en staalgieten. De bevindingen uit deze meta-review vatten we hier samen (Ira Helsloot en Jaap Hanekamp (2020), Discussie is de kern van wetenschap, Een meta-review van drie Gezondheidsraadadviezen als reactie op de publicatie van het advies blootstelling aan stoffen bij ijzer- en staalgieten).

De Gezondheidsraad houdt zich niet aan de eigen leidraad

In de eerste plaats concluderen wij dat de Gezondheidsraad zich niet houdt aan de eigen leidraad. Zo wordt niet goed het grote effect van roken verdisconteerd. En dit terwijl veel van de artikelen die de Gezondheidsraad gebruikt daar juist wel kanttekeningen bij plaatsen. Er wordt ook niet uitgelegd waarom onderzoeken die een nadelig effect rapporteren van de blootstelling aan de stof wel worden gebruikt. Terwijl onderzoeken die geen (of zelfs een positief: werk maakt gelukkig en gezond) effect laten zien worden genegeerd.

De statistische berekeningen zijn volgens ons onder de maat

In de tweede plaats zijn de statistische berekeningen volgens ons onder de maat. Er wordt bijvoorbeeld niet duidelijk gemaakt hoe groot de onzekerheid is van de berekeningen. En er wordt gedaan alsof een 95% kans op samenhang (correlatie) van twee verschijnselen (blootstelling en ziekte in dit geval) een bewijs is van een oorzaak-gevolgrelatie (causatie). Een klassiek eerstejaarsgrapje op de universiteit is: de correlatie tussen het aantal wasmachines op de wereld en klimaatverandering is heel groot. Maar of wasmachines nu echt klimaatverandering veroorzaken (of omgekeerd) is maar de vraag.

> LEES OOK: Leer kritisch kijken naar cijfers

Gezondheidsraad kiest consequent voor ‘het zekere voor het onzekere’

In de derde plaats kiest de Gezondheidsraad in elke stap consequent voor ‘het zekere voor het onzekere’. Dat klinkt verstandig vanuit de gedachte dat de Gezondheidsraad alleen naar de gezondheid kijkt. Maar dat is het niet. Want als samenleving hebben we vervolgens gewoon niets aan het resulterende advies. We worden dan niet meer blootgesteld aan die ene stof, maar hebben vervolgens ook geen werk meer. Of we betalen met zijn allen ontzettend veel geld dat we beter aan ander veiligheidsbeleid zouden kunnen besteden.

> LEES OOK: Altijd maar meer geld maakt niet per se veiliger

Het eerdergenoemde advies over de blootstelling aan dieselmotorenemissie maakt dit meteen duidelijk. Een simpele berekening op basis van het advies van de Gezondheidsraad laat het volgende zien. Onder 17 miljoen Nederlanders zouden zich ongeveer 14.000 gevallen van longkanker per jaar moeten voordoen door blootstelling aan dieselroet in de buitenlucht. Feitelijk zijn er ‘maar’ 13.000 gevallen van longkanker in Nederland. Volgens de gebruikelijke modellen wordt 90% daarvan veroorzaakt door roken. Het door de Gezondheidsraad berekende risiconiveau bij blootstelling aan dieselmotoremissie lijkt daarmee tenminste een factor tien te hoog.

Reactie Gezondheidsraad

De redactie van arbo-online heeft de Gezondheidsraad om een reactie gevraagd op dit artikel van Ira Helsloot en Jaap Hanekamp.
> LEES HIER de reactie van de Gezondheidsraad

Gezondheidsraad veroorzaakt nodeloos angst en zorg

De vraag is daarom wat het ‘smalle’ advies van de Gezondheidsraad waard is als er niet breder wordt gekeken. We krijgen nu adviezen die suggereren dat we het beste acuut kunnen stoppen met alle dieselmotoren. De SER en de regering moeten dan maar de verantwoordelijkheid nemen voor een ‘ongezond’ besluit. Daarmee veroorzaakt de Gezondheidsraad nodeloze angst bij werknemers en zorg bij werkgevers.

De Gezondheidsraad schreef in zijn reactie dat dit soort vragen hem niet uitmaakt: “Commentaren over procedures, haalbaarheid, gevoerde of te voeren beleid, en uitvoering (beschermende maatregelen) worden niet beantwoord, omdat deze onderwerpen de Gezondheidsraad niet aangaan en buiten de reikwijdte van het advies vallen.

Wij roepen daarom de Gezondheidsraad op zijn verantwoording te nemen voor het uitbrengen van advies dat aan de kwaliteitsnormen van de eigen leidraad voldoet en dat ook een maatschappelijke betekenis heeft. De regering en de SER kunnen daarbij helpen. Namelijk door de Gezondheidsraad altijd om een maatschappelijke kosten-batenanalyse te vragen als onderdeel van een advies.

Ira Helsloot | hoogleraar Besturen van Veiligheid aan de Radboud Universiteit Nijmegen; Jaap Hanekamp | universitair docent aan het University College Roosevelt en professor aan de University of Massachusetts Amherst, USA

> TIP: Ira Helsloot geeft het college ‘Een nuchtere omgang met risico’s’ tijdens de collegereeks Nieuwe perspectieven op veiligheid

De risico-regelreflex beteugelen door nuchter omgaan met risico's