PHOV: ‘Kwaliteit arboprofessional borgen staat voorop'

De kwaliteit van het arbodomein staat of valt met een betrouwbare kwalificatie van de kerndeskundigen. Na de herijking van de certificering, waarbij de eis van een erkende vakopleiding is komen te vervallen, is het afwachten hoe dit uitpakt. Het hoeft geen kwaliteitsverlies te betekenen, maar er liggen wel risico’s op de loer.
Delen:
Bart Sessink (links) en Corne Bulkmans vormen de directie van Stichting PHOV.

Boven alles gaat het erom de kwaliteit van de arboprofessional te borgen, zeggen Corné Bulkmans en Bart Sessink. Als directeuren van Stichting PHOV, aanbieder van arbo-opleidingen zonder winstoogmerk, volgen zij de ontwikkelingen op de voet. Voor PHOV (Post Hoger Onderwijs Veiligheidskunde) staat veilig en gezond werken voorop. Een voorwaarde daarvoor is dat de kwaliteit van onderwijs in arbeidsveiligheid en de navenante certificering op peil blijft.

Uitvoeren taken

“Waren arbodeskundigen onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) voorheen gecertificeerd op basis van opleidingsgerelateerde vakcriteria, zoals een persoonscertificaat veiligheidsdeskundige of arbeidshygiënist, nu wordt vooral gekeken naar het uitvoeren van de taken”, legt Bulkmans uit. “Een erkende opleiding is niet meer noodzakelijk. Uiteraard moet je je kennis en vaardigheden in de praktijk laten zien, maar het hele voortraject met erkende diploma’s en verschillende toetsmomenten is losgelaten.”
Zo hoeft een opleiding hogere veiligheidskunde niet meer via een erkende partner gecertificeerd te worden, zolang je maar kunt aantonen dat je het vak beheerst.

Aan de ene kant gaat het om de vakinhoudelijke waarde, maar anderzijds spelen er ook commerciële belangen en afwegingen

“In theorie raakt dus een geaccrediteerde opleiding en daarmee een onderbouwde kwalificatie, enigszins uit de focus en dan kan de kwaliteit van kennis en kunde in het geding komen”, aldus Sessink. “Zeker gezien de breedte van het vakgebied, de niet van de hand te wijzen risico’s bij het werken met gevaarlijke stoffen en als de prijskaartjes van opleidingen nogal verschillen.
Bedrijven en organisaties zullen zich gaan afvragen of een flinke investering in een gecertificeerde opleiding nog wel nodig is.”

Scherp op details

Volgens Bulkmans is er in het vakgebied vooralsnog sprake van welwillendheid tegenover de nieuwe certificering, al is er ook wat scepsis merkbaar. Er zijn immers meer wegen die naar Rome leiden, maar men moet scherp blijven op allerlei cruciale details. “Zorgt het al met al voor verbetering, of werkt het juist averechts? En hoe gaat de markt ermee om? Hoe zit het met de ethiek van opleiders? Vergeet daarbij niet dat we het naast de puur technische veiligheid en fysieke gezondheid ook hebben over sociale veiligheid, zoals het voorkomen van pesten, intimidatie of discriminatie. Vormen van grensoverschrijdend gedrag, zoals dat heet.”

De kans dat de intrinsieke kwaliteit erbij inschiet, is zeker aanwezig


Met het oog op de kwaliteit van arbo-opleidingen wijzen beide heren op een bekend spanningsveld: aan de ene kant gaat het om de vakinhoudelijke waarde, maar anderzijds spelen er ook commerciële belangen en afwegingen. Wanneer de rol van certificerende instellingen (CI’s) als bewaker en waarborg van kwaliteit minder wordt, kunnen ineens heel andere motieven op de voorgrond treden. “De kans dat de intrinsieke kwaliteit erbij inschiet, is zeker aanwezig”, constateert Sessink. “Het aantal opleidingen en specifieke modules is in de afgelopen 15 tot 20 jaar alleen maar toegenomen en deze kwantitatieve groei komt niet altijd zuiver voort uit feitelijke behoeften in de sector. Commerciële opleiders kijken vanzelfsprekend ook naar extra omzetmogelijkheden door verbreding van hun aanbod.”

BoKS-eindtermen

Tegen de achtergrond van de herijking van certificering en de onderliggende wetgeving ligt hier een nieuwe uitdaging voor beroepsverenigingen als de NVvA (Nederlandse Vereniging voor Arbeidshygiëne), NVVK (Nederlandse Vereniging voor Veiligheidskunde) en BA&O (Beroepsvereniging Arbeids- en Organisatiedeskundigen). Zo zijn er – voornamelijk uit de koker van de NVVK en enkele opleiders – Body of Knowledge and Skills (BoKS) eindtermen opgesteld, waarbij het onder meer gaat om duidelijk omschreven basisactiviteiten, functieprofielen, competenties en leerdoelen. Dit moet een verdere professionalisering en daarmee een stabiele kwaliteitsborging ten goede komen, omdat er aandacht is voor zaken zoals gerichte eindtermen, instroomeisen, studiebelasting, contactmomenten, accentuering/gradatie van studie-inhouden en gedragscodes. Zo kan de BoKS bijdragen aan het verduidelijken, concretiseren en transparant maken van de kennis en kunde en de uitvoeringsprocessen in de veelomvattende arbomaterie.

Meegaan in verandering

Op welke manier dan ook, voor de arboprofessional is en blijft het zaak om bij te blijven en mee te gaan in een continu veranderend werkveld. “Waar het oorspronkelijk vooral technisch georiënteerde experts betrof, doen zich inmiddels veel meer gezichtspunten gelden. Denk aan soft skills zoals sociale vaardigheden, verandermanagement en het voorkomen en omgaan met calamiteiten.” Daarmee onderstrepen Bulkmans en Sessink de actuele behoefte aan ‘experts +’, ofwel de spreekwoordelijke schapen met de vijf poten.

Belangrijk is het vervolgen van de al ingeslagen weg door de Nederlandse arbeidsinspectie van het verhogen van de kwaliteit van de handhaving. “Een goede arboprofessional gaat meer in
gesprek, zorgt voor beter begrip. Dan bereik je betere resultaten, niet alleen qua productiviteit maar ook gelet op veilige, gezonde en dus prettige werkomstandigheden.”

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Stichting PHOV.